Door de opkomst van generieke domeinnamen stijgen de kosten van merkbescherming. Dat blijkt uit dit jaar gehouden onderzoek van de International Trademark Association (INTA). Wat is de achtergrond van die stijgende kosten en welke merkhouders raakt dit het meest?

Generieke domeinnamen (‘generic Top Level Domains’) zijn extensies die kunnen bestaan uit geografische aanduidingen of algemene termen zoals .bike of .museum. Daarnaast is het mogelijk om een merk als top level domein te registreren, zoals .BMW en .Shell. Dit soort domeinnamen is in 2012 geïntroduceerd vanwege het dreigende tekort aan domeinnamen. Een goede zaak voor merkhouders zou je zeggen, want die kunnen zo uit meer domeinnamen kiezen. Maar er zijn ook nadelen.

Defensieve registratie

Neem een groot merk als BMW, dat in ons land de domeinnaam BMW.nl bezit. Het laat zich raden waartoe BMW zich genoodzaakt kan zien: het registreren van de generieke domeinnaam BMW.cars, puur om te voorkomen dat anderen ermee aan de haal gaan. Ditzelfde geldt voor domeinnaamextensies die een negatieve invloed kunnen hebben voor de reputatie van het merk, zoals .xxx en .sucks. Uit het onderzoek van de INTA komt naar voren dat verreweg de meeste merkhouders generieke domeinnamen vastleggen om defensieve redenen. Dat kost geld, terwijl ze vervolgens niets doen met die domeinnamen.

Hogere kosten merkbescherming

Het onderzoek toont ook aan dat generieke domeinnamen leiden tot hogere kosten van merkbescherming. Dat komt omdat merkhouders meer tijd kwijt zijn aan het screenen van het internet en er meer acties nodig zijn tegen inbreukplegers. Daarbij maakt het niet uit hoe groot een bedrijf is. Volgens het onderzoek is vooral bepalend hoe bekend een merk is en hoe actief het bedrijf in kwestie is met het promoten en beschermen van het merk.

Onderzoek

Het INTA-onderzoek is gepubliceerd op de ICANN community wiki en hier te downloaden als pdf-bestand.