Het advies “Opwekking van duurzame energie op rijksgronden” (het “Advies”) van het College van Rijksadviseurs (“Cra”) kan een belangrijke bouwsteen gaan vormen bij het toekomstige overheidsbeleid inzake de energietransitie. Het Cra komt in het advies met vijf speerpunten om zonne- en windenergie op een ruimtelijk verantwoorde manier op te wekken. De vijf speerpunten zijn: experimenteer, differentieer, concentreer, integreer en coöpereer. Het advies is een duidelijke aanwijzing aan overheden om verrommeling van het landschap door de energietransitie tegen te gegaan. Dat resulteert in minder maatschappelijke weerstand en een soepeler doorgang van de energietransitie.

Het Cra is een gezaghebbend onafhankelijk onderzoeksinstituut dat het Rijk adviseert over ruimtelijke kwaliteit. Het Advies is primair een advies aan de Rijksoverheid over de mogelijkheid om duurzame energie op te wekken op de gronden in eigendom van het Rijk. Het Cra adviseert een integraal perspectief te hanteren, dat breder is dan alleen de beschikbaarheid van ruimte op die gronden waardoor het advies verder reikt dan de gronden van het Rijk. De speerpunten uit het Advies zijn ook relevant voor het opwekken van energie op andere gronden en door andere (lagere) overheden. Sommige aanbevelingen hebben een algemeen karakter en zijn ook goed toe te passen door projectontwikkelaars en particulieren. Overheden en ontwikkelaars zullen met het advies aan de slag moeten. Concreet geeft het Cra de volgende vijf aanwijzingen:

  1. Zet als (rijks)overheid alle beschikbare middelen in om te experimenteren en innovaties aan te jagen, waaronder beleid, wet- en regelgeving, gronden en vastgoed. Besef daarbij dat experimenten ook mogen mislukken
  2. In plaats van alleen te focussen op duurzame energie, moet er ook aandacht besteed worden aan andere onderdelen van de energietransitie zoals energiebesparing.
  3. Wek energie grootschalig en geconcentreerd op in de daarvoor geschikte gebieden. Schaalvergroting van opweklocaties is kosteneffectief en bepekt ruimtelijke impact.
  4. Integreer en combineer de verschillende opgaven van de energietransitie. Zo kan gedacht worden aan het integreren van zonnepanelen in nieuwe bebouwing
  5. Werk samen met andere stakeholders, zoals grondeigenaren, omwonenden, energiebedrijven en andere (lagere) overheden.

Het advies kan worden begrepen als een oproep aan het Rijk en decentrale overheden om met de speerpunten aan de slag te gaan bij de uitvoering van de energietransitie. In dat kader roept het Cra de Ministeries van BZK en EZK op om zo snel mogelijk in samenspraak met provincies en gemeenten een Nationale Structuurvisie Energie (NSE) op te stellen en daarmee de vijf aanwijzingen en het rijksbeleid inzake de energietransitie te voorzien van een juridische basis en beleidsmatige verankering. Op dit moment bestaan er al structuurvisies die zien op het opwekken van duurzame energie. Zo is het rijksbeleid inzake de inpassing van windturbines opgenomen in de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee en Rijksstructuurvisie Windenergie op land. In een NSE kan een langetermijnvisie worden uitgewerkt aan de hand van de vijf speerpunten zodat het rijksbeleid inzake de energietransitie integraal wordt benaderd. Juist die integrale benadering kan ervoor zorgen dat de maatschappelijke weerstand beperkt blijft.

Verder constateert het Cra dat veel decentrale overheden zelfstandige doelstellingen hebben vastgesteld met betrekking tot het maken van een regionale energietransitie. Gelet op de klimaatdoelen van Parijs is het een goede zaak dat decentrale overheden hun steentje willen bijdragen, maar zij moeten vermijden dat er ‘een confetti van windmolenparken en zonnevelden’ ontstaat. Het Cra vreest namelijk dat ruimtelijke fragmentatie en versnippering leiden tot maatschappelijke weerstand, waardoor duurzame energieprojecten minder snel worden gerealiseerd. Geadviseerd wordt daarom niet te focussen op energieneutraliteit binnen de regio- of projectgrenzen of op het maximaliseren van Petajoules, maar om de plannen in de nationale context van de energietransitie te zien.

Hiermee roept het Advies decentrale overheden op om over de grens van hun eigen grondgebied te kijken en om samen te werken met andere overheden. Ook wij constateren dat veel decentrale overheden zich voornemen hun gebied energieneutraal te maken of een bepaalde hoeveelheid megawatt aan duurzame energie op te wekken op korte termijn. In het kader van de goede ruimtelijke ordening is denkbaar dat decentrale overheden rekening moeten gaan houden met het Advies.

Tot slot

Het is nu aan het Rijk en de decentrale overheden om deze speerpunten om te zetten in beleid en besluiten. Vooruitlopend op een NSE zouden overheden goed aan doen om in het kader van de goede ruimtelijke ordening rekening te houden met het Advies bij het nemen van besluiten of bij het vaststellen van beleid. De adviezen met een bredere strekking zijn ook nuttig voor particuliere partijen. Door de goede lessen en het brede bereik kan het advies een nuttige bijdrage leveren aan de energietransitie.