Sinds 1 juli 2019 moeten drijvers van type A en type B inrichtingen het bevoegd gezag verplicht informeren over de energiebesparende maatregelen die zij in de inrichting troffen. Wij schreven eerder een blog bij de introductie van deze informatieplicht. Op 16 september 2019 zond minister Wiebes een kamerbrief met de eerste resultaten van de informatieplicht naar de Tweede Kamer. De rapportages blijven achter en die achterstand wordt naar verwachting groter gelet op de naderende deadline voor inrichtingen met een energie-auditverplichting.

Drijvers van zogenoemde type A en type B inrichtingen moeten op grond van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit alle energiebesparende maatregelen treffen die zij in vijf jaar of minder kunnen terugverdienen.

Uit de Nationale Energieverkenning 2017 bleek dat zowel de naleving als de handhaving van deze verplichting achterbleef. Hierdoor werden de energiebesparingsdoelstellingen uit het Energieakkoord niet gehaald. Dit was de reden om een informatieplicht in artikel 2.15 lid 2 van het Activiteitenbesluit te introduceren.

Op grond van die informatieplicht moeten drijvers van inrichtingen uiterlijk 1 juli 2019 aan het bevoegd gezag melden welke energiebesparende maatregelen zij hebben getroffen. Inrichtingen die na 1 januari 2019 zijn opgericht, melden dat uiterlijk een jaar na oprichting (artikel 2.15 lid 10 van het Activiteitenbesluit). Inrichtingen die een energie-audit moeten indienen op grond van de Richtlijn energie-efficiëntie, moeten uiterlijk 5 december 2019 voor het eerst rapporteren (zie artikel 2.15 lid 11 van het Activiteitenbesluit). Zie voor de energie-auditverplichting het blog dat eerder op Stibbeblog verscheen.

Met de introductie van deze informatieplicht wilde de minister aan inrichtingen verduidelijken hoe zij invulling kunnen geven aan de energiebesparingsplicht. Volgens de minister wordt dat met de informatieplicht bereikt, doordat inrichtingen door de informatieplicht een drijfveer krijgen om over energiebesparing na te denken. Daarnaast moet deze informatieplicht ook de informatiepositie van het bevoegd gezag versterken, zodat het bevoegd gezag informatie-gestuurd de prioriteiten voor handhaving en toezicht kan bepalen.

Tegelijkertijd met de informatieplicht:

  1. introduceerde de minister ook een rekenmethodiek voor het berekenen van de terugverdientijd van energiebesparende maatregelen (artikel 2.16c jo. artikel 2.16d jo bijlage 10a Activiteitenregeling); en
  2. heeft hij de Erkende Maatregelenlijst (artikel 2.16 jo. Bijlage 10 Activiteitenregeling milieubeheer) geactualiseerd en daarvoor een digitaal loket bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ingericht.

Update stand van zaken

In de kamerbrief van 16 september 2019 geeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat de Tweede Kamer een update over de stand van zaken met betrekking tot de informatieplicht.

Ondanks de verrichte communicatie-inspanningen bij de introductie van de informatieplicht, blijven de ingezonden rapportages achter. Op 20 augustus 2019 waren slechts 27.426 rapportages ontvangen, terwijl er naar schatting tussen de 50.000 en 60.000 meldingsplichtige inrichtingen zijn.

Per 5 december 2019 komen daar dus nog meer meldingsplichtige inrichtingen bij, omdat dan de energie-auditplichtige inrichtingen voor het eerst moeten rapporteren (zie artikel 2.15 lid 11 van het Activiteitenbesluit).

De consequentie van het niet, niet juist of niet tijdig rapporteren van de getroffen energiebesparende maatregelen, bespraken wij uitgebreid in ons eerdere blog. De minister geeft overigens geen update over de kwaliteit of inhoud van de rapportages, maar slechts over de kwantiteit.

Overigens blijven niet alleen inrichtingen achter: om toegang te krijgen tot de door inrichtingen gerapporteerde energiebesparende maatregelen moeten gemeenten of gemandateerde omgevingsdiensten toegang aanvragen bij RVO.nl. Op dit moment hebben slechts 237 van de 355 gemeenten de toegang tot het digitale systeem geregeld.

Vervolg: inzetten op communicatie (en handhaving?)

Al bij de introductie van de informatieplicht investeerde de minister in een communicatiecampagne om inrichtingen te informeren over de informatieplicht en de energiebesparingsplicht. Zo stelde de minister € 1,8 miljoen beschikbaar om de branches en het bedrijfsleven te ondersteunen bij het voorlichtingstraject.

Bovenop deze € 1,8 miljoen stelt minister Wiebes nu € 306.000 aan additionele middelen aan MKB-Nederland beschikbaar om vanuit de branches ook na de zomer actief de communicatiecampagne voort te zetten. Deze campagne richt zich nu ook op de inrichtingen met een energie-auditplicht die uiterlijk op 5 december 2019 moeten rapporteren.

Ook wijst de minister op het geld dat beschikbaar is gesteld in het kader van de uitvoering van het Urgenda-vonnis (Kamerstukken II 2018-2019, 35 236, nr. 2). Volgens de recente conclusie van procureur-generaal Langemeijer en advocaat-generaal Wissink kan de uitspraak van het gerechtshof Den Haag in stand blijven (Parket bij de Hoge Raad 13 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:887). In het kader van het Urgenda-vonnis wordt voor de maatregel Versterking en ondersteuning van de uitvoering energiebesparingsverplichting €5 miljoen beschikbaar gesteld om achterblijvers nadrukkelijker aan te sporen de informatie aan te leveren en de verplichte energiebesparingsmaatregelen te treffen. Ook kan het bevoegd gezag hiermee de ontbrekende bedrijven en instellingen in hun gebied beter in kaart brengen en hen ondersteunen bij het voldoen aan de informatie- en energiebesparingsplicht.

Vooralsnog zijn de inspanningen van de minister gericht op het beter informeren en communiceren over de informatieplicht. Mochten rapportages ook dan achterwege blijven, sluiten wij niet uit dat de bevoegde gezagen hierop gaan handhaven. Uiteindelijk is de informatieplicht immers geïntroduceerd om de naleving van de energiebesparingsverplichting te vergroten. Bovendien zijn de energiebesparende maatregelen hard nodig om de doelstellingen van het Energieakkoord en het Klimaatakkoord te behalen.