De Nederlandse belastingwetgeving kent verschillende voordelige regelingen voor innovatieve start-ups. Afgelopen week heeft staatssecretaris Snel van Financiën Kamervragen beantwoord over deze belastingvoordelen en de specifieke stimulering nog eens onderschreven.

Naar aanleiding van de Kamervragen over fiscale voordelen voor innovatieve start-ups geeft de staatssecretaris aan dat het kabinet zich op verschillende manieren inzet om innoverende ondernemers te stimuleren. Nederland biedt volgens hem een sterke infrastructuur, hoge levenskwaliteit, goed opgeleide en Engelssprekende bevolking en een sterke lucht- en zeehaven. Ook wijst hij op het gunstige fiscale vestigingsklimaat en de daarbij behorende fiscale voordelen voor innovatieve start-ups.

Op de vraag of hij van plan is om meer belastingvoordelen te bieden aan innovatieve start-ups antwoordt de staatssecretaris dat de aandelenoptieregeling (zie hieronder) zo nodig zal worden verruimd na afronding van de evaluatie van de gebruikelijk-loonregeling (zie ook hieronder).

Fiscale stimulering van innovatieve start-ups

Er zijn verschillende fiscale voordelen die specifiek bedoeld zijn voor innovatieve start-ups. De belangrijkste voorwaarden en regelingen zijn in het kort als volgt:

Innovatieve start-ups

Alleen innovatieve start-ups komen in aanmerking voor de onderstaande regelingen. Innovatieve start-ups zijn ondernemingen die:

  1. In de afgelopen vier jaar voor het eerst personeel in dienst genomen hebben;
  2. R&D-werkzaamheden uitvoeren;
  3. Voor deze werkzaamheden een ‘S&O-verklaring’ hebben aangevraagd en verkregen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); en
  4. Nog niet meer dan twee eerdere jaren een S&O-verklaring hebben gehad.

De onderneming moet aan al deze criteria voldoen om voor de voordelen in aanmerking te komen.

Verhoogde wbso

Ondernemingen die R&D-werkzaamheden verrichten kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor wbso. Wbso is een subsidie in de vorm van een belastingvoordeel: voor uren die het personeel besteedt aan R&D-werkzaamheden en (sinds de samenvoeging van de wbso en rda-aftrek) voor bepaalde uitgaven die voor het R&D-project worden gedaan, hoeft de onderneming minder loonheffingen af te dragen.

Het gaat in principe om een voordeel van 32% over de eerste EUR 350.000 aan kwalificerende loonkosten en uitgaven op jaarbasis, maar voor innovatieve start-ups geldt een verhoogd percentage van 40%. Voor het meerdere (boven de EUR 350.000) geldt een voordeel van 14%.

Soepelere gebruikelijk-loonregeling

Een vennootschap zoals een bv is verplicht om jaarlijks minimaal loonheffingen te betalen over een ‘gebruikelijk’ loon voor haar directeur-grootaandeelhouder(s), zelfs als er in de praktijk minder loon wordt uitbetaald. In principe gaat het om EUR 45.000 per jaar, maar het gebruikelijk loon kan hoger of lager worden vastgesteld afhankelijk van de omstandigheden waar de onderneming in verkeert.

Voor innovatieve start-ups zijn deze regels in 2017 versoepeld: zij hoeven het gebruikelijk loon in principe maximaal vast te stellen op EUR 20.450 (op basis van het minimumloon). Het bedrag kan nog steeds lager worden vastgesteld als de omstandigheden daar aanleiding toe geven.

Voordeel op werknemersopties

Het toekennen van aandelenopties in de onderneming aan werknemers kan een aantrekkelijke manier voor start-ups zijn om gekwalificeerd personeel aan te trekken. Als de werknemer zijn of haar opties eenmaal uitoefent, moeten er wel loonheffingen worden ingehouden en betaald over de waarde van de opties.

Voor innovatieve start-ups geldt in dit kader sinds 2018 een gedeeltelijke vrijstelling: als de juiste voorwaarden in het optieplan worden opgenomen, hoeft over de eerste EUR 50.000 aan waarde van de opties slechts 75% te worden aangegeven. Zo blijft een voordeel van maximaal EUR 12.500 onbelast.

Andere regelingen

Naast de hierboven genoemde faciliteiten bestaan er verschillende andere regelingen die bedoeld zijn voor meer specifieke situaties of die juist ruimer zijn en daardoor voor alle start-ups of alle innovatieve bedrijven (kunnen) gelden.

Voorbeelden hiervan zijn de innovatiebox – een laag effectief vennootschapsbelastingtarief van 7% voor winst uit R&D – de (voor start-ups verhoogde) R&D-aftrek voor ondernemers in de inkomstenbelasting, en de startersaftrek.

Een ander voorbeeld is de energie-investeringsaftrek (EIA). Deze regeling is bedoeld voor alle soorten ondernemingen en biedt een voordeel (in de vorm van een aanvullende aftrekpost) voor het investeren in energiezuinige, vaak tevens innovatieve, maatregelen. De minister van EZK en de staatssecretaris van Financiën reageerden afgelopen donderdag op een evaluatierapport over deze regeling met de mededeling dat zij zal worden voortgezet.

Bronnen: