Op 1 januari 2020 is de wettelijke streefcijferregeling vervallen. Diversiteit in de top van het bedrijfsleven staat echter onverminderd in de belangstelling. Op 7 februari 2020 is bekend geworden dat het kabinet nog dit voorjaar komt met een wetsvoorstel voor een wettelijk diversiteitsquotum voor de raden van commissarissen van beursvennootschappen.

Sinds 1 januari 2020 geldt er geen wettelijke streefcijferregeling meer (artikel 2:166, 2:276 en 2:391 lid 7 BW). Tot die datum gold voor grote vennootschappen de verplichting om bij benoemingen, voordrachten en het opstellen van een profielschets zoveel mogelijk rekening te houden met een evenwichtige verdeling van zetels van het bestuur en de raad van commissarissen tussen mannen en vrouwen (ten minste 30% vrouwen en ten minste 30% mannen).

Aan de effectiviteit van de streefcijferregeling wordt al langer getwijfeld. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft in een brief van 6 maart 2018 aan de Tweede Kamer laten weten dat de groei van het aandeel vrouwen in topfuncties achterblijft bij de doelstellingen van het kabinet. Dit beeld wordt bevestigd door de Bedrijvenmonitor Topvrouwen 2019 van september 2019. De Commissie Monitoring Streefcijfer Wet bestuur en toezicht concludeert dat het hanteren van streefcijfers te vrijblijvend is en dat een quotum zou moeten worden ingesteld. Minister van Engelshoven noemt de cijfers uit de Bedrijvenmonitor zorgelijk.

De Sociaal-Economische Raad (SER) sluit zich in een advies van 20 september 2019 "Diversiteit in de top", dat naast genderdiversiteit ook over culturele diversiteit gaat, hierbij aan (zie hierover ook onze short read van 24 september 2019). De SER stelt een tweetal specifiek op de top gerichte maatregelen voor:

  • Instelling van een wettelijk diversiteitsquotum van ten minste 30% m/v in RvC's van beursgenoteerde vennootschappen, met ingang van 2020, aldus de SER. Beursgenoteerde vennootschappen die deze 30% m/v-verdeling in de RvC nog niet hebben bereikt, mogen bij een vrijkomende zetel slechts iemand van het ondervertegenwoordigde geslacht benoemen. Wordt de m/v-verdeling met een nieuwe benoeming niet evenwichtiger, dan is deze benoeming nietig en blijft de vacature open. Er wordt geen quotum voorgesteld voor het bestuur en senior management.
  • Instelling van niet vrijblijvende streefcijfers voor genderdiversiteit in bestuur, RvC en senior management van grote vennootschappen. Deze vennootschappen dienen zelf "ambitieuze" streefcijfers op te stellen om genderdiversiteit te bevorderen. Daarnaast stellen zij een plan op hoe deze streefcijfers te realiseren. Dit zal echter niet vrijblijvend zijn: bij vacatures in een bestuur of RvC zonder vrouwen wordt volgens de SER in beginsel ten minste een vrouw benoemd. Afwijking van de streefcijfers dient gemotiveerd te worden en hierover dient verantwoording afgelegd te worden.

Ook dient er aandacht te komen voor culturele diversiteit: actiever inzetten op het stimuleren van samenwerking, het verbeteren van het inzicht in culturele diversiteit, het vergroten van de zichtbaarheid van het culturele talent en het verbeteren van de transparantie.

Naar aanleiding van dit advies van de SER zijn bij de Tweede Kamer drie moties ingediend om de aanbevelingen in het SER- advies integraal over te nemen. Deze moties zijn op 3 december 2019 aangenomen.

Het kabinet laat in een nieuwsbericht van 7 februari 2020 weten dat zij de aanbevelingen van het SER advies integraal gaat overnemen. Nog dit voorjaar zal het kabinet een wetsvoorstel publiceren met daarin onder meer een wettelijk diversiteitsquotum voor de raden van commissarissen van beursvennootschappen.