De Antwerpse bouwcode is een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van de stad Antwerpen waarin stedenbouwkundige voorschriften zijn opgenomen waar omgevingsvergunningen aan moeten voldoen.

De huidige bouwcode dateert van 9 oktober 2014. Door een besluit van de gemeenteraad van 25 september 2017 werden artikel 27 betreffende de open ruimte en artikel 30 omtrent de autoparkeerplaatsen gewijzigd. Sinds 1 maart 2018 is de bouwcode met deze aanpassingen van kracht.

De huidige bouwcode is momenteel in herziening. Op 5 oktober 2018 besliste het college om de partiële herziening van de bouwcode voor te leggen aan de gemeenteraad voor definitieve vaststelling.

Er werden echter meerdere bezwaren ingediend tegen de herziene bouwcode, waardoor deze voorlopig nog steeds niet definitief werd vastgesteld. Dit weerhield het college er niet van om de herziene bouwcode vaak al toe te passen op vergunningsaanvragen en deze zelfs te weigeren, ondanks het feit dat de herziening nog niet werd goedgekeurd.

Om de aangepaste voorschriften toch al afdwingbaar te maken, heeft de stad besloten om een gemeentelijke beleidsmatig gewenste ontwikkeling aan te nemen.

In de zitting van 18 juni 2019 van de gemeenteraadscommissie haven, stadsontwikkeling en ruimtelijke ordening wordt deze beleidsmatig gewenste ontwikkeling ter goedkeuring voorgelegd. (Zie Dagorde agenda punt 55 - 2019_GR_00462)

Aanstaande maandag 24 juni 2019 staat de goedkeuring door de gemeenteraad op de agenda. (Zie agenda punt 55 – 2019_GR_00462)

De beleidsmatig gewenste ontwikkeling zal uit vier artikelen en één artikel met definities bestaan. Het eerste artikel voorziet een minimale woninggrootte van een woongelegenheid. Er wordt een minimale oppervlakte vastgelegd, afhankelijk van het aantal slaapkamers in de woning. Daarnaast wordt er ook gestreefd naar een mix van verschillende slaapkamerappartementen en wordt er een woningmix opgelegd voor projecten vanaf vijf wooneenheden. In het derde artikel wordt een regeling uiteengezet om de eengezinswoning te beschermen en het opdelen ervan te ontmoedigen. De spreiding van studentenkamers wordt in artikel 4 vastgelegd.

Belangrijk om weten is dat artikel 4.3.1 §2, 2° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) bepaalt dat een vergunningverlenende overheid rekening kan houden met een beleidsmatig gewenste ontwikkeling, maar dat dit geen verplichting is. Zowel voor het college als voor de Deputatie als beroepsinstantie is er aldus meer bewegingsvrijheid om om te gaan met de toepassing ervan.

Indien de beleidsmatig gewenste ontwikkeling wordt goedgekeurd, stelt het college dat ze het initiatief zal nemen om de artikelen 22 en 23 van de bouwcode op te heffen en de bouwcode onder meer op basis van deze ontwikkeling te herzien.