Momenteel is de netbeheerder verplicht in een gasaansluiting te voorzien, wanneer een afnemer daarom verzoekt. Bij de transitie naar een duurzaam energiesysteem zullen echter steeds meer gebieden worden voorzien van warmte via een andere bron dan aardgas. Om deze transitie te faciliteren heeft de Minister van Economische Zaken voorgesteld om de aansluitplicht op gas af te schaffen voor aansluitingen van kleinverbruikers op een nieuw aan te leggen (deel van een) gastransportnet. De Minister ziet dit als 'een eerste concrete stap in de afbouw van aardgasgebruik in de gebouwde omgeving'.

Op grond van dit voorstel kan een gemeente besluiten dat de aansluitplicht in een bepaald gebied komt te vervallen. Om inzichtelijk te maken waar de aansluitplicht is vervallen, moeten gemeenten hun besluit melden bij de ACM, die op haar website melding zal maken van de gebieden waarvoor de aansluitplicht is vervallen. Voor in de betreffende gebieden reeds verworven rechten rond bestaande aansluitingen zal deze aanpassing geen implicaties hebben.

Voor een algeheel verbod op gasaansluitingen voor nieuwbouw is niet gekozen. Gemeend wordt dat er specifieke situaties kunnen zijn waar een gasaansluiting op zijn plaats is en dat gemeenten, vanwege hun inzicht in de lokale wensen en mogelijkheden, het beste geëquipeerd zijn om te bepalen welke energievoorziening bij een gebied past.

De voorgestelde afschaffing van de aansluitplicht vereist een wijziging van de Gaswet. Nu de wet Voortgang Energie Transitie (wet VET) waarin de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998 worden aangepast controversieel is verklaard en de behandeling van deze wet dus wordt opgeschort tot na de kabinetsformatie, heeft de Minister - om de gewenste wetswijziging niettemin zo snel mogelijk doorgang te laten vinden – de vereiste wetswijziging opgenomen in een Nota van Wijziging bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Warmtewet.

Met deze wetswijziging krijgen de lokale overheden een belangrijke regierol in de verduurzaming, waarbij afstemming met bewoners, bedrijven, netbeheerders van elektriciteit en gas en energie- en warmteleveranciers over de toe te passen energie-infrastructuur een cruciale rol zal spelen.

Uiteindelijk wordt gestreefd naar een techniekneutraal recht op warmte. Dit heeft echter meer voeten in de aarde en vereist een integraal juridisch kader voor ingrepen in de bestaande energie-infrastructuur.