Jos, uw handelsvertegenwoordiger, verliet met slaande deuren uw bedrijf en heeft gezworen wraak te nemen. Na zijn vertrek bellen een aantal klanten om te zeggen dat Jos hen belt en telkens 5% goedkoper uw goederen wil verkopen.

In de arbeidsovereenkomst met de opvolger van Jos, uw nieuwe handelsvertegenwoordiger heeft u een niet-concurrentiebeding ingeschreven dat voldoet aan de wettelijke voorwaarden: 

1. Het is beperkt in de tijd tot 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst;

2. Het betreft een verbod op soortgelijke activiteiten;

3. Het is beperkt tot de regio waar de vertegenwoordiger actief is.

Het beding zal weliswaar geen toepassing vinden als u de werknemer ontslaat met een opzegtermijn of de betaling van een opzeggingsvergoeding, maar biedt nu toch een minimale bescherming.

Naar Jos toe wil u ook reageren. Hiervoor heeft u wel degelijk een juridische kapstok: het verbod van oneerlijke concurrentie. Eerlijke concurrentie mag uiteraard steeds, maar als een werknemer klantenlijsten met gehanteerde prijslijsten niet teruggeeft en gebruikt, is dit oneerlijk en kan u actie nemen:

1. U vraagt schadevergoeding. Vaak is dit niet afdoende en is bijkomende actie vereist.

2. Meer efficiënt en voor zover u over een sterk dossier beschikt: vraag in kortgeding de teruggave van de gegevens en een gebruiksverbod en de stopzetting van de afwerving. Om dit af te dwingen vordert u ook een dwangsom. Tegelijkertijd maakt u een zaak ten gronde aanhangig om de oneerlijke praktijken te laten bevestigen en de acties in kortgeding te horen bevestigen.

Recht is dus soms toch rechtvaardiger dan u denkt!