Nadat het Europees Parlement op 15 januari het nieuwe wetgevingspakket tot modernisering van het Europees aanbestedingsrecht had goedgekeurd, is dat pakket definitief vastgesteld na goedkeuring door de Raad op 11 februari 2014. Het pakket bestaat uit drie richtlijnen: één ter vervanging van de Richtlijn klassieke overheden 2004/18/EG, één ter vervanging van de Richtlijn nutssectoren 2004/17/EG en één geheel nieuwe Richtlijn concessies. Het pakket beoogt onder meer MKB-bedrijven betere toegang te verlenen tot overheidsopdrachten en bevat verder regels tot verkorting van termijnen en met betrekking tot het wijzigen van contracten gedurende de looptijd.

Flexibele procedures

Het pakket moet leiden tot simplificatie en flexibilisering van de huidige procedures. Dit gebeurt onder andere door (i) de toepassingsmogelijkheden voor de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking uit te breiden; (ii) de invoering van vereenvoudigde procedures voor decentrale overheden en publiekrechtelijke instellingen; en (iii) de verkorting van termijnen met bijna een derde. Opdrachtgever mogen voortaan de termijn van inschrijving in overleg met deelnemers vaststellen.

Publiek-publieke samenwerking/Teckal

De Richtlijnen codificeren de rechtspraak van het Hof van Justitie EU met betrekking tot de quasi-inhouse aanbestedingen, waarbij het criterium dat de opdrachtnemende entiteit het merendeel van haar activiteiten moet verrichten ten behoeve van de haar controlerende entiteit is gefixeerd op 80%. Proportionaliteit en toegang MKB

Het MKB krijgt een betere toegang tot overheidsopdrachten doordat aanbestedende diensten worden aangespoord - en zelfs door de lidstaten mogen worden verplicht - opdrachten in percelen te splitsen. Het gebruik van een Eigen verklaring is niet verplicht, maar aanbestedende diensten moeten deze wel accepteren.

De proportionaliteitseis is expliciet in de nieuwe regelgeving opgenomen. Het richtlijnenpakket wijkt daarbij op bepaalde punten af van de Nederlandse Gids proportionaliteit, bijvoorbeeld met betrekking tot de omzeteis. Daar waar de Gids proportionaliteit deze eis maximeert op drie maal de contractwaarde, maximeren de nieuwe richtlijnen hem op twee maal de contractwaarde, behoudens de mogelijkheid om daar gemotiveerd van af te wijken.

Nieuw verlicht regime voor bepaalde diensten

Het lichte regime voor de zogeheten 2B-diensten verdwijnt in zijn huidige vorm en wordt vervangen door een eenvoudige procedure, met alleen een aankondiging en een gunningsbericht, voor maatschappelijke diensten en diensten met betrekking tot onder andere gezondheidszorg, onderwijs en horeca (verlicht regime-diensten).

Drempelbedragen

De drempelbedragen waarboven een overheidsdienst verplicht is een aanbesteding uit te schrijven vloeien voort uit de WTO Agreement on Government Procurement en zijn daarom niet gewijzigd. Een nieuwe categorie wordt toegevoegd voor verlicht regime-diensten. Het betreft de volgende drempelbedragen:

  • € 5.186.000,-- voor overheidsopdrachten voor werken
  • € 134.000,-- voor overheidsopdrachten voor leveringen en diensten gegund door centrale overheidsinstanties
  • € 207.000,-- voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten gegund door decentrale overheidsinstanties
  • € 750.000,-- voor verlicht regime-diensten

Economisch Meest Voordelige Inschrijving

EMVI wordt het standaardcriterium voor het gunnen van een opdracht. Daarbij is het toegestaan een vaste prijs te hanteren. Er wordt meer ruimte geboden voor het vragen naar keurmerken en certificaten, waaraan wel eisen worden gesteld. De aanbestedende dienst mag bij een opdracht voor diensten rekening houden met de kwaliteit van het personeel dat de opdracht gaat uitvoeren. Indien nodig om een adequaat niveau van mededinging te verkrijgen is verlenging van termijnen voor referenties mogelijk.

Wezenlijke wijzigingen

Het pakket behelst codificatie van Europese jurisprudentie over het wijzigen van opdrachten gedurende de looptijd. Een nieuwe aanbestedingsprocedure is vereist in geval van materiële wijzigingen van de oorspronkelijke opdracht, in het bijzonder van de reikwijde en de omschrijving van de wederzijdse rechten en plichten. Deze wijzigingen tonen dat de partijen de intentie hebben opnieuw te onderhandelen over de wezenlijke voorwaarden van die opdracht. Hiervan is sprake wanneer de gewijzigde voorwaarden invloed zouden hebben gehad op het resultaat van de procedure, als zij deel hadden uitgemaakt van die oorspronkelijke procedure.

Wijziging van een opdracht is toegestaan wanneer de omstandigheden en procedure voor wijziging reeds zijn beschreven in de aanbestedingsdocumentatie. Een nieuwe aanbesteding kan achterwege blijven wanneer een verandering van opdrachtnemer vanwege technische of economische redenen niet goed mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de interoperabiliteit van diensten of materialen. De hoogte van de kosten en/of de mate van inspanning voor een opdrachtgever bij een nieuwe uitschrijving kunnen ook een rol spelen bij de vraag of opnieuw aanbesteden verplicht is. Het uitschrijven van een nieuwe aanbesteding is niet vereist indien de wijziging in de waarde van de opdracht (i) minder bedraagt dan de drempelbedragen, en (ii) minder dan 10% van de initiële opdrachtwaarde bedraagt in geval van diensten en leveringen en 15% in geval van werken.

Innovatie en CSR

De nieuwe regels beogen de rol van andere factoren dan de prijs te vergroten bij selectie, zoals milieueffecten, sociale factoren en innovatiepotentieel. Lidstaten moeten zeker stellen dat aanbestedende diensten rekening kunnen houden met innovatie en met de specifieke behoeftes van verschillende gebruikerscategorieën, inclusief achtergestelde en kwetsbare groepen. Contractpartijen kunnen op basis van een nieuwe procedure een zogeheten innovatiepartnerschap aangaan voor het ontwikkelen en de aankoop van innovatieve werken, leveringen en diensten.

Concessierichtlijn

De concessierichtlijn voorziet in minimumcoördinatie van nationale procedures en ziet op zowel werken als diensten. De richtlijn is van toepassing op opdrachten met een waarde boven het drempelbedrag van € 5.186.000,--. De richtlijn heeft tot doel het waarborgen van transparantie, gelijkheid en rechtszekerheid bij de gunning van concessies. Er geldt een licht aanbestedingsregime. Het gunningscriterium EMVI is bijvoorbeeld niet voorgeschreven.

Omzetting

De nieuwe richtlijnen treden in werking 20 dagen na de publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie, waarvan de datum nog niet bekend is. De lidstaten zijn verplicht de richtlijnen binnen 24 maanden na deze publicatie om te zetten in hun nationale wetgeving, behoudens een aantal specifieke bepalingen waarvoor een langere omzettingstermijn geldt.

Voor de nationale wetgever is er weer werk aan de winkel. Aanpassing van de recentelijk vastgestelde Aanbestedingswet 2012 (in werking getreden op 1 april 2013) is noodzakelijk om het nieuwe richtlijnenkader te implementeren. Dat geldt onder meer voor de verkorting van termijnen, de invoering van een nieuw verlicht regime voor sommige diensten en de aanpassing van de Gids proportionaliteit.