Op 21 februari 2017 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het ‘voorstel van een wet tot Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet in verband met het beperken van de heffingsbevoegdheid van precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut’ (het Wetsvoorstel).

Op grond van het Wetsvoorstel kunnen provincies, gemeenten en waterschappen krachtens artikel 222c Provinciewet, artikel 228 Gemeentewet respectievelijk artikel 114 Waterschapswet niet langer precariobelasting heffen over elektriciteits-, gas-, warmte- en drinkwaternetten (zie ook onze EnergyBit van 28 juni 2016 voor meer informatie over het Wetsvoorstel).

Het Wetsvoorstel bevat ook een overgangsregeling. Tegelijk met het Wetsvoorstel is amendement nr. 11 aangenomen. In dit amendement is de overgangstermijn uit de overgangsregeling verkort van 1 januari 2027 naar 1 januari 2022. Gemeenten waarin op 10 februari 2016 een belastingverordening gold voor het heffen van precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut kunnen daarmee op grond van het Wetsvoorstel precariobelasting blijven heffen tot 1 januari 2022, tot ten hoogste het in die verordening vastgestelde tarief.[1]

Overigens is amendement nr. 10, inhoudende het verkorten van de overgangstermijn tot 1 januari 2019, door de Tweede Kamer verworpen.

Het Wetsvoorstel moet nog worden behandeld door de Eerste Kamer. De Eerste Kamer kan het Wetsvoorstel slechts aannemen of verwerpen en kan het Wetsvoorstel niet meer wijzigen.