Introductie

Na 2 jaar ziekte eindigt de loondoorbetalingsverplichting. Als de zieke werknemer niet kan re-integreren bij de eigen werkgever, is dit een natuurlijk moment om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Vaak wordt een beëindigingsovereenkomst gesloten. Als de werknemer niet instemt, kan de werkgever vrij eenvoudig bij het UWV een ontslagvergunning aanvragen op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid. Na verkregen toestemming kan de werkgever opzeggen met inachtneming van de opzegtermijn. De einddatum zal in beide beëindigingssituaties vaak niet precies samenvallen met de datum einde loondoorbetalingsverplichting. In de periode vanaf de datum einde loondoorbetalingsverplichting tot aan de einddatum bestaat geen recht op loon meer, maar als de werknemer 35% of meer arbeidsongeschikt is wel op een WIA-uitkering. De vraag rijst of de werknemer in deze periode nog vakantiedagen opbouwt. Daarover moest recent de kantonrechter Roermond oordelen.

Casus

De feiten zijn als volgt. De werkneemster is in dienst sinds 2009 en vervult de functie van sociotherapeut. Sinds 13 april 2013 is zij volledig arbeidsongeschikt. Per de datum einde wachttijd, 5 april 2015, heeft het UWV aan de werkneemster een WGA-uitkering toegekend. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV tegen 1 augustus 2016 opgezegd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. De werkneemster is het hier niet mee eens en verzoekt om herstel van de arbeidsovereenkomst, toekenning van een billijke vergoeding en uitbetaling van vakantie-uren. Volgens de werkneemster is er geen sprake van een redelijke grond voor ontslag en heeft de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht. De werkneemster meent verder dat zij vakantie-uren heeft opgebouwd tot 1 augustus 2016, de datum einde dienstverband. Volgens de werkgever is er wel sprake van een redelijke grond (langdurige arbeidsongeschiktheid) en heeft het UWV op meerdere momenten bevestigd dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. De werkgever meent dat de opbouw van vakantie-uren is gestopt op het moment dat de loondoorbetalingsverplichting eindigde, op 4 april 2015 dus.

Oordeel rechter

De rechter kan zich niet bepreken tot het nagaan of het UWV tot een juist oordeel is gekomen en terecht toestemming voor opzegging heeft verleend. De rechter moet deze toets zelfstandig uitvoeren. Ten aanzien van het verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst en de billijke vergoeding oordeelt de rechter evenwel dat de werkneemster onvoldoende heeft aangevoerd om aan de oordelen van de bedrijfsarts en het UWV te twijfelen. Er is dan ook voldaan aan de redelijke grond 'langdurige arbeidsongeschiktheid' (de b-grond) en ook kan de werkgever niet worden verweten onvoldoende re-integratie-inspanningen te hebben verricht. Ten aanzien van de vakantie-uren overweegt de rechter het volgende. Artikel 7:634 BW geeft aan dat de werknemer vakantie-uren opbouwt over ieder jaar waarin hij 'gedurende de volledige overeengekomen arbeidsduur recht op loon heeft gehad'. Daarmee is de opbouw van vakantie-uren gekoppeld aan de verplichting om loon te betalen. Het feit dat in de toepasselijke CAO is bepaald dat een werknemer die geen recht op loon meer heeft vanwege ziekte nog wel recht heeft op vakantie, maakt dit oordeel niet anders. De rechter gaat er dan ook vanuit dat de werkneemster vakantie-uren heeft opgebouwd tot en met 4 april 2015, de datum einde wachttijd en loondoorbetalingsverplichting.

Houthoff Buruma tip

De uitspraak is om meerdere redenen interessant. Allereerst blijkt hieruit dat als de werknemer de door het UWV gegeven toestemming in twijfel trekt, de rechter zelfstandig dient te toetsen of het UWV tot een juist oordeel is gekomen. De rechter kan er dus niet voetstoots vanuit gaan dat het UWV het bij het rechte eind heeft gehad. De werknemer kan daarbij niet volstaan met de enkele stelling dat het UWV geen juist oordeel heeft gegeven, maar moet ter onderbouwing voldoende feiten en omstandigheden aanvoeren. Verder volgt uit de uitspraak dat de opbouw van vakantiedagen tegelijkertijd stopt met het stoppen van de loondoorbetalingsverplichting na twee jaar ziekte. Een helder en logisch oordeel, lijkt mij.

Klik hier om de hele uitspraak te lezen.