De vrijstelling voor het sociaal passief, die samen met het eenheidsstatuut werd ingevoerd om voor werkgevers de meerkost ervan te compenseren, wordt nu afgezwakt omdat ze gespreid moet worden over 5 jaar.

Zoals iedereen weet, werd de ontslagreglementering grondig aangepast door het eenheidsstatuut. Hierdoor ondervinden heel wat werkgevers een meerkost wanneer ze een werknemer ontslaan.

Om dit te compenseren voerde artikel 67quater van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 (WIB92) een fiscale vrijstelling voor sociaal passief in per werknemer die minstens 5 jaar anciënniteit heeft bereikt vanaf 1 januari 2014.

Inderdaad, door het eenheidsstatuut hebben bijvoorbeeld arbeiders na 5 jaar anciënniteit een hogere ontslagvergoeding.

1. Welke bedragen mogen vrijgesteld worden?

Vanaf aanslagjaar 2020 (boekjaar 2019) heeft elke werkgever het recht om een vrijstelling toe te passen van een bedrag dat overeenkomt met :

  • 3 weken bezoldiging, van het 6de tot en met het 20ste dienstjaar dat de werknemer begonnen is na 1 januari 2014;
  • een week bezoldiging vanaf het 21ste dienstjaar na 1 januari 2014.

Dit bedrag mag niet hoger zijn dan 2.600 euro (indexeerbaar). Het maximale bruto maandloon dat in aanmerking komt als berekeningsbasis voor de vrijstelling bedraagt :

  • 100% van de schijf van 0,01 euro tot 1.500 euro;
  • 30% van de schijf van 1.500,01 tot 2.600 euro;
  • 0% boven de 2.600 eur.

Het maximum bedrag van de bezoldigingen die voor de vrijstelling in aanmerking komt, moet per werknemer berekend worden. Deze moet gelijk zijn aan de gemiddelde bruto maandelijkse bezoldiging, voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage, en berekend over het totaal aantal maanden van het belastbaar tijdperk waarvoor de vrijstelling wordt aangevraagd.

De wet voorziet ook een formule om de wekelijkse bezoldiging te berekenen, namelijk door het maximumbedrag van de bruto maandelijkse bezoldiging te vermenigvuldigen met 3 en te delen door 13.

Ook als er geen meerkost is ten gevolge van het eenheidsstatuut mag deze vrijstelling worden toegepast.

2. Deze vrijstelling moet evenwel gespreid worden in de tijd

Deze vrijstelling moet "gespreid worden over het belastbaar tijdperk en de 4 volgende belastbare tijdperken ten belope van 20 % per belastbaar tijdperk", over 5 jaar dus.

Dit moet de staat wat meer ademruimte geven in de eerste jaren waarin deze vrijstelling van toepassing is.

Let op! Wanneer de betrokken werknemer de onderneming verlaat, is de gespreide vrijstelling van het overblijvende passief niet meer van toepassing en moet het totale vrijgestelde bedrag worden opgenomen in de winsten en baten van het belastbaar tijdperk waarin de tewerkstelling een einde neemt.

Deze wijziging is van toepassing vanaf 1 januari 2019.