De gemeente Steenwijkerland heeft onzorgvuldig onderzoek gedaan naar een meisje met psychische problemen en haar ten onrechte hulp geweigerd. Dat oordeelde de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in een uitspraak van 1 mei 2017.

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet (Jw), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Eerder al oordeelde de CRvB dat gemeenten de huishoudelijke hulp van ouderen onder de Wmo 2015 niet zomaar in mochten trekken. De hoogste bestuursrechter heeft nu ook meer duidelijkheid geschept over de toepassing van de Jeugdwet: ten aanzien van de Jeugdwet geldt in feite een op de Wmo 2015 gelijkende norm voor gemeenten om gedegen onderzoek te doen alvorens over te gaan tot het weigeren of korten van aangevraagde zorg.

De Jeugdwet

De Jeugdwet schept een jeugdhulpplicht voor gemeenten. Het doel van de wet is het versterken van de eigen kracht van jongeren en het stimuleren van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin. De jeugdhulpplicht voor gemeenten geldt enkel als jongeren en hun ouders zelf niet tot een oplossing komen.

De casus

De zaak ging over een meisje met psychische problemen in de gemeente Steenwijkerland. Voordat de nieuwe Jeugdwet inging, kreeg zij begeleiding via het Bureau Jeugdzorg. Daarnaast kreeg het meisje de benodigde ondersteuning van haar moeder. Bij een aanvraag tot verlenging van de jeugdzorg, adviseerde het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) externe hulp in te schakelen. Hoewel het meisje en haar moeder zelf aangaven hier geen behoefte aan te hebben en hoewel de bezwaarcommissie van de gemeente benadrukte dat externe hulp schadelijk kon zijn voor het meisje, besloot de gemeente toch het advies van het CJG te volgen. De moeder en het meisje besloten hierop geen gebruik te maken van de geadviseerde externe hulp. Dit interpreteerde de gemeente als een aanvraag tot een persoonsgebonden budget (pgb) en besloot deze te weigeren. Volgens de gemeente geldt voor het verlenen van een pgb namelijk de voorwaarde dat het sociale netwerk aantoonbaar beter, effectiever en doelmatiger is dan hulp door een professional. De gemeente was van mening dat dit niet het geval was in deze situatie.

Zorgvuldigheid

Volgens de CRvB maakte het advies van het CJG niet duidelijk welke problemen en stoornissen het meisje had en welke hulp daarvoor nodig was. Daarnaast berustte het advies niet op de vereiste expertise. De CRvB concludeert daarom dat het advies van het CJG ondeugdelijk was en dat de gemeente daar niet op af mocht gaan. De CRvB schetst tevens een aantal stappen die gevolgd moeten worden bij het nemen van een besluit over de jeugdhulp. Volgens de CRvB volgt uit artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 2.3 van de Jeugdwet dat de gemeente voldoende kennis dient te vergaren over de voor het nemen van een besluit over jeugdhulp van belang zijnde feiten en af te wegen belangen. Daartoe moet de gemeente allereerst vaststellen wat de hulpvraag is van de jeugdige of de ouders. Hierna moeten de opgroei- en voedingsproblemen of psychische problematiek in kaart worden gebracht. Ten slotte moet de gemeente bepalen welke hulp nodig is en nagaan of die hulp bijvoorbeeld door de ouders kan worden geboden. Indien nodig moet de gemeente zich bij de besluitvorming laten adviseren door een specifieke deskundige.

Voor de gemeente Steenwijkerland betekent dit dat het jeugdhulpverzoek opnieuw beoordeeld moet worden en dat er een nieuwe beslissing moet worden genomen die voldoet aan de zorgvuldigheidseisen genoemd door de CRvB.