Een aantal jaar geleden heeft het Tweede Kamerlid Schouw (D66) een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met democratisering van de gemeenschappelijke regelingen en overige samenwerkingsverbanden (Wet democratisering gemeenschappelijke regelingen; Kamerstukken 34177). Dit wetsvoorstel beoogt het democratisch primaat van volksvertegenwoordigende organen van de gemeente, provincie en waterschap te versterken.

Op 21 december 2017 heeft het lid Bergkamp (D66) het wetsvoorstel overgenomen en tevens ingetrokken. De reden hiervoor is niet op voorhand duidelijk. In de intrekkingsbrief wordt daarover geen toelichting gegeven.

Mogelijk heeft de intrekking te maken met het regeerakkoord Rutte III ‘Vertrouwen in de toekomst’. Daarin schrijven de coalitiepartijen, waaronder D66, op pagina 7 namelijk dat ‘[d]e Wet Gemeenschappelijke regelingen wordt aangepast om de politieke verantwoording over gemeentelijke samenwerking te verbeteren. Besluitvorming in een gemeenschappelijke regeling moet transparant zijn en betrokken gemeenteraden moeten hun controlerende rol beter kunnen uitvoeren en zo nodig kunnen ingrijpen.’ Dit voornemen wordt door het kabinet nog verder uitgewerkt. Interessant is daarbij te bezien in hoeverre de ideeën uit het initiatiefwetsvoorstel worden overgenomen.

In het verlengde hiervan is vermeldenswaard dat het regeerakkoord (p. 7) ook meldt dat vanwege de gebrekkige democratische controle van gemeenteraden bij gemeenschappelijke regelingen, gemeenten in samenspraak met de provincie het initiatief nemen tot gemeentelijke herindeling. Deze beweging wordt door het kabinet ondersteunt en is volgens het kabinet gewenst voor gemeenten die langjarig en in hoge mate afhankelijk zijn van gemeenschappelijke regelingen voor essentiële taken.