Op 20 mei 2015 werd de vierde anti-witwasrichtlijn aangenomen door het Europees Parlement en de Raad.

In uitvoering van deze Europese maatregel heeft de Belgische regering op 31 maart 2017 een voorontwerp van wet goedgekeurd. In dit voorontwerp van wet wordt een UBO-register geïntroduceerd waarin de uiteindelijke begunstigden van vennootschappen en andere juridische entiteiten moeten worden geïdentificeerd.

1 Principes van de Richtlijn

1.1 UBO-register

Ingevolge de vierde anti-witwasrichtlijn moeten de lidstaten uiterlijk op 26 juni 2017 beschikken over een centraal register (hierna “UBO-register”) waarin de uiteindelijke begunstigde (hierna “UBO”) van vennootschappen en andere juridische identiteiten wordt geïdentificeerd.

De Richtlijn legt de minimumvoorwaarden voor het UBO-register vast. Iedere lidstaat dient zelf een concrete invulling aan het UBO-register te geven.

In het op 31 maart 2017 goedgekeurde voorontwerp van wet geeft de Belgische regering uitvoering aan de Richtlijn.

In het Belgisch UBO-register dienen de UBO’s van de op Belgisch grondgebied opgerichte vennootschappen en andere juridische identiteiten te worden geïdentificeerd.

1.2 Wie is UBO?

Onder UBO’s worden de natuurlijke personen begrepen die de uiteindelijke eigenaars zijn van of de zeggenschap hebben over een juridische entiteit via het rechtstreeks of onrechtstreeks houden van een toereikend percentage van de aandelen, de stemrechten of het eigendomsbelang in die entiteit.

De Richtlijn acht deze voorwaarde voldaan indien een natuurlijke persoon meer dan 25% van de aandelen, stemrechten of het eigendomsbelang in de juridische entiteit bezit. Lidstaten kunnen echter een lager percentage opleggen.

Indien het niet mogelijk blijkt voormelde uiteindelijke eigenaars te identificeren, worden de natuurlijke personen die behoren tot het leidinggevend personeel van de entiteit aangemerkt als UBO.

Betreft de entiteit een trust, dan worden zowel de settlor, de trustees, de protector, de begunstigden en eventuele andere natuurlijke personen die zeggenschap over de trust uitoefenen als UBO geïdentificeerd. Hetzelfde geldt voor andere juridische constructies die vergelijkbaar zijn met trusts, zoals bijvoorbeeld stichtingen.

1.3 Welke gegevens komen in het UBO-register?

Het UBO-register moet toereikende, accurate en actuele informatie bevatten over de UBO, waaronder detailgegevens over de door de UBO gehouden economische belangen.

Uit de Richtlijn kan worden afgeleid dat het UBO-register minstens de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, alsook de nationaliteit en de woonstaat van de UBO dient te bevatten, samen met de aard en de omvang van het door de UBO gehouden belang.

1.4 Wie heeft toegang tot het UBO-register?

Het register is onbeperkt toegankelijk voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en voor Financiële Inlichtingeneenheden. Deze Financiële Inlichtingeneenheden zij onafhankelijke organen die zullen worden belast met het ontvangen, analyseren en uitwisselen van informatie ter zake witwassen en terrorismefinanciering.

Daarnaast kunnen meldingsplichtige entiteiten het UBO-register raadplegen in het kader van hun cliëntenonderzoek. Meldingsplichtige entiteiten zijn onder andere financiële instellingen, onafhankelijke beoefenaars van juridische beroepen, vastgoedmakelaars, …

Tot slot is het register toegankelijk voor alle personen en organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen. Deze belanghebbenden hebben in principe toegang tot de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, de nationaliteit en de woonstaat van de UBO, alsook tot de aard en de omvang van het door de UBO gehouden belang.

Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan door een lidstaat in een uitzondering worden voorzien van de principiële toegankelijkheid van het UBO-register voor bepaalde meldingsplichtige entiteiten en voor personen en organisaties die zich beroepen op een legitiem belang.

2 Implementatie in Belgische wetgeving

De Belgische regering heeft op 31 maart 2017 een voorontwerp van wet goedgekeurd. Het voorontwerp wordt ingediend bij de Raad van State voor advies. Nadien wordt het ontwerp aan het parlement voorgelegd ter stemming tot wet.

Uit het ontwerp dat bij het parlement zal worden ingediend, zal blijken welke concrete invulling België zal geven aan het UBO-register.

3 Ontwikkelingen in thuismarkten Nederland, Luxemburg en Zwitserland

Nederland heeft op 31 maart 2017 een concept wetsvoorstel openbaar gemaakt. De Nederlandse regering heeft een publieke internetconsultatie geopend, waarmee belanghebbenden de mogelijkheid hebben om te reageren op het concept wetsvoorstel. Voor meer informatie kan u hier terecht.

Luxemburg heeft nog geen ontwerp van wet gepubliceerd betreffende de implementatie van het UBO-register in de nationale wetgeving.

Zwitserland is als niet EU-lidstaat niet ontworpen aan de Richtlijn en kent daarom geen UBO-register.

* * * * *

Op basis van de Richtlijn dient het UBO-register uiterlijk op 26 juni 2017 beschikbaar te zijn in de lidstaten.