Vorige maand heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaak Svensson over hyperlinks naar auteursrechtelijk beschermde werken. Het Hof van Justitie oordeelde dat een websitebeheerder zonder de toestemming van de auteursrechthebbenden een hyperlink mag plaatsen naar beschermde werken die voor iedereen vrij beschikbaar zijn op een andere website. Dat geldt ook indien de internetgebruikers die op de hyperlink klikken, de indruk hebben dat het werk op de website van de hyperlink1 verschijnt.

De auteurs in deze zaak waren journalisten die artikels schreven die in de papieren krant en op de website van Göteborgs-Posten werden gepubliceerd. Deze artikels waren vrij toegankelijk op de website van Göteborgs-Posten. Retriever Sverige exploiteerde een website die haar klanten lijsten van aanklikbare internetlinks naar op andere websites gepubliceerde artikels verstrekte. De journalisten van de artikels op de Göteborgs-Posten website waren daar niet blij mee en stelden dat die hyperlinks naar hun artikels auteursrechtelijke inbreuken uitmaakten.

De procedure die volgde, leidde tot prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. Het Hof van Justitie oordeelde dat hyperlinks geen auteursrechtelijke inbreuk opleveren wanneer zij zonder de toestemming van de auteurs verwijzen naar artikels die op een andere website voor iedereen toegankelijk zijn.

Hyperlinks naar vrij beschikbare werken zijn geen mededeling aan het publiek

De eerste vraag was of de hyperlinks vielen onder de definitie van een “mededeling aan het publiek”. Volgens het Hof van Justitie is er enkel sprake van een mededeling “aan het publiek” indien de mededeling gericht is aan een “nieuw publiek”. Een “nieuw publiek” is een publiek dat door de auteursrechthebbenden niet in aanmerking werd genomen toen zij toestemming verleenden voor de oorspronkelijke mededeling aan het publiek.

In deze zaak was er door de hyperlinks geen mededeling aan een nieuw publiek. De doelgroep van de oorspronkelijke mededeling op de website van Göteborgs-Posten bestond immers uit alle mogelijke bezoekers van de website, aangezien deze website voor alle internetgebruikers toegankelijk was. Bijgevolg, omdat er in deze zaak geen sprake was van een nieuw publiek, was er voor de hyperlinks geen toestemming van de auteursrechthebbenden vereist. 

Deep linking en hyperlinks naar niet-vrij beschikbare werken

Het maakt geen verschil uit of de internetgebruikers wanneer zij op de hyperlink klikken en het artikel verschijnt, al dan niet de indruk krijgen dat het artikel wordt getoond op de website van de hyperlink, terwijl het artikel in werkelijkheid afkomstig is van een andere website. Zolang er geen nieuw publiek wordt bereikt, is de toestemming van de auteursrechthebbenden niet nodig voor de hyperlinks, aldus het Hof van Justitie.

De toestemming van de auteursrechthebbenden is daarentegen wel vereist voor een hyperlink die verwijst naar een artikel dat op de oorspronkelijke website niet meer beschikbaar is of enkel voor een beperkt publiek beschikbaar is. Dat is bijvoorbeeld het geval voor krantenartikelen die in het archiefgedeelte van de oorspronkelijke website staan of die enkel voor abonnees beschikbaar zijn. Indien men dergelijke werken via een hyperlink beschikbaar maakt, is er een omzeiling van de beperkingsmaatregelen en wordt er wel een nieuw publiek bereikt, waarvoor de toestemming van de auteursrechthebbenden vereist is.

Lidstaten mogen geen ruimere bescherming bieden aan auteursrechthebbenden door het begrip “mededeling aan het publiek” ruim te interpreteren

De Zweedse rechter had ten slotte gevraagd of lidstaten een ruimere bescherming aan auteursrechthebbenden mochten bieden door het begrip mededeling aan het publiek ruimer uit te leggen dan in de Auteursrechtenrichtlijn (Richtlijn 2001/29) bepaald is. 

Het Hof van Justitie oordeelde dat de Auteursrechtenrichtlijn juist beoogt de nationale verschillen op het gebied van auteursrecht te elimineren. Als een lidstaat een ruimere auteursrechtelijke bescherming mocht bieden, zou dit leiden tot nationale verschillen en dus tot rechtsonzekerheid voor derden. Daarenboven zou de werking van de interne markt ongunstig worden beïnvloed. Bijgevolg mag een lidstaat geen ruimere bescherming bieden aan auteursrechthebbenden door het begrip “mededeling aan het publiek” ruimer te interpreteren dan in de Auteursrechtenrichtlijn bedoeld wordt.