Op 8 november jl. heeft de rechtbank Limburg in een uitspraak geoordeeld dat de eenzijdige verhoging van de pensioenleeftijd (van 65 naar 67 jaar) door pensioenfonds Sabic wegens strijd met artikel 83 Pensioenwet niet is toegestaan.

Pensioenfonds Sabic besloot eind 2015 de pensioenleeftijd voor alle deelnemers te verhogen van 65 jaar naar 67 jaar. Vervolgens heeft het pensioenfonds de deelnemers schriftelijk geïnformeerd dat de reeds opgebouwde aanspraken met ingangsleeftijd 65 jaar via een (interne) collectieve waardeoverdracht zou herrekenen in overeenstemming met de actuele pensioenregeling. Drie deelnemers hebben bezwaar gemaakt tegen de interne collectieve waardeoverdracht. Desalniettemin heeft het pensioenfonds de interne collectieve waardeoverdracht toch doorgevoerd en daarmee de pensioenaanspraken herrekend naar de pensioenleeftijd van 67 jaar.

Het pensioenfonds beroept zich daarbij op een brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Kamerstukken I 2012/13, 33290, N). Uit deze brief volgt dat het proces van waardeoverdracht en het bezwaarrecht van de individuele deelnemers niet aan de orde is, indien sprake is van een collectief actuariële herrekening van de aanspraken naar een hogere pensioenleeftijd. Hiervan was naar de mening van het pensioenfonds in onderhavig geval sprake van.

In de literatuur is de opvatting van de staatssecretaris bestreden. Immers zou het opzij schuiven van het individuele bezwaarrecht enkel mogelijk moeten zijn indien de werknemer het recht zou behouden de ingangsdatum van het pensioen te vervroegen naar de oorspronkelijk leeftijd (65 jaar) en het nominale pensioenbedrag dan gelijk zou zijn aan het bedrag voor de verhoging van pensioenleeftijd.

Uitspraak

De kantonrechter volgt die lijn. De kantonrechter oordeelt – kort gezegd – dat het pensioenfonds heeft gehandeld in strijd met artikel 83 Pensioenwet. De pensioenaanspraken van de deelnemers worden door de interne collectieve waardeoverdracht immers aangetast wanneer de ingangsdatum wordt vervroegd naar 65 jaar. Dat is hier ook het geval en kan alleen als de deelnemer daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt.

De kantonrechter vindt (extra) steun voor het oordeel in het reeds ingediende wetsvoorstel (Kamerstukken II 2016/17, 34765, nr. 2) waarin wordt voorgesteld artikel 83 Pensioenwet te wijzigen in die zin dat het individuele bezwaarrecht komt te vervallen voor zover de pensioenaanspraken collectief worden herrekend op basis van de fiscale pensioenleeftijd. “[…] ook de staatssecretaris heeft inmiddels onderkend dat op basis van de huidige wetgeving sprake is van waardeoverdracht in de zin van artikel 83 Pensioenwet.

De wetswijziging maakt onderdeel uit van de Wet waardeoverdracht klein pensioen. De stemronde in de Tweede Kamer vindt morgen, 14 november 2017, plaats.

Conclusie en gevolgen voor de praktijk

Deze uitspraak bevestigt dat onder het huidige recht een wijziging van de pensioenleeftijd door het pensioenfonds waarbij de pensioenaanspraken worden omgerekend zonder instemming (niet bezwaar maken) niet mogelijk is. Dit is (straks) anders onder het ingediende wetsvoorstel, maar heeft geen invloed op de wijzigingen van de pensioenleeftijd die daarvoor hebben plaatsgevonden. Het kan dus zo zijn dat pensioenfondsen waarbij deelnemers destijds bezwaar hebben gemaakt tegen de interne collectieve waardeoverdracht nu geconfronteerd worden met het (succesvolle) verzoek de waardeoverdracht zonder financieel verlies terug te draaien en eventueel gemis aan indexatie, rente of anderszins financieel verlies te vergoeden. Dit geldt overigens ook voor pensioenfondsen die er destijds vanuit zijn gegaan dat deelnemers enkel geïnformeerd hoefden te worden en de deelnemers niet hebben gewezen op de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de omrekening van de pensioenaanspraken.