In het Ontwerp Uittredingsakkoord dat de Europese Commissie eind februari heeft gepubliceerd, wordt voorgesteld om de bescherming van in de EU geregistreerde of verleende intellectuele eigendomsrechten van rechtswege in het Verenigd Koninkrijk te continueren, zonder deze opnieuw te beoordelen en zonder extra kosten. Het betreft weliswaar slechts een ontwerpakkoord, maar gezien de in maart overeengekomen overgangsregeling is het niet waarschijnlijk dat de uiteindelijke positie sterk zal afwijken van de in het ontwerpakkoord geschetste positie.

Het ontwerpakkoord bevat voorstellen om in het Verenigd Koninkrijk tot gelijkwaardige bescherming te komen op basis van EU-merken, internationale registraties waarin de EU is aangewezen, geregistreerde en niet-geregistreerde Gemeenschapsmodellen, communautaire kwekersrechten, databankenrechten, aanvullende beschermingscertificaten, plus geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en traditionele specialiteiten.

Over het algemeen komt de door de Commissie gevolgde benadering grotendeels overeen met de aanbevelingen vanuit het bedrijfsleven, al blijven sommige kwesties nog onbeantwoord (zoals met betrekking tot uitputting van rechten) en zullen andere bij sommigen weerstand kunnen oproepen (bijv. het voorstel met betrekking tot geografische oorsprongsaanduidingen en beschermde oorsprongsbenamingen). Een voordeel voor merkhouders is dat in het Verenigd Koninkrijk van rechtswege gelijkwaardige bescherming zou worden verkregen, zonder kosten voor de rechthebbende en zonder herbeoordeling, terwijl de prioriteit van het EU-recht gehandhaafd blijft.

Verlening van rechtswege

Conform de eerdere aanbevelingen uit haar position paper stelt de Commissie in feite voor dat aan houders van bovengenoemde rechten van rechtswege een Brits equivalent wordt verleend zonder dat een aparte aanvraag hoeft te worden ingediend, en zonder extra kosten. Dat equivalent zou ook de indienings-/prioriteitsdatum van het desbetreffende EU-merk hebben, en dezelfde beschermingstermijn.

Moeten merkhouders stappen ondernemen?

Zoals de Commissie in haar mededeling van 22 januari duidelijk maakte: “De voorbereiding op de uittreding is niet slechts een zaak voor de EU en de nationale autoriteiten, maar ook voor particuliere partijen. Behoudens eventuele overgangsregelingen die in een mogelijke uittredingsovereenkomst worden afgesproken, zullen de EU-regels inzake Uniemerken en Gemeenschapsmodellen met ingang van de uittredingsdatum niet langer van toepassing zijn in het Verenigd Koninkrijk.” Het ontwerpakkoord wekt echter wel degelijk de indruk dat de Commissie alles doet wat in haar vermogen ligt ter voorkoming vaneen ‘nachtmerriescenario’ waarbij IE-rechten per 30 maart 2019 simpelweg eindigen.

Dat neemt niet weg dat bedrijven er verstandig aan doen hun huidige beleid betreffende het indienen, verlengen en beheren van aanvragen c.q. rechten tegen het licht te houden, en zich voor te bereiden op eventuele stappen die ze moeten nemen om de bescherming van hun rechten ook na de Brexit te waarborgen, zowel binnen de EU als in het Verenigd Koninkrijk. We adviseren daarom nu de volgende maatregelen te nemen:

  • Merkenportefeuille doorlichten, prioriteiten stellen en bekijken wat er uiteindelijk weg kan: maak van de gelegenheid gebruik om de rechten of klassen die niet langer relevant zijn in kaart te brengen, daarmee bespaart u straks kosten en stroomlijnt u uw portefeuille.
  • Neveneffecten inschatten: denk aan eventuele implicaties voor bestaande licentieovereenkomsten, verbodsmaatregelen/geschillen of strategieën om vervalsing tegen te gaan. (Het EU-beginsel van het vrije verkeer van goederen is straks mogelijk niet langer van kracht in het Verenigd Koninkrijk).

Wij kunnen u in dit verband bijstaan met advies.

Wat betekent dit voor houders van bestaande octrooirechten?

Zoals het er nu naar uitziet, verandert er niets aan de manier waarop in het Verenigd Koninkrijk octrooien kunnen worden verkregen, in stand worden gehouden of tot onderwerp van procedures kunnen worden gemaakt. Brexit maakt geen einde aan het Britse lidmaatschap van het Europees Octrooiverdrag (EOV), dat het Europees Octrooisysteem in het leven heeft geroepen. Het EOV is een multilateraal verdrag tussen de 38 landen die het hebben ondertekend. Na de Brexit wordt het Verenigd Koninkrijk een van de verdragslanden die geen EU-lid zijn. Ook na de Brexit kunnen ondernemingen dus een voor het Verenigd Koninkrijk geldig Europees Octrooi aanvragen. In de toekomst echter, wanneer het Unitair Octrooi met eenheidswerking en het Unified Patent Court verder vorm krijgt, zal dit alternatief voor het Europees Octrooi in theorie niet langer op het Verenigd Koninkrijk van toepassing zijn, hoewel de Britse regering desalniettemin stappen heeft gezet om het UPC-akkoord te ratificeren.