Het Hof is van oordeel dat een golfbaan zich - los van het clubhuis- leent voor zelfstandig gebruik en dat de golfbaanpercelen niet kwalificeren als fiscaal bouwterrein.

Rechtsvraag en belang

In deze zaak van 30 maart jl., lag de vraag voor of de golfbaanpercelen, gelegen naast het perceel waarop het clubhuis zich bevond op het moment van verkrijging door belanghebbende kon kwalificeren als fiscaal bouwterrein. De overdracht van die percelen zou dan namelijk belast zijn met btw en de verkrijging van die percelen zou dan vrijgesteld zijn van overdrachtsbelasting.

Beoordeling door het Hof

Allereerst is van belang dat het Hof heeft beslist dat het perceel waarop de golfbaan zich bevindt in dit kader zelfstandig beoordeeld moet worden (dus los van het perceel waarop het clubhuis zich bevind). Vervolgens geeft het Hof in dit kader antwoord op de vraag of de golfbaan als bebouwing kwalificeert. Dat hangt volgens het Hof af van het antwoord op de vraag of, en in hoeverre de werkzaamheden (voor en na de overdracht aan belanghebbende) tot gevolg hebben dat op de golfbaanpercelen bouwwerken worden opgericht, eventueel met ‘erbij behorend terrein’. De zogenoemde schuilhutten voldeden volgens het Hof niet omdat sprake was van eenvoudig te verwijderen houten constructies die bovendien een zeer klein oppervlak van de golfbaanpercelen besloegen. Verder concludeert het Hof dat hoewel er verschillende bouwwerken op de golfbaanpercelen zijn ontstaan (denk aan pomphuizen, bruggen, parkeerplaatsen, toegangswegen, drainagebuizen, putten, opgemetselde afslagplaatsen, beschoeiing, duikers, rioolgemaal, sproeiers, baaninrichting en beregeningsleidingen en –installaties), er toch geen sprake is van een bouwterrein. Van belang daarbij is dat de aanwezige bebouwing in de visie van het Hof dienstbaar is aan de onbebouwde delen van de golfbaanpercelen.

Praktijkbelang

Voor de vastgoedpraktijk is op zichzelf bezien niet zozeer van belang of golfbaanpercelen wel/geen bouwterrein zijn. Voor de vastgoedpraktijk (vooral bij de verwerving/verkoop van ontwikkellocaties) is wel van belang op welke wijze de zelfstandigheid van één of meerdere percelen moet worden beoordeeld en wat wel /niet onder bebouwing moet worden verstaan.