Gerechtshof Den Haag heeft recent geoordeeld dat een werkgever de leaseauto van een zieke werknemer mocht innemen, zonder dat hij gehouden was het verlies wegens privégebruik van de auto te vergoeden.

De werknemer in kwestie was bijna 25 jaar in dienst en in bezit van een leaseauto die hij ook privé mocht gebruiken. De werkgever kent een personeelsgids waarin de binnen zijn onderneming geldende arbeidsvoorwaarden zijn opgenomen, waaronder een mobiliteitsregeling. Op grond van deze mobiliteitsregeling behouden werknemers het recht op een leaseauto of mobiliteitsbijdrage gedurende de eerste zes maanden van ziekte. Na zes maanden ziekte moet de leaseauto worden ingeleverd of wordt de mobiliteitsbijdrage stopgezet.

De werknemer mocht de aan hem ter beschikking gestelde auto ook privé gebruiken. Hij ondertekende een gebruikersovereenkomst waarin hij verklaarde kennis te hebben genomen van de mobiliteitsregeling uit de personeelsgids. Op enig moment valt de werknemer uit wegens ziekte. Na vier maanden kondigt de werkgever aan dat hij de leaseauto zal innemen als de werknemer na zes maanden nog steeds ziek is. Nadat de werknemer ruim zeven maanden ziek is, haalt de werknemer de leaseauto daadwerkelijk op.

De werknemer vordert in kort geding betaling van EUR 943 netto per maand wegens het verlies van het privégebruik van de auto, te vermeerderen met wettelijke verhoging en wettelijke rente. Nadat de kantonrechter zijn vorderingen heeft afgewezen, gaat de werknemer in hoger beroep. Hij vordert naast voornoemd bedrag ook een bedrag van EUR 371 netto per maand wegens het verlies van brandstofvergoeding. Volgens de werknemer ziet de wettelijke loondoorbetalingsverplichting van 104 weken bij ziekte niet uitsluitend op het maandelijkse geldloon maar ook op andere loonvormen zoals (compensatie voor) het privégebruik van en auto. De Wet inkomstenbelasting 2001 merkt het privégebruik van een leaseauto immers ook aan als loon, aldus de werknemer. Om die reden zou de afspraak uit de mobiliteitsregeling dat het recht op gebruik van de leaseauto na zes maanden ziekte eindigt, in strijd zijn met de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte.

Het hof gaat hier niet in mee. De loondoorbetalingsverplichting bij ziekte geeft geen aanspraak op doorbetaling van andere loonvormen dan die limitatief zijn opgesomd in het Burgerlijk Wetboek. In de wetsgeschiedenis zijn geen aanwijzingen te vinden dat het privégebruik van de leaseauto valt onder de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. Ook de (fiscaalrechtelijke) invulling van het loonbegrip in de Wet inkomstenbelasting 2001 kan dit niet anders maken. Volgens het hof staat de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte dus niet in de weg aan de afspraak van partijen uit de Mobiliteitsregeling dat na zes maanden ziekte de leaseauto moet worden ingeleverd en de Mobiliteitsregeling wordt stopgezet, met als gevolg dat het privégebruik van de leaseauto eveneens dan eindigt.