Er zijn weinig markten die zich in korte tijd zo snel en zo tegenstrijdig hebben ontwikkeld als de (Nederlandse) post- en pakkettenmarkten.

Sinds de inwerkingtreding van de Postwet 2009 op 1 april 2009 is de Nederlandse postmarkt geliberaliseerd. Door die liberalisering werd het voor andere bedrijven mogelijk om de postmarkt te betreden. Inmiddels hebben verschillende bedrijven van die mogelijkheid gebruik gemaakt en zijn zij de concurrentie met PostNL aangegaan.

Ook los daarvan doen zich interessante ontwikkelingen voor (zie in dat kader ook de Post- en Pakkettenmonitor 2016 van de Autoriteit Consument en Markt (“ACM”)). Waar de postmarkt al jarenlang onderhevig is aan significante volumedalingen, geldt voor de pakkettenmarkt het tegenovergestelde. De toenemende populariteit van e-commerce en online aankopen maken dat steeds meer pakketten moeten worden afgeleverd. In sommige gevallen gebeurt dit door partijen die ook post bezorgen.

De liberalisering van de Nederlandse postmarkt heeft verschillende voordelen: zo kunnen consumenten inmiddels kiezen voor de traditionele postzegel van PostNL of de goedkopere Sandd-zegel. Dat het bezorgen van post en pakketten niet alleen meer door PostNL geschiedt leidt overigens ook tot discussies. Zo is in de Tweede Kamer meerdere keren de vraag opgeworpen of het (vanwege de volumedalingen en vanuit milieuoverwegingen) niet wenselijker is dat voor een model wordt gekozen waarbij de post en pakketten van verschillende postvervoerders bij lokale hubs wordt verzameld van waaruit de bezorging van de “last mile” kan gebeuren.

Pakketten

De dynamiek op de post- en pakkettenmarkten leidt daarnaast ook geregeld tot conflicten. Zo heeft de intermediair Shops United bijvoorbeeld afgelopen jaar een procedure gevoerd tegen PostNL. Shops United fungeert als tussenschakel tussen webwinkelier en pakketvervoerders. Shops United verzorgt hoofdzakelijk diensten ten behoeve van de levering van pakketten door kleine en middelgrote webwinkels aan consumenten. Shops United meende echter dat PostNL haar prijzen voor het pakketvervoer te veel had verhoogd. Die verhoging zou het voor Shops United moeilijker maken om haar klanten te behouden. De Rechtbank was het met Shops United eens en oordeelde dat PostNL de tariefverhoging diende terug te draaien. Inmiddels is Shops United overgenomen door PostNL. Daardoor maakt Shops United, net als de voormalig concurrent van Shops United, MyParcel, onderdeel uit van het PostNL concern.

Eerder al voerden de winkeliers die een postpunt van PostNL huisvesten een juridische strijd tegen PostNL. Dit naar aanleiding van de (forse) verlaging door PostNL van de vergoedingen die zij aan de winkeliers betaalt. Deze verlaging (van naar verluidt 25 tot 40%) was tegen het zere been van de Vereniging van Postale en Bancaire retailers (“VVP”) die een kort geding aanspande namens de winkeliers. Volgens de VVP maakte PostNL onder meer misbruik van haar machtspositie door eenzijdig de vergoedingen te verlagen. Dat zou volgens VVP in strijd zijn met artikel 24 Mededingingswet en artikel 102 VWEU. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag was echter van oordeel dat sprake was van een onvoldoende spoedeisend belang en wees de vorderingen van VVP om die reden af.

Universele Postdienst

De conflicten tussen postvervoerbedrijven zien ook op segmenten waarop nog geen concurrentie tot stand is gekomen, maar die wel effect hebben op de segmenten waarop wel concurrentie plaatsvindt. Zo is PostNL nog steeds de enige aanbieder van (tijdkritische) consumentenpost (de universele postdienst, “UPD”). Voor die dienstverlening wordt PostNL gecompenseerd door de inkomsten uit de verkoop van postzegels. Een belangwekkende procedure betreft de procedure tegen de (almaar stijgende) postzegelprijs. Sinds 2010 is de prijs voor een postzegel immers gestegen van 44 eurocent naar 83 eurocent per 1 januari 2018. Daartegen is door een concurrent van PostNL, Sandd, beroep ingesteld. Sandd heeft in de beroepsprocedure aangevoerd dat PostNL wordt “overgecompenseerd” door de opbrengsten die PostNL behaalt met de verkoop van haar postzegels. Die overcompensatie zou een concurrentievoordeel voor PostNL ten opzichte van Sandd opleveren. De Rechtbank Rotterdam is het in haar voorlopig oordeel (in ieder geval deels) eens met Sandd. De Rechtbank oordeelde immers dat naar haar voorlopig oordeel het rendement waarop PostNL recht zou hebben niet tot tarieven zou leiden die op kosten gebaseerd zijn, hetgeen op grond van de Europese Postrichtlijn wel vereist is. De Rechtbank Rotterdam zag aanleiding om prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie te stellen teneinde duidelijkheid te verkrijgen over enkele normen uit de Postrichtlijn. Naar verwachting zal deze procedure dit jaar vervolgd worden bij het Hof. De procedure zal met de nodige interesse worden gevolgd: indien vast komt te staan dat PostNL wordt overgecompenseerd, staat ook vast dat consumenten jarenlang te veel hebben betaald voor een postzegel.

Een ander mogelijk gevolg van de almaar stijgende postzegelprijs is de aankondiging van de regering in het regeerakkoord om te onderzoeken of aanbesteding van de UPD voorkeur verdient boven het huidige model waarbij PostNL is aangewezen als UPD-verlener en daarvoor wordt gecompenseerd. In 2017 is al een rapport van Rebel en KWINK verschenen waarin de UPD werd geëvalueerd. Conclusie daarvan was dat de beleidsstappen van de afgelopen jaren onvoldoende zijn om de toekomstbestendigheid van de UPD te garanderen. Zoals al in een eerder rapport door WIK werd bericht, is er een niet onaanzienlijk risico dat de tarieven voor de UPD nog verder zullen stijgen vanwege de dalende volumes. Daarmee zou de betaalbaarheid van de UPD nog verder onder druk komen te staan. De postmarkt zou daardoor in een negatieve spiraal terecht kunnen komen waarbij de almaar stijgende postzegelprijs tot gevolg heeft dat steeds minder consumenten en bedrijven brieven versturen.

Ex ante regulering 24-uurs post

Verder zal er dit jaar meer duidelijkheid komen over (de rechtmatigheid van) het marktanalysebesluit 24-uurs post. In dat AMM-besluit legt ACM immers de verplichting aan PostNL op om concurrerende postvervoerbedrijven toegang tot haar netwerk te verlenen. Daardoor worden concurrerende postvervoerbedrijven in staat gesteld om ook 24-uurs post te kunnen (laten) bezorgen. Die toegang moet PostNL bovendien tegen gereguleerde tarieven verlenen. Tegen het AMM-besluit is door verschillende partijen, waaronder ook PostNL, beroep ingesteld.

Europese ontwikkelingen

Ook op Europees niveau is een aantal interessante ontwikkelingen te verwachten. Zo wordt de Europese Postrichtlijn voor het eerst sinds de volledige liberalisatie van de postmarkten in Europa geëvalueerd (zie ook de brief van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat hierover). De Postrichtlijn heeft ten grondslag gelegen aan de liberalisering van de nationale postmarkten in de Europese lidstaten en heeft voor alle lidstaten bovendien een minimum kwaliteitsniveau voor de UPD bepaald. Zoals de staatssecretaris te kennen geeft, zijn de eerste voorbereidingen voor de herziening van de Postrichtlijn inmiddels gestart. Hoewel onzeker is wat de uitkomsten hiervan zullen zijn (en die uitkomsten niet voor 2019 worden verwacht), is in ieder geval aannemelijk dat de wijzigingen van de Postrichtlijn als gevolg van deze evaluatie belangrijke gevolgen zullen hebben voor de huidige nationale postwetten in Europa.

Tot slot wordt in 2018 de Verordening betreffende grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten verwacht. De Verordening maakt onderdeel uit van de algehele sectorstudie van de Europese Commissie naar e-commerce en de Digital Single Market. Het doel van de Verordening is tweeledig: enerzijds wordt met de Verordening beoogd om prijstransparantie te bewerkstelligen. Op grond van de Verordening dienen immers alle aanbieders van pakketbezorgdiensten die pakketten ophalen, sorteren, vervoeren en/of distribueren hun tarieven voor nationale en grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten openbaar te maken. Die verplichting zou kleine en middelgrote e-retailers in staat stellen om prijzen van pakketvervoerders te vergelijken. Anderzijds dienen de nationale regelgevende instanties op grond van de Verordening na te gaan of de tarieven die aanbieders van pakketbezorgdiensten hanteren die onder de universele postdienst vallen (in Nederland is dat PostNL) onredelijk hoog zijn.