Het Zomerakkoord van 26 juli 2017 omvat heel wat lekkers voor KMO’s, zoals een tijdelijke verhoging van de investeringsaftrek tot 20% en de verlaging van het belastingtarief op het nettoresultaat tot 100.000 euro tot 20,4% in 2018 en tot 20% in 2020. Natuurlijk moet dit alles gefinancierd worden en omvat het Zomerakkoord ook een reeks compenserende maatregelen. Hieronder worden de reeds gekende details van twee van de belangrijkste compenserende maatregelen besproken.

Een eerste compenserende maatregel bestaat uit de invoering van een minimum belastbare basis. Indien de belastbare basis hoger is dan 1 miljoen euro, zouden de fiscale aftrekken immers enkel nog kunnen worden gebruikt op 30% van de belastbare winst die deze eerste schijf van 1 miljoen euro overschrijdt (wat een effectieve belasting van 7,5% impliceert op de belastbare winst die 1 miljoen euro overschrijdt vanaf 2020).

Een tweede compenserende maatregel bestaat eruit dat, vanaf een tweede overtreding, effectieve belasting zal worden geheven op supplementen die worden opgelegd naar aanleiding van een fiscale controle. Fiscale aftrekken (andere dan de DBI-aftrek) zullen dus (in principe) niet meer kunnen worden gebruikt om deze supplementen te compenseren. Stel bijvoorbeeld dat de fiscus uw grootste kosten tegen het licht houdt bij een controle en dat naar aanleiding daarvan een aantal kosten worden verworpen. Indien uw vennootschap bijvoorbeeld overgedragen fiscale verliezen heeft, zal deze rechtzetting momenteel geen aanleiding geven tot een effectieve belasting. Dit zou dus veranderen indien het een tweede overtreding betreft.

Indien u uw bedrijf voert middels verschillende vennootschappen, kan deze maatregel een belangrijke impact hebben. Stel bijvoorbeeld dat het transfer pricing team voor de tweede maal een correctie doorvoert van de onderlinge verrekenprijzen. Ook deze correctie zou voortaan hoe dan ook effectief aan belasting worden onderworpen.