Met de zesde staatshervorming werd de bevoegdheid inzake handelsvestigingen overgeheveld naar de gewesten. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd bij ordonnantie van 8 mei 2014 een nieuwe regeling uitgewerkt, waarbij het vergunningsstelsel voor handelsvestingingen wordt geïntegreerd in het Brusselse Wetboek voor Ruimtelijke Ordening. Waar nodig, geldt de stedenbouwkundige vergunning voortaan ook als socio-economische vergunning. De ordonnantie komt in de plaats van de (federale) Handelsvestigingenwet van 13 augustus 2004 (de zgn. IKEA-wet).

Met de ordonnantie van 8 mei 2014 werd de (federale) Handelsvestigingenwet van 13 augustus 2004 in het Brussels Hoodstedelijk Gewest afgeschaft. De vergunning voor de handelsvestiging wordt voortaan geïntegreerd in de stedenbouwkundige vergunning. Een administratieve vereenvoudiging dus.

De nieuwe regeling voorziet dat bij de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning voor een handelsvestiging groter dan 400 m² rekening wordt gehouden met een aantal aandachtspunten, zoals de bescherming van de consument, de veiligheid en gezondheidsrisico’s, de verkeerssituatie en de impact op de stedelijke omgeving. Deze beoordelingscriteria zijn gelijkaardig aan deze van de oude IKEA-wet van 13 augustus 2004.

Ook de definities en het toepassingsgebied van de nieuwe Brusselse regelgeving, gelijken sterk op de definities uit de oude IKEA-wet van 13 augustus 2004.

Onder het begrip ‘handelsvestiging’ vallen de volgende projecten:

  • Een nieuwbouwproject of een nieuw handelsgeheel;
  • Een uitbreiding van een bestaande handelszaak;
  • Een project voor de exploitatie van één of meerdere handelszaken in een gebouw dat niet was bestemd voor handelsactiviteiten;
  • Een project tot belangrijke wijziging van de handelsactiviteiten in een gebouw dat reeds wordt bestemd voor handelszaken.

Voor het bekomen van een geïntegreerde socio-economische vergunning, volstaat het de normale stedenbouwkundige vergunningsprocedure te doorlopen. Vergunningen voor projecten met een netto handelsoppervlakte van meer dan 1.000 m² dienen niet bij het college van burgemeester en schepenen te worden aangevraagd, maar wel bij de gedelegeerde ambtenaar van het gewest.

Door de ordonnantie van 8 mei 2014 werd ook een nieuw instrument ingevoerd, met name de stedenbouwkundige verklaring. Deze verklaring heeft een ruim toepassingsgebied, waardoor in principe elk voorgenomen project tot oprichting van een nieuwe handelszaak, van wijziging of uitbreiding van een bestaande handelszaak wordt verplicht tot het indienen van een stedenbouwkundige verklaring. Een dergelijke stedenbouwkundige verklaring stelt de indiener ervan wel niet vrij van het bekomen van een (stedenbouwkundige) vergunning. De doelstelling van dit instrument is om de bevoegde overheden te informeren over bepaalde geplande commerciële activiteiten.

De nieuwe regelgeving is in werking getreden op 1 juli 2014.