Op 24 januari 2018 verschenen twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak over een ontheffing van (nu) de Wet natuurbescherming voor Windpark Den Tol. Beide uitspraken zien op het belanghebbendebegrip. De eerste uitspraak betreft de belanghebbendheid van omwonenden en de tweede uitspraak de belanghebbendheid van een stichting. In dit blog bespreken wij de verschillen, overeenkomsten en relevantie van deze uitspraken.

Ontheffing voor Windpark Den Tol

Windpark Den Tol is voorzien ten oosten van Netterden, Gelderland, en zal bestaan uit negen windturbines. Op 17 maart 2016 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken aan Windpark Den Tol Exploitatie B.V. voor dertien diersoorten ontheffing verleend van het verbod om die dieren te doden en te verwonden (hierna: “Ontheffing”). Tegen dit besluit komen (i) omwonenden en (ii) de Stichting TegenWind(molens) Netterden en omstreken (hierna: “Stichting”) afzonderlijk in bezwaar en beroep. De staatssecretaris verklaarde de bezwaren van beide partijen niet-ontvankelijk, omdat zij geen belanghebbenden zouden zijn. De omwonenden wonen op een afstand van 500 tot 1640 meter van de dichtstbijzijnde windturbine waardoor, volgens de staatssecretaris, geen sprake is van ruimtelijke uitstraling op hun directe woon- en leefomgeving. Deze afstand tot de dichtstbijzijnde windturbine achtte de staatssecretaris te groot om de omwonenden aan te merken als belanghebbenden.

Volgens de staatssecretaris zijn de doelstellingen en de feitelijke werkzaamheden van de Stichting onvoldoende specifiek. Volgens haar statuten heeft de Stichting ten doel ” het verbeteren en behouden van de leefbaarheid, veiligheid en een goed woon- en leefklimaat in de gemeente Oude IJsselstreek en directe omgeving, evenals het verbeteren en behouden van de kernen in de gemeente Oude IJsselstreek en de directe omgeving, waaronder ook begrepen de flora en fauna, de lucht, de bodem, het water en de gezondheid van de mensen en een goede ruimtelijke ordening“. De werkzaamheden zouden minstens drie jaar voor de beslissing op bezwaar zijn uitgevoerd, ruim zijn en niet specifiek zien op flora en fauna.

Wel belanghebbend volgens de rechtbank

De rechtbank Gelderland acht de omwonenden anders dan de staatssecretaris wel ontvankelijk, omdat de rechtbank overweegt dat de Ontheffing onlosmakelijk samenhangt met de omgevingsvergunning voor het Windpark. Voor de ontvankelijkheid ten aanzien van de Ontheffing moet daarom volgens de rechtbank worden uitgegaan van de ontvankelijkheid bij het verlenen van de omgevingsvergunning. Vanwege de ruimtelijke uitstraling en de hoogte van de windturbines zijn de belangen van de omwonenden volgens de rechtbank rechtstreeks bij de Ontheffing betrokken.

De Stichting is eveneens ontvankelijk aldus de rechtbank, omdat zij mede in het bijzonder de collectieve belangen van de bewoners van Oude IJsselstreek en omgeving behartigt. Het betreft derhalve een bundeling van rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen en de feitelijke werkzaamheden kunnen besloten worden geacht in de aldus tot stand gebrachte bundeling van belangen.

De minister heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank.

Omwonenden geen, maar Stichting wel belanghebbende, aldus de Afdeling

In hoger beroep overweegt de Afdeling ten aanzien van de omwonenden, anders dan de rechtbank, dat de belangen van omwonenden niet rechtstreeks worden getroffen door de Ontheffing en dat hun bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard door de staatssecretaris. Bij de beoordeling of appellant belanghebbende is, is bepalend “of de handeling waarvoor de Ffw-ontheffing is verleend ruimtelijke uitstraling heeft op de woon- en leefomgeving van appellanten” in plaats van de ruimtelijke uitstraling van het project. De omwonenden wonen op een afstand van 500 tot 1640 meter van de dichtstbijzijnde windturbine en aanvaringen van vogels en vleermuizen met een windturbine vinden op minimaal 439 meter van hun huizen plaats. Het totaal aantal aanvaringsslachtoffers wordt geschat op 210 tot 220 per jaar. De Afdeling is niet gebleken dat het gebruikmaken van de Ontheffing ondanks de afstand en het geringe aantal verwachte slachtoffers enige ruimtelijke uitstraling op omwonenden zal hebben en daarmee invloed zal hebben op hun directe woon- en leefomgeving. Zij zijn dan ook geen belanghebbende bij de Ontheffing.

In de uitspraak over de belanghebbendheid van de Stichting verwijst de Afdeling naar de uitspraak over de belanghebbendheid van de omwonenden. Omdat niet is gebleken dat de Stichting belangen behartigt van mensen die op kortere afstand wonen dan de omwonenden uit de andere uitspraak, brengt de Stichting geen bundeling van rechtstreeks bij de Ontheffing betrokken individuele belangen tot stand. Echter, gelet op haar feitelijke werkzaamheden en de doelstelling van de Stichting, behartigt zij een rechtstreeks bij de Ontheffing betrokken belang in het bijzonder. De werkzaamheden bestaan onder andere uit het organiseren van een opruimactie en het uitvoeren van een midwintertelling. Volgens haar statuten heeft ze kort en goed ten doel de kernen in de gemeente Oude IJsselstreek en de directe omgeving, waaronder ook flora en fauna, te verbeteren en behouden. De Stichting wordt aangemerkt als belanghebbende en de Afdeling draagt de minister op om alsnog inhoudelijk op de bezwaren van de Stichting te beslissen.

Lessen voor de praktijk

De criteria voor het aanmerken van mensen die op persoonlijke titel opkomen tegen een ontheffing en van mensen die zich hebben verenigd in een stichting en uit dier voege opkomen tegen een ontheffing verschillen. De besproken uitspraken maken het verschil in beoordelingskader ten aanzien van soortenbescherming goed inzichtelijk. Dit betekent echter niet dat het met deze uitspraken in de hand makkelijker wordt, wanneer ook de overige toestemmingen die voor een soortgelijk project als een windpark worden bezien. Binnen welke afstanden tot een windturbine men belanghebbende is bij een Ontheffing is ook nog onduidelijk, omdat bij afstanden van meer dan 700 meter ook door de Afdeling is overwogen dat omwonenden wel belanghebbende waren. Relevant om hierbij op te merken dat de Afdeling daar wel de ruimtelijke uitstraling van het windpark bij betrok.

Te denken is aan de gevolgen van enige betekenis die bij omgevingsrechtelijke besluiten in het geding moeten zijn en de afstanden tot een Natura 2000-gebied waaraan getoetst wordt om te bepalen of de belangen van een individu verweven zijn met het algemene belang dat de Wet natuurbescherming beoogt te beschermen. In procedures waarbij verschillende besluiten aan de orde worden gesteld, is het dus zaak om de verschillende toepasselijke criteria voor belanghebbendheid te onderscheiden.

Voor zowel bestuursorganen als appellanten vormen deze uitspraken een nuttige herinnering dat het zijn van belanghebbende bij het ene besluit, geenszins betekent dat men bij een ander besluit ook belanghebbende is.