Mededingingsrechtelijke geschillen spelen zich voor een belangrijk deel af bij de mededingingsautoriteiten en de bestuursrechter. Tussen ondernemingen wordt echter ook regelmatig bij de civiele rechter over mededingingsrechtelijke onderwerpen gediscussieerd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan onenigheid over een distributierelatie of een geschil over licenties (een overzicht van de civiele rechtspraak op het gebied van mededingingsrecht staat in de kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2015). Ook de kartelschadezaken die in Nederland lopen (eerdere berichten over deze procedures schreven wij hier, hier en hier), zijn bij uitstek voorbeelden van zaken met belangrijke mededingingsaspecten die bij de civiele rechter worden uitgeprocedeerd.

Door een tweetal recente wetsvoorstellen zal Nederland nog aantrekkelijker worden voor kartelschadeclaims. Ook een Amerikaans wetsvoorstel belooft een flinke impact te hebben op, met name, kartelschadezaken in Nederland.

Wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie

Nederland kent al sinds de jaren ’90 een collectieve actie waarbij een stichting of vereniging een vordering kan instellen om op te komen voor de belangen van andere personen, voor zover zij deze belangen behartigt. Deze collectieve actie is de afgelopen jaren regelmatig gebruikt, bijvoorbeeld in het kader van een procedure over het passief kiesrecht van vrouwen en procedures over effectenlease-overeenkomsten.

Tot op heden wordt de collectieve actie niet gebruikt voor het verhalen van schade die het gevolg is van een kartel. Daar is een simpele reden voor: de collectieve actie kan tot op heden niet worden gebruikt om schadevergoeding te vorderen. In het huidige wetsartikel (artikel 3:305a BW) is uitdrukkelijk opgenomen dat een vordering in een collectieve actie niet kan strekken tot een schadevergoeding in geld. Dat maakt de collectieve actie minder interessant voor kartelschadezaken waarin de discussie over de hoogte van de schade nu juist een belangrijk onderwerp is en in sommige gevallen zelfs de kern van het geschil raakt.

Een recent wetsvoorstel beoogt een einde te maken aan deze beperking voor collectieve acties. Middels het wetsvoorstel wordt het verbod op het vorderen van schadevergoeding uit de wet geschrapt. Het wetsvoorstel bevat wel een aantal waarborgen die moeten voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van de collectieve schadevergoedingsactie. Een van die waarborgen ziet bijvoorbeeld op het vereiste van een “nauwe band met de Nederlandse rechtssfeer”. Het is afwachten hoe dergelijke vereisten gaan uitkristalliseren in de uiteindelijke wet en in de praktijk maar in potentie biedt het wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsacties een interessante nieuwe optie om schadevergoeding in kartelschadezaken te vorderen. Ondertussen zit er weinig beweging in de ontwikkeling van collectieve schadeafwikkelingsmechanismen op Europees niveau. Als gevolg van het wetsvoorstel zal Nederland dan ook haar leidende positie op dit terrein kunnen uitbouwen.

Netherlands Commercial Court

Mededingsrechtelijke geschillen (zoals procedures over distributierelaties of schadevergoedingsacties naar aanleiding van kartels) zijn al snel een internationale aangelegenheid. Als bij de Nederlandse civiele rechter over dergelijke onderwerpen wordt geprocedeerd, komt het regelmatig voor dat zowel de eisende partijen als de gedaagden internationale ondernemingen zijn. Zelfs als bedrijven in Nederland zijn gevestigd, wordt in de loop van de procedure vaak overlegd met, bijvoorbeeld, de juridische afdeling van het buitenlandse hoofdkantoor.

In de praktijk leidt dit tot tamelijk onhandige situaties. Processtukken worden vertaald naar het Engels en terug naar het Nederlands nadat ruggespraak is gehouden met de cliënt, zittingszalen worden bevolkt door tolken die een vertaling van de pleidooien verzorgen, en uitspraken worden met spoed vertaald om de achterban zo snel mogelijk te informeren. Om die reden kiezen partijen er regelmatig voor om dergelijke geschillen in andere landen uit te vechten of in arbitrage te beslechten (waar partijen de vrijheid hebben om in het Engels te procederen). Dat terwijl het Nederlandse rechtssysteem op zichzelf goed geschikt is voor de behandeling van internationale geschillen (rechters hebben veel ervaring met internationale geschillen en het is aanzienlijk minder kostbaar dan procederen in het buitenland).

Een recent wetsvoorstel beoogt de positie van Nederland als forum voor de afwikkeling van internationale geschillen verder te versterken. Op initiatief van de rechterlijke macht, is een voorstel gedaan voor de oprichting van de Netherlands Commercial Court. Het is de bedoeling dat bij de Netherlands Commercial Court grote handelsconflicten efficiënt worden afgewikkeld door rechters die gespecialiseerd zijn in dat soort geschillen. Belangrijk onderdeel daarvan is dat het mogelijk wordt, als partijen daarvoor kiezen, om in het Engels te procederen.

Onder het huidige voorstel wordt de Netherlands Commercial Court een nieuwe internationale handelskamer van de rechtbank Amsterdam en het Hof Amsterdam (voor zaken in hoger beroep). Er wordt een landelijke poule van rechters gecreëerd die beschikken over de kennis en ervaring met internationale handelsgeschillen om de procedures zo efficiënt mogelijk af te wikkelen.

Voor mededingingskwesties brengt dit voorstel een aantal praktische voordelen mee. Ten eerste kunnen de eerder besproken vertalingsperikelen worden opgelost als partijen ervoor kiezen om te procederen in het Engels. Ten tweede komt het wetsvoorstel tegemoet aan de behoefte aan gespecialiseerde rechtspraak op het gebied van mededingingsrecht. Uit een onderzoek van de Raad voor de rechtspraak, bleek dat mededingingsrecht een van de vakgebieden is waar behoefte bestaat aan behandeling door gespecialiseerde rechters. Het wetsvoorstel voor de Netherlands Commercial Court lijkt de nodige vrijheid te bieden bij de indeling van de poule van rechters. Dat zorgt ervoor dat ruimte bestaat om mededingingsspecialisten in te delen bij procedures met mededingingsrechtelijke raakvlakken.

De consultatie rondom het wetsvoorstel is inmiddels afgerond. Het is de bedoeling dat het voorstel op korte termijn wordt aangenomen en dat het Netherlands Commercial Court op 1 januari 2018 van start gaat. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Ontwikkelingen Verenigde Staten

Onafhankelijk van de ontwikkelingen in Nederland, kan een wetsvoorstel in de Verenigde Staten een grote invloed hebben op Nederlandse kartelschadepraktijk. Op 9 maart 2017 heeft het Huis van Afgevaardigden een wetsvoorstel aangenomen om het Amerikaanse class action systeem te hervormen. De hervormingen introduceren aanzienlijk striktere regels voor dit type procedures. Het wetsvoorstel stelt bijvoorbeeld de eis dat alle benadeelden in de class action gelijke schade hebben geleden. In de woorden van het voorstel: “each class member has suffered the same type and scope of injury”. Het lijkt erop dat eisers in veel kartelschadezaken niet aan dit voorschrift kunnen voldoen.

Als het voorstel wordt aangenomen, is procederen in de Verenigde Staten plotseling een stuk minder aantrekkelijk. In combinatie met de wetsvoorstellen die in Nederland zijn geïntroduceerd, kan dit nog wel eens een flinke boost geven aan partijen die in Nederland efficiënt schadevergoeding willen claimen.