De Stichting Naleving Cao voor Uitzendkrachten (‘SNCU’) is de voorlichter, toezichthouder en handhaver van de Cao voor Uitzendkrachten (zowel ABU als NBBU). De SNCU heeft de bevoegdheid om te controleren of een uitzendbureau onder de werkingssfeer van de cao valt, en zo ja, of dit op juiste wijze wordt nageleefd. De SNCU wisselt in dat verband op regelmatige basis informatie uit met onder meer de Belastingdienst en de Inspectie SZW. Op het moment dat vermoed wordt dat een uitzendbureau verplicht is de cao toe te passen maar de cao niet (juist) toepast, dan onderneemt de SNCU actie. Het is dan aan het uitzendbureau om aan te tonen dat zij ofwel niet onder de cao valt, ofwel dat zij de cao wel op juiste wijze toepast. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch mocht recentelijk over deze problematiek een uitspraak doen.

Wat was er aan de hand?

Synapsis B.V. (‘Synapsis’) was oorspronkelijk een eenmanszaak en ontstaan vanuit een particulier initiatief. Als een soort leer-werkprogramma voerde Synapsis met mensen die een achterstand op de arbeidsmarkt hadden en bij haar in dienst waren gekomen, projecten uit bij derden. Deze werknemers werden in die projecten intensief begeleid door een meewerkend voorman, die ook in dienst was van de eenmanszaak. De constructie die daartoe was opgezet, was afgestemd met de belastingdienst en (toen nog) het GAK. Als gevolg van de groei van de opdrachten, heeft Synapsis op enig moment ook ‘reguliere’ werknemers in dienst genomen. Omdat Nederlandse werknemers vaak niet bereid waren langer dan 1 à 2 dagen de werkzaamheden te verrichten, heeft Synapsis ervoor gekozen te gaan werken met Poolse werknemers, die wel bereid waren de werkzaamheden gedurende een langere periode te verrichten.

In december 2008 heeft de SNCU Synapsis verzocht om gegevens aan te leveren. Synapsis liet echter weten geen uitzendbureau te zijn en niet alle gegevens te kunnen overleggen. De SNCU laat echter niet los en stelt dat zij een vermoeden heeft dat Synapsis wel onder de cao valt, en SNCU laat vervolgens onderzoeksbureau VRO een onderzoek doen. Een jaar later wordt door een ander bureau (Providius) een werkingssfeeronderzoek gedaan, maar verzuimd werd om op dat moment ook bij de opdrachtgevers van Synapsis veldwerk te doen.

SNCU vraagt vervolgens de rechter om Synapsis te veroordelen tot naleving van de cao, tot nabetaling aan de betrokken werknemers van een door haar berekende materiële benadering van EUR 213.145,00, evenals een schadevergoeding aan SNCU zelf. SNCU haalt echter bakzeil bij de kantonrechter: de kantonrechter oordeelt in eerste aanleg dat niet duidelijk is geworden dat toezicht en leiding van de door Synapsis verrichte werkzaamheden bij de opdrachtgever lag. Daardoor stond niet vast of van uitzending sprake was.

In hoger beroep is dan in geschil of Synapsis een uitzendonderneming is, haar werknemers uitzendkrachten zijn en Synapsis uitzendovereenkomsten sluit met haar opdrachtgevers. Daarnaast voerde Synapsis aan dat mocht wel sprake zijn van uitzending, de omvang van de uitzendsom onvoldoende was om onder de cao te vallen.

Onder toezicht en leiding van een derde

Op grond van artikel 7:690 BW is een uitzendovereenkomst de overeenkomst waarbij de werknemer door de werkgever in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld aan een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde.

Onder ‘toezicht en leiding van een derde’ is niet verder omschreven in de wetsgeschiedenis. Een rechter zal daarom moeten aansluiten bij het gezagsvereiste zoals bedoeld in artikel 7:610 BW. De vraag is dus of de werknemers van Synapsis in feitelijke zin onder gezag stonden van de opdrachtgevers van Synapsis en derhalve niet onder dat van Synapsis zelf.

Oordeel van het hof

Het hof – evenals de kantonrechter – stelt dat op grond van hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast ligt bij de SNCU en dus niet bij Synapsis. Het is derhalve aan SNCU om zo nodig te onderbouwen dat Synapsis onder de cao valt. Uit de stukken kwam naar voren dat Synapsis zelf ook niet helder had op welke juridische basis zij haar werkzaamheden uitvoerde: soms werd gesproken van aanneming van werk, soms van contracting en soms van uitzending. Daarom oordeelt het hof dat aan de hand van de feitelijke omstandigheden geoordeeld zal moeten worden hoe deze arbeidsrechtelijke driehoeksverhouding wie toezicht en leiding liggen, zodat kan worden bepaald of sprake is van uitzendovereenkomsten. Daarbij overweegt het hof dat het niet aan Synapsis is om aan te tonen dat sprake is van aanneming van werk, noch om aan te tonen dat sprake is van contracting. Het is aan de SNCU om dit aan te tonen en de vordering van SNCU loopt hierop stuk.

De Stichting beroept zich dan op het rapport van Providius maar daaruit volgt volgens het hof onvoldoende steun voor de stelling dat in de controleperiode toezicht en leiding lag bij de opdrachtgevers. Dat had dan moeten blijken uit het VRO-onderzoeksrapport, maar dat doet het niet. Providius had echter geen werkingssfeeronderzoek gedaan bij de opdrachtgevers zelf en de controle door VRO was geen werkingssfeeronderzoek. Dat had de SNCU dus eerder moeten doen.

Kortom, SNCU heeft Synapsis jarenlang ‘gevangen’ gehouden maar slaagt er vervolgens niet in te bewijzen dat de cao van toepassing is. Synapsis trekt in deze zaak aan het langste eind maar de kans is groot dat SNCU in een voorkomend geval de hulp inschakelt van de Inspectie SZW voor het doen van een ‘veldonderzoek’.

Wij treden regelmatig op voor ondernemingen in cao-geschillen met ‘cao-politie’, binnen en buiten de uitzendbranche. Voor vragen hierover kunt u gerust contact met ons opnemen.