In de uitspraak van de Hoge Raad van 14 juli 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1356) werd de vraag aan de orde gesteld of sprake is van toerekenbare schijn van volmachtverlening waardoor het feitelijk ontbreken van de volmacht niet aan wederpartij kan worden tegengeworpen. De juridische ‘volmacht’ waarbij de volmachtgever de bevoegdheid verleent aan een ander, de gevolmachtigde, om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten, is voor het economische handelsverkeer een zeer belangrijk middel.

Juridisch interessant zijn de gevallen waarin de (pseudo)volmachtgever achteraf stelt dat de gevolmachtigde buiten zijn of haar bevoegdheid is getreden, of de (pseudo)volmachtgever achteraf stelt dat er überhaupt geen sprake was van een volmacht.

Uitgangspunt is dat slechts een rechtshandeling tot stand gekomen op basis van een toereikende volmacht, de volmachtgever bindt. De wederpartij wordt echter op een tweetal manieren tegen het ontbreken van een toereikende volmacht beschermd:

  • in gevallen waarbij sprake is van een aan de (pseudo)volmachtgever te wijten schijn van volmachtverlening, is de (pseudo)volmachtgever toch ten opzichte van de wederpartij gebonden;
  • de (pseudo)gevolmachtigde moet jegens de wederpartij instaan voor het bestaan en de omvang van de volmacht en is aldus aansprakelijk jegens de wederpartij indien achteraf een toereikende volmacht ontbreekt.

Volgens vaste jurisprudentie kan sprake zijn van een aan de (pseudo)volmachtgever toerekenbare schijn van volmachtverlening indien de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening aan de (pseudo)gevolmachtigde op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de (pseudo)volmachtgever komen, en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid (HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671).

Begin dit jaar heeft de Hoge Raad bevestigd dat voornoemd risicobeginsel niet zo ver gaat dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover de wederpartij gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de (pseudo)gevolmachtigde (HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142).

In de recente uitspraak heeft een notaris in het kader van een door partijen – zijnde Ter Heide c.s. en Metten c.s. – gezamenlijk verzochte splitsing van een appartementsrecht een stemverhouding opgenomen waartegen de (pseudo)volmachtgever – zijnde Ter Heide c.s. – zich achteraf verzet. De (pseudo)volmachtgever stelt dat de notaris een onjuiste stemverhouding in de splitsingsakte heeft opgenomen en de (pseudo)volmachtgever daarvoor nimmer zijn akkoord heeft gegeven.

De wederpartij – zijnde Metten c.s. – stelt echter dat in de splitsingsakte uitdrukkelijk staat vermeld dat alle appartementseigenaren de notaris een volmacht hebben verleend en dat de notaris genoegzaam van het bestaan van de volmachten is gebleken.

De notaris erkent in een getuigenverhoor dat hij inderdaad niet beschikte over een toereikende volmacht van de (pseudo)volmachtgever om akkoord te gaan met de stemverhouding zoals die in de door de notaris als gevolmachtigde van alle betrokkenen getekende splitsingsakte is opgenomen.

De vraag die dan nog moet worden beantwoord door de rechters is of sprake is van een schijn van volmachtverlening die de wederpartij beschermt tegen het ontbreken van de toereikende volmacht. De wederpartij stelt in dat kader dat het bestaan van de volmacht in de splitsingsakte is opgenomen én dat de (pseudo)volmachtgever niet op een voor de wederpartij kenbare wijze heeft aangegeven dat zij het niet eens was met de stemverhouding die was opgenomen in de splitsingsakte die de notaris ter goedkeuring per email aan alle betrokkenen had gezonden.

Volgens de Hoge Raad mocht de wederpartij – zonder nadere motivering – niet uit het enkele nalaten van de (pseudo)volmachtgever om te reageren op de concept splitsingsakte afleiden dat die akte een weerslag vormde van de wensen van de (pseudo)volmachtgever. Volgens de Hoge Raad is daardoor geen sprake van een aan de (pseudo)volmachtgever toerekenbare schijn van volmachtverlening. Gevolg daarvan is dat de stemverhouding in een nieuwe splitsingsakte alsnog moet worden aangepast.