De mogelijke verstrekkende gevolgen van het arrest van het Hof van Justitie van 27 oktober 2016 (ECLI:EU:C:2016:816), waardoor ook algemene regelingen en beleid onder het begrip van 'plannen en programma's' in de SMB-richtlijn zijn te scharen, hebben zich vooralsnog niet voorgedaan. De arresten van het Hof van Justitie van 7 juni 2018 (ECLI:EU:C:2018:401 en ECLI:EU:C:2018:403) werpen weer een nieuw licht op de reikwijdte van de woorden 'plannen en programma's' als bedoeld in voormelde richtlijn. Niet is uit te sluiten is dat deze verder reikt dan tot dusverre gedacht.

Dat de mogelijke verstrekkende gevolgen als gevolg van het arrest van 27 oktober 2016 tot heden zijn uitgebleven is niet zozeer omdat er geen beroep is gedaan op dit arrest ten overstaan van de Afdeling, maar de Afdeling vooralsnog aanleiding vond om de voorliggende rechtsvragen te vermijden omdat bijvoorbeeld een eenvoudiger antwoord op een aanpalende of vervolgvraag dat overbodig maakt (ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2316, ECLI:NL:RVS:2017:2318, ECLI:NL:RVS:2017:2331, ECLI:NL:RVS:2017:2332, en ECLI:NL:RVS:2017:2333; ABRvS 13 september 2017, ECLI;NL:RVS:2017:2467; ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:766) danwel ter zitting de beroepsgrond is ingetrokken (ABRvS 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1146; en ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1838).

Los van de vraag of dit wel of niet bevredigend is voor de rechtszoekende, is dit wat ons betreft voor de rechtspraktijk in ieder geval een minder wenselijke situatie, omdat de mogelijke impact van dit arrest aandachtig wordt gevolgd en zodoende behoefte bestaat aan helderheid. Onder meer ten aanzien van de houdbaarheid van het gesloten systeem in onze Nederlandse regelgeving, waarbij limitatief is aangewezen welke plannen plan-mer-plichtig zijn, kan terecht worden afgevraagd of dit is te rijmen met deze Europese rechtspraak. Logisch dat dit systeem wordt aangepast onder de Omgevingswet. In het verlengde hiervan leeft ook de vraag in hoeverre het Activiteitenbesluit, maar ook andere regelgeving (bijvoorbeeld een provinciale verordening), niet in strijd met de richtlijn tot stand is gekomen. Dit, omdat deze moeten worden beschouwd als een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn en daarom mogelijkerwijs aan een milieubeoordeling moeten worden onderworpen. Gelet op de arresten van het Hof van Justitie van 7 juni 2018 (ECLI:EU:C:2018:401 en ECLI:EU:C:2018:403) kan tevens worden afgevraagd of een bouwverordening en mogelijk zelfs een omgevingsvergunning wellicht eveneens onder het begrip 'plannen en programma's' zijn te scharen. Dit, omdat is geoordeeld - voor wat betreft de Belgische situatie - dat (i) een stedenbouwkundige verordening waarin bepaalde normen zijn vastgelegd voor de uitvoering van bouwprojecten (ECLI:EU:C:2018:403) en (ii) een bestuurshandeling die tot gevolg heeft dat kan worden afgeweken van de geldende stedenbouwkundige voorschriften (ECLI:EU:C:2018:401) beiden onder het begrip 'plannen en programma's' in de zin van de SMB-richtlijn vallen en dus aan een milieueffectbeoordeling moeten worden onderworpen. Dit zou in ieder geval wel in lijn zijn met de gedachten van de Omgevingswet.

Wij hopen dat de Afdeling alsnog op korte termijn verleid wordt tot het doen van een inhoudelijke uitspraak over de reikwijdte van het begrip 'plannen en programma's' als bedoeld in de richtlijn. Immers, zoals ook staatsraad Schreuder-Vlasblom stelt in haar handboek is 'een duidelijke, volledige motivering van de door rechter genomen beslissingen van groot belang voor het gezag van de uitspraak jegens partijen en in de rechtsgemeenschap. Ze vormt de grondslag voor nadere beoordeling van de zaak naar de feiten en recht (in hogere aanleg), ze kan bijdragen aan de rechtsvormende betekenis uitspraak en ze maakt de uitspraak voor het externe debat in de wetenschap'. Wij blijven dit nauw gezet volgen en voor nu geldt dat een initiatiefnemer diens onderzoeken extra zorgvuldig moet insteken vanwege deze voortdenderende Europese rechtspraak. We denken hierover graag mee.