Op 24 maart 2017 trad het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie (“Besluit”) in werking. Op grond van dit besluit moeten “grote” organisaties van openbaar belang in hun bestuursverslag over boekjaar 2017 een niet-financiële verklaring opnemen, waarin bepaalde mededelingen moeten worden gedaan. De Europese Commissie heeft recent niet-bindende richtsnoeren gepubliceerd die meer houvast moeten bieden voor de inhoud van deze verklaring.

De verplichting tot het publiceren van een niet-financiële verklaring volgt uit de Europese Richtlijn over publicatie van niet-financiële informatie en informatie over diversiteit in het bestuursverslag (2014/95/EU)

Blijkens de definitie zijn organisaties van openbaar belang (“OOB's”) naast bepaalde beursvennootschappen ook niet-genoteerde banken en (bepaalde) verzekeraars. OOB's die meer dan 500 werknemers hebben en hun jaarrekening moeten opmaken volgens de voorschriften die gelden voor “grote” rechtspersonen, moeten op grond van het Besluit in de niet-financiële verklaring onder meer een korte beschrijving geven van het bedrijfsmodel van de onderneming. Verder zal mededeling gedaan moeten worden over het beleid van de OOB op het gebied van sociale, milieu- en personeelsaangelegenheden, eerbiediging van mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping. Niet alleen de toegepaste zorgvuldigheidsprocedures maar ook de resultaten van dit beleid moeten in de niet-financiële verklaring worden meegenomen. Daarbij dienen de aan deze onderwerpen verbonden voornaamste risico's en de wijze waarop deze risico's worden beheerd te worden beschreven. Ook dient de OOB mededeling te doen van niet-financiële prestatie-indicatoren die van belang zijn voor de specifieke bedrijfsactiviteiten van de OOB. Op grond van het Besluit wordt hiermee tevens voldaan aan de verplichting van artikel 2:391 lid 1 BW om niet-financiële prestatie-indicatoren, met inbegrip van milieu- en personeelsaangelegenheden, te betrekken bij de analyse die in het bestuursverslag moet worden opgenomen over de toestand op de balansdatum, de ontwikkeling gedurende het boekjaar en de resultaten van de rechtspersoon.

De niet-financiële verklaring dient deze informatie te bevatten in de mate waarin dit noodzakelijk is voor een goed begrip van de ontwikkeling, de resultaten, de positie van de OOB en de effecten van haar activiteiten. Staat de OOB aan het hoofd van een groep, dan dienen de mededelingen tevens te zien op de groep. De accountant dient na te gaan of de niet-financiële verklaring overeenkomstig het genoemde Besluit is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is, en of de verklaring in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de OOB en zijn omgeving, materiële onjuistheden bevat. Het bovenstaande impliceert dat de OOB een beleid heeft op de genoemde punten. Indien een OOB geen beleid zou hebben ten aanzien van deze onderwerpen, dan moet hierover in het bestuursverslag een gemotiveerde toelichting worden opgenomen.

OOB's kunnen zich bij de rapportage baseren op nationale, uniale of internationale kaderregelingen. Zij moeten in hun bestuursverslag melden welke regeling zij hebben gebruikt. Op 26 juni 2017 heeft de Europese Commissie niet-bindende richtsnoeren inzake de methodologie voor de rapportage van niet-financiële informatie gepubliceerd. Deze richtsnoeren, die geen nieuwe wettelijke verplichtingen bevatten, moeten de rapportering van relevante, nuttige en vergelijkbare niet-financiële informatie door ondernemingen vergemakkelijken.