Op 2 april 2019 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders aangenomen, samen met een aantal belangrijke amendementen op het gebied van bezoldiging.

De herziene Aandeelhoudersrichtlijn (Richtlijn 2017/828/EU) moet op 10 juni 2019 zijn omgezet in nationale regelgeving. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen op 2 april 2019, inclusief een aantal door Kamerleden ingediende amendementen op het terrein van de bezoldiging. Het is nu in behandeling bij de Eerste Kamer. De regels zullen gaan gelden voor de beurs N.V. en de beurs B.V. en zien onder andere op de beloning van de leden van de raad van bestuur en de leden van de raad van commissarissen (two-tier board) en op de executives en non-executives (one-tier board). Hieronder vatten wij de belangrijkste wijzigingen samen. Dit betreft een vervolg op ons eerdere blogbericht ‘Implementatie van de Aandeelhoudersrichtlijn en beloning van bestuurders’ van 27 februari 2019.

Het bezoldigingsbeleid moet ten minste iedere vier jaar door de algemene vergadering worden vastgesteld. Dit vereiste is nieuw, maar wijkt niet snel af van de huidige praktijk. Door middel van een amendement van de Tweede Kamer bepaalt het wetsvoorstel nu dat voor een vaststelling van het bezoldigingsbeleid een ¾ meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist is, tenzij de statuten een lagere meerderheid bepalen.

De Tweede Kamer heeft ook een bepaling toegevoegd aan het wetsvoorstel over de betrokkenheid van de ondernemingsraad. Deze moet vooraf in de gelegenheid worden gesteld om een advies uit te brengen over het voorstel tot vaststelling van het bezoldigingsbeleid. Het advies moet samen met het voorstel aan de algemene vergadering worden voorgelegd. Als het advies van de ondernemingsraad niet (geheel) gevolgd wordt in het voorstel, moet dit schriftelijk onderbouwd worden. Verder kan de voorzitter of een lid van de ondernemingsraad het advies in de algemene vergadering toelichten. Naar huidig recht moet de ondernemingsraad de gelegenheid krijgen om een standpunt in te nemen over het voorgestelde bezoldigingsbeleid; dat wordt dus nu een adviesrecht.

Een andere wijziging betreft de samenstelling van de belonings- of remuneratiecommissie bij structuurvennootschappen. Bij dergelijke vennootschappen heeft de ondernemingsraad op grond van de wet een versterkt aanbevelingsrecht voor een derde van het aantal leden van de raad van commissarissen. Een door de Tweede Kamer aan het wetsvoorstel toegevoegd artikel bepaalt nu dat een op die wijze door de ondernemingsraad aanbevolen commissaris deel moet uitmaken van de belonings- of remuneratiecommissie.

Onder uitzonderlijke omstandigheden is een tijdelijke afwijking van het vastgestelde beleid toegestaan. Om daarvan gebruik te kunnen maken, dient het beleid wel te bepalen onder welke procedurele voorwaarden de afwijking mogelijk is én van welke onderdelen van het beleid kan worden afgeweken. Dit verdient bijzondere aandacht bij het opstellen van het beleid.

Het nieuwe artikel 2:135a BW bevat een lijst met onderwerpen die terug moeten komen in het beleid. Een aantal onderwerpen wordt nu voor het eerst wettelijk verankerd, zoals:

  1. een toelichting op de wijze waarop het beleid bijdraagt aan de bedrijfsstrategie, de langetermijnbelangen en de duurzaamheid van de vennootschap;
  2. een toelichting op de wijze waarop in het beleid rekening is gehouden met de loon- en arbeidsvoorwaarden van de werknemers van de vennootschap;
  3. de gestelde financiële en niet-financiële doelen waarvan de toekenning van de variabele bezoldiging afhankelijk is;
  4. een omschrijving van het besluitvormingsproces dat voor de vaststelling, herziening en uitvoering van het beleid wordt gevolgd; en
  5. in geval van een wijziging van het beleid: een beschrijving en toelichting van de wijze waarop rekening is gehouden met de stemmingen en de standpunten van de aandeelhouders.

Ad 3: Er zal tot op zekere hoogte daadwerkelijk inzicht moeten worden gegeven in de toe te passen prestatiecriteria zonder de veelal benodigde flexibiliteit te verliezen. Een kort statement is niet voldoende. In de memorie van toelichting staat (zie p. 7): "een enkel ongespecificeerd criterium voor het toekennen van variabele bezoldiging […] is onvoldoende”.

De Tweede Kamer heeft bij amendement extra vereisten toegevoegd met als doel het beloningsbeleid meer “stakeholder”-georiënteerd te maken. Zo wordt geregeld dat in het bezoldigingsbeleid voortaan ook een toelichting moet worden gegeven over de wijze waarop rekening is gehouden met de identiteit, missie en waarden van de vennootschap en de daarmee verbonden ondernemingen, met de interne bezoldigingsverhoudingen van de vennootschap en de daarmee verbonden ondernemingen en met het maatschappelijk draagvlak.

Eumedion uitgangspunten verantwoord bezoldigingsbeleid van het bestuur van Nederlandse beursvennootschappen

In het kader van het bezoldigingsbeleid wijzen wij ook op de uitgangspunten voor een verantwoord bezoldigingsbeleid, die Eumedion, de belangenbehartiger van institutionele beleggers op het gebied van corporate governance en duurzaamheid, 20 februari 2019 heeft gepubliceerd. De uitgangspunten zijn bedoeld om Nederlandse en buitenlandse aandeelhouders te ondersteunen bij de toezichthoudende taak die hen door de wet en de Nederlandse corporate governance code op het gebied van bestuurdersbezoldiging is toebedeeld. De uitgangspunten zien zowel op het proces en de verantwoording als op de structuur en de inhoud van een verantwoord bezoldigingsbeleid. De uitgangspunten bouwen voort op de Eumedion-aanbevelingen over bestuurdersbezoldiging uit 2006 en de bepalingen uit de aangepaste Nederlandse corporate governance code van december 2016. Verder is ook rekening gehouden met de wijzigingen van het wetsvoorstel Langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders.

Eumedion is van mening dat een externe referentiegroep van ondernemingen niet langer leidend moet zijn voor de hoogte en de structuur van bestuurdersbeloningen: “Raden van commissarissen dienen bij het vaststellen van de bestuurdersbeloningen evenveel belang te hechten aan de beloningsverhoudingen binnen de onderneming, de identiteit, de missie en de waarden van de onderneming en de verwachtingen van de relevante stakeholders, waaronder aandeelhouders, werknemers, klanten en de samenleving” aldus de toelichting.

In haar streven om het beloningsbeleid bij beursgenoteerde ondernemingen meer ‘stakeholder-georiënteerd’ te maken, beveelt Eumedion verder aan om voorgenomen sterke stijgingen van het vaste salaris van bestuurders (die uitgaan boven de stijgingen van de vaste salarissen van ‘gewone’ werknemers) eerst ter goedkeuring aan de aandeelhoudersvergadering voor te leggen.

Eumedion beveelt de ondernemingen ook aan om het toepassingsbereik van de ‘claw back’-regeling uit te breiden, zodat voortaan ook bij materiële overtredingen van de interne gedragscode bonussen kunnen worden teruggevorderd.

Hier een link naar de uitgangspunten. Er is ook een Engelse versie beschikbaar: klik hier.

Echt nieuw is dat het zelfstandige bezoldigingsverslag voortaan aan de jaarlijkse algemene vergadering dient te worden voorgelegd ter stemming. Aanvankelijk was dat een adviserende stemming bij grote beursvennootschappen en bij kleine en middelgrote beursvennootschappen een afzonderlijk agendapunt ter bespreking. De Tweede Kamer vindt dat dit bij alle beursvennootschappen een adviserende stemming moet zijn en heeft het wetsvoorstel daarop aangepast. In het volgende bezoldigingsverslag moet de vennootschap toelichten hoe met de vorige stemming van de algemene vergadering rekening is gehouden.

Het nieuwe artikel 2:135b BW bevat een lijst met onderwerpen die in ieder geval terug moeten komen in het allesomvattende verslag. Een aantal onderwerpen is nu voor het eerst wettelijk verankerd, zoals:

  • de wijze waarop het totale bedrag van de bezoldiging strookt met het bezoldigingsbeleid en bijdraagt aan de langetermijnprestaties van de vennootschap; en
  • de jaarlijkse verandering in de bezoldiging over ten minste vijf boekjaren, de ontwikkeling van de prestaties van de vennootschap en de gemiddelde bezoldiging van de werknemers van de vennootschap die geen bestuurder zijn gedurende deze periode.

De accountant controleert of het verslag de vereiste informatie bevat, maar toetst in principe niet of de inhoud ook juist is.

De Europese Commissie heeft ontwerp richtlijnen voor een gestandaardiseerde presentatie van het bezoldigingsverslag geconsulteerd. Deze (concept) richtlijnen, die overigens niet-bindend zijn, hebben als doel organisaties te helpen om een duidelijk, begrijpelijk en gedetailleerd bezoldigingsverslag, inclusief vergelijkbare informatie over bestuurdersbeloningen op individueel niveau, op te stellen dat in overeenstemming is met de vereisten die voortvloeien uit de richtlijn. Zie hier een link naar de consultatie.

De wet voorziet niet in overgangsrecht. De nieuwe regels zullen dan ook directe werking hebben. Maar wat betekent dat?

Bezoldigingsbeleid

  • Indien het bezoldigingsbeleid op het moment van inwerkingtreding niet in overeenstemming is met de nieuwe regels dan dient het gewijzigde beleid zo spoedig mogelijk te worden voorgelegd aan de algemene vergadering. Dit is ten laatste de jaarlijkse algemene vergadering in 2020.
  • Indien het bezoldigingsbeleid al voldoet aan de nieuwe regels op het moment van inwerkingtreding dan moet het (opnieuw) worden voorgelegd aan de algemene vergadering nadat dit beleid vier jaar van kracht is.

Bezoldigingsverslag

  • De verplichtingen ten aanzien van het verslag gaan gelden op het moment van inwerkingtreding. Volgens de memorie van toelichting betekent dit dat uiterlijk over het eerste volledige boekjaar een bezoldigingsverslag moet worden vastgesteld en voorgelegd aan de jaarlijkse algemene vergadering.
  • Strikte interpretatie leidt tot de conclusie dat dit dan de vergadering in 2021 zal zijn. Vanuit de markt krijgen wij echter signalen dat het bezoldigingsverslag “nieuwe stijl” veelal al in 2020 aan de algemene vergadering zal worden voorgelegd.

Wij zien in de praktijk dat in veel gevallen een groot aantal wijzigingen aan het bezoldigingsbeleid dient plaats te vinden om te voldoen aan alle nieuwe vereisten. Wij helpen u graag bij het opstellen van een compliant bezoldigingsbeleid.

Naast de regels over bezoldiging bevat het wetsvoorstel ook regels over een aantal andere onderwerpen. Die onderwerpen komen hierna kort aan de orde.

Er worden regels geïntroduceerd over transacties met verbonden partijen. Beursvennootschappen moeten materiële transacties met verbonden partijen, die niet in het kader van de normale bedrijfsuitoefening of niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan openbaar maken op het moment dat de transactie is aangegaan. Deze transacties moeten bovendien worden goedgekeurd door de raad van commissarissen of het bestuur als sprake is van een one-tier board. Daarbij mogen bestuurders of commissarissen die zelf betrokken zijn bij de transactie met de verbonden partij niet deelnemen aan de besluitvorming.

De Wet giraal effectenverkeer bevat al regels over de identificatie van aandeelhouders van beursvennootschappen. Deze worden waar nodig in lijn gebracht met de gewijzigde richtlijn aandeelhoudersrechten. Verder worden nieuwe artikelen opgenomen over de doorgifte van informatie in de bewaarketen en het faciliteren door partijen in de bewaarketen van de uitoefening van aandeelhoudersrechten.

In de Wet op het financieel toezicht wordt vastgelegd dat institutionele beleggers en vermogensbeheerders een betrokkenheidsbeleid moeten hebben en dit moeten publiceren op hun website. Er wordt voorgeschreven wat er ten minste in het beleid moet worden opgenomen. Vermogensbeheerders moeten de institutionele beleggers, waarmee zij een overeenkomst over het beheer van vermogen zijn aangegaan, ten minste eenmaal per boekjaar informeren over op welke wijze de beleggingsstrategie en de uitvoering daarvan in overeenstemming is met deze overeenkomst en op welke wijze deze bijdraagt aan de middellange- tot langetermijnprestaties van de portefeuille van de institutionele belegger. Ook voor stemadviseurs worden verplichtingen opgenomen die tot meer transparantie moeten leiden.

Alle huidige en voorgestelde Nederlandse bepalingen ter uitvoering van de Europese richtlijn aandeelhoudersrechten zullen niet langer alleen op beursgenoteerde N.V.’s van toepassing zijn, maar ook op B.V.’s met een beursnotering. Het voorstel gaat niet zover dat de overige bepalingen van beursgenoteerde N.V.’s van overeenkomstige toepassing worden verklaard op beursgenoteerde B.V.’s. De reden daarvoor is dat de richtlijn dit niet vereist.