Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 5 juni 2014 een belangrijk arrest gewezen in de zaak Public Relations Consultants Association Ltd v. Newspaper Licensing Agency Ltd and others (C-360/13), waarbij het besliste dat de reproductie van auteursrechtelijk beschermde werken op schermen van internetgebruikers, evenals het cachen van internetpagina’s bij het surfen geen auteursrechtelijke inbreuk kan uitmaken, aangezien dergelijke reproducties dienen te worden beschouwd als tijdelijke reproductiehandelingen in de zin van artikel 5 van de richtlijn informatiemaatschappij 2001/29/EG.

De beslissing van het HJEU

PRCA (Public Relations Consultants Association Ltd.) is een organisatie die de eindgebruikers vertegenwoordigt van de Meltwater online mediamonitoringdienst. Concreet stelt Meltwater monitoringverslagen over op internet gepubliceerde persberichten online ter beschikking. De verslagen worden opgesteld aan de hand van door de eindgebruikers opgegeven trefwoorden. NLA (Newspaper Licensing Agency Ltd), een door krantenuitgevers in het Verenigd Koninkrijk opgericht orgaan verantwoordelijk voor de licentieverlening met betrekking tot de inhoud van kranten, verdedigde dat Meltwater toestemming moet verkrijgen om de mediamonitoringdienst te verrichten, net zoals de eindgebruikers, die volgens haar toestemming moeten verkrijgen om de mediamonitoringdienst te raadplegen op de webpagina van Meltwater. 

Wat dat laatste aspect betreft, betoogde NLA dat het raadplegen van de internetsite ertoe leidt dat kopieën worden gemaakt op het computerscherm van de gebruiker en in het internetcachegeheugen van de harde schijf van de computer. Volgens haar kan een auteur dergelijke reproducties verbieden op basis van het reproductierecht dat exclusief aan hem toekomt (zie in die zin artikel 2 van richtlijn informatiemaatschappij). PRCA verdedigde dat voor het ontvangen van dergelijke monitoringsverslagen geen licentie noch toelating vereist is, aangezien het in casu gaat om tijdelijke reproductiehandelingen, die in de zin van artikel 5, lid 1 van de richtlijn informatiemaatschappij zijn vrijgesteld van dit reproductierecht. 

Hoewel het Supreme Court of the United Kingdom PRCA volgde in haar argumentatie en oordeelde dat de eindgebruikers, allen leden van PRCA, geen toestemming van de rechthebbenden nodig hebben om de monitoringsverslagen te raadplegen op de internetsite van Meltwater, oordeelde dit Hof dat het opportuun was om omtrent de uitlegging van artikel 5 van de richtlijn informatiemaatschappij een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie, waarbij de vraag werd gesteld of dergelijke kopieën op het scherm en in het cachegeheugen dienen te worden beschouwd als tijdelijke reproductiehandelingen in de zin van artikel 5, 1 van de richtlijn informatiemaatschappij, en dus buiten het exclusieve reproductierecht van de auteur vallen. 

Aangezien de verwijzende rechter oordeelde dat de vierde en vijfde voorwaarde van artikel 5, lid 1 vervuld waren, beperkte het Hof zich tot een analyse van de eerste tot en met de derde voorwaarde van dit artikel. In se draaide de kern van de zaak dus om de vraag of kopieën op het scherm en kopieën in het cachegeheugen, die door een eindgebruiker bij het raadplegen van een internetsite worden gemaakt, tijdelijk en van voorbijgaande of incidentele aard zijn en een integraal en essentieel onderdeel vormen van een technisch procedé, hetgeen dus impliceert dat dergelijke kopieën derhalve zonder toestemming van de houders van de auteursrechten mogen worden gemaakt.

In zijn arrest oordeelt het Hof dat dit inderdaad het geval is aangezien:

  • de kopieën van tijdelijke aard zijn, omdat zij op het scherm worden gewist zodra de internetgebruiker de geraadpleegde internetsite verlaat. Ook kopieën in het cachegeheugen worden volgens het Hof na verloop van tijd automatisch door andere gegevens vervangen.
  • de reproductiehandelingen een integraal en essentieel onderdeel vormen van een technisch procedé. Het Hof benadrukt dat deze twee voorwaarden cumulatief vervuld dienen te zijn, hetgeen volgens het Hof het geval is.

Vooreerst stelt het Hof dat de reproductiehandelingen integraal deel uitmaken van een technisch procedé, in de zin dat kopieën op het scherm en de kopieën in het cachegeheugen worden gemaakt en gewist bij de raadpleging van de internetsites. Het Hof benadrukt dat dergelijke tijdelijke reproductiehandelingen zowel aan het begin of aan het einde van het technische procedé kunnen plaatsvinden. Ook kan dergelijk procedé door menselijke tussenkomst op gang worden gebracht of worden beëindigd.

Ook oordeelt het Hof dat de reproductiehandelingen essentieel zijn in het kader van het technisch procedé, waarbij het stelt dat bij de huidige stand van zaken het maken van kopieën op het scherm en in het cachegeheugen noodzakelijk is voor de correcte en doeltreffende werking van de technologie voor de weergave van internetsites.

  • de reproductiehandelingen van “voorbijgaande” en “incidentele” aard dienen te worden beschouwd, waarbij het Hof benadrukt dat deze voorwaarden als alternatieve voorwaarden dienen te worden beschouwd. Volgens het Hof zijn de kopieën die gemaakt worden op het scherm van voorbijgaande aard, aangezien deze door de computer automatisch worden gewist wanneer de internetgebruiker de internetsite verlaat, en derhalve wanneer hij het voor de raadpleging van die site toegepaste technisch procedé beëindigt. Wat de kopieën in het cachegeheugen betreft, deze zijn volgens het Hof van incidentele aard aangezien de kopieën in de cache ten opzichte van het technisch procedé niet autonoom zijn en er geen eigen doel mee wordt nagestreefd.

Besluit

Dit arrest bevestigt dat internetgebruikers in de EU die louter een internetpagina openen en lezen onder de uitzondering van tijdelijke reproductie vallen, en dat dergelijke handelingen geen impliciete of expliciete toelating vereisen van de betrokken houders van auteursrechten. 

Let wel, het downloaden of printen van de auteursrechtelijk beschermde werken, evenals het doorsturen van deze gegevens aan derden of het exploiteren van deze gegevens met commerciële doeleinden zal buiten deze uitzondering vallen.