Op 23 november 2021 is het wetsvoorstel voor de invoering van een ‘UBO-register’ voor trusts (het Trustregister) aangenomen door de Eerste Kamer. Het Trustregister is een publiek toegankelijk register waarin bepaalde persoonlijke gegevens worden opgenomen van de uiteindelijke belanghebbenden (UBO’s) van trusts en van soortgelijke juridische constructies, waaronder het fonds voor gemene rekening (FGR).

De invoering van een Trustregister is één van de maatregelen die is opgenomen in de (gewijzigde) vierde EU-antiwitwasrichtlijn. Het Trustregister wordt als een apart register beheerd door de Kamer van Koophandel.

In deze nieuwsbrief worden de gevolgen van de inwerkingtreding van het Nederlandse Trustregister nader toegelicht. Het Trustregister zal bestaan naast het “reguliere” UBO-register voor Nederlandse vennootschappen en andere juridische entiteiten. Voor meer informatie over het UBO-register verwijzen wij naar onze Genoteerd 'Het Nederlandse UBO-register voor vennootschappen en andere juridische entiteiten'.

Welke rechtsfiguren vallen onder de reikwijdte van het Trustregister?

Het Trustregister is van toepassing op (i) trusts en (ii) soortgelijke juridische constructies.

Trusts

De trust is afkomstig uit het Anglo-Amerikaanse recht en is, kort weergegeven, een rechtsfiguur waarbij goederen door een persoon (de insteller of settlor) worden toevertrouwd aan een beheerder (trustee), die deze goederen overeenkomstig de trustbepalingen aanwendt ten behoeve van één of meer begunstigden (beneficiaries), of ten behoeve van een bepaald doel. Trusts kunnen worden gebruikt in de zakelijke, familiaire, culturele en charitatieve sfeer.

Soortgelijke juridische constructies

Elke lidstaat van de Europese Unie heeft bepaald welke juridische constructies binnen haar eigen rechtsstelsel qua functie of structuur vergelijkbaar zijn met een trust. Op deze juridische constructies is het Trustregister ook van toepassing.

Nederland heeft bepaalde fondsen zonder rechtspersoonlijkheid aangemerkt als vergelijkbaar met een trust. Het bekendste voorbeeld van een dergelijk fonds is het fonds voor gemene rekening (FGR). Het maakt daarbij niet uit of dat fonds voor fiscale doeleinden ‘transparant’ is.

Een onderneming die in het Nederlandse handelsregister dient te worden ingeschreven wordt niet aangemerkt als een soortgelijke juridische constructie, ook al voldoet die onderneming wel aan de materiële kenmerken van een soortgelijke juridische constructie.

Wie is registratieplichtig?

De verplichting tot registratie en het actueel houden van gegevens in het Trustregister wordt neergelegd bij de trustee van een trust of degene die een soortgelijke positie vervult bij een soortgelijke juridische constructie (de trustee). Ingeval van een fonds voor gemene rekening zal de beheerder van het fonds normaliter als ‘trustee’ worden aangemerkt.

Niet elke trust of soortgelijke juridische constructie (hierna: trust) is verplicht om gegevens in het Trustregister te registreren. Het moet gaan om een trust waarvan de trustee:

  1. in Nederland woont of gevestigd is; of
  2. woonachtig of gevestigd is buiten de Europese Unie en namens de trust in Nederland vastgoed verwerft of een zakelijke relatie aangaat. Een zakelijke relatie is bijvoorbeeld een (duurzame) relatie met een Wwft-instelling zoals een bank, accountant, advocaat, notaris of belastingadviseur.

Trusts hebben geen verplichting tot registratie in het Nederlandse Trustregister als zij al zijn geregistreerd in het trustregister van een andere lidstaat van de Europese Unie.

Wie kwalificeert als UBO?

In een uitvoeringsbesluit (Uitvoeringsbesluit Wwft 2018) is opgenomen welke categorieën van natuurlijke personen in elk geval worden beschouwd als UBO van een trust. Daarbij wordt wel uitdrukkelijk aangegeven dat geen sprake is van een limitatieve opsomming.

De volgende natuurlijke personen worden in elk geval als UBO van een trust beschouwd:

  • de oprichter(s) (de settlor(s));
  • de trustee(s);
  • de protector(s), voor zover van toepassing;
  • de begunstigden, of voor zover afzonderlijke begunstigden niet kunnen worden bepaald, de groep van personen in wier belang de trust hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is; en
  • elke andere natuurlijke persoon die door direct of indirect eigendom of via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de trust uitoefent.

Op basis van een conceptbesluit zullen afzonderlijke begunstigden van een trust  mogelijk uitsluitend als zodanig worden geregistreerd in het Trustregister indien de omvang van hun economisch belang in de trust ten minste 3 procent bedraagt. Afzonderlijke begunstigden met een economisch belang van minder dan 3 procent worden in dat geval in beginsel niet geregistreerd in het Trustregister. Als er ten aanzien van een trust geen begunstigden zijn met een belang van ten minste 3 procent, dan kan mogelijk worden volstaan met een omschrijving van de groep in wiens belang de trust hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is (bijvoorbeeld “pensioengerechtigden”).

Voor de gevallen waarin het niet mogelijk is de individuele begunstigden te bepalen, bijvoorbeeld omdat de begunstigden pas in de toekomst worden bepaald, is het van belang dat de groep van natuurlijke personen nauwkeurig, aan de hand van specifieke kenmerken of naar categorie, wordt omschreven, zodat de individuele begunstigden bij uitbetaling of op het moment waarop de begunstigden hun definitieve rechten uitoefenen alsnog kunnen worden bepaald en de trustee kan overgaan tot actualisering van de informatie in het Trustregister.

Welke informatie wordt geregistreerd?

Trustees dienen voor elke trust informatie te registeren in het Trustregister. Bij de registratie wordt aan de trust een uniek kenmerk toegekend, dat moet worden gemeld in alle schriftelijke uitingen die namens de trust wordt gedaan. De UBO wordt via een geautomatiseerd proces op de hoogte gesteld van de registratie.

Een deel van de te registreren informatie is openbaar toegankelijk. Een ander deel van de UBO-informatie is uitsluitend toegankelijk voor bevoegde autoriteiten en de Financiële Inlichtingen Eenheid. De bevoegde autoriteiten en de Financiële Inlichtingen Eenheid kunnen deze informatie delen met bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie.

Publiek toegankelijke UBO-informatie

ter zake van de trust:

  • naam en type;
  • datum en plaats van totstandkoming;

en ter zake van elke UBO:

  • voor- en achternaam;
  • geboortemaand en -jaar;
  • nationaliteit;
  • woonstaat; en
  • aard en omvang van het gehouden economisch belang van de UBO (vermoedelijk in bandbreedtes van ten minste 3% tot en met 25%, meer dan 25% tot en met 50%, meer dan 50% tot en met 75% en meer dan 75% tot en met 100%).

Niet-publiek toegankelijke UBO-informatie

ter zake van de trust:

  • afschrift van documenten waaruit de over de trust opgenomen gegevens blijken.

en ter zake van elke UBO:

  • Burgerservicenummer / buitenlands fiscaal identificatienummer (TIN);
  • geboortedag;
  • geboorteland en -plaats;
  • woonadres;
  • e-mailadres;
  • afschrift van geldig identiteitsdocument;
  • afschrift van document(ten) waarmee wordt onderbouwd waarom een persoon de status van UBO heeft én waaruit de aard en omvang van het door de UBO gehouden economisch belang blijkt; en
  • afschrift van documenten waaruit de over de UBO opgenomen gegevens blijken.

Indien een UBO geen economisch belang heeft bij de trust, maar bijvoorbeeld slechts zeggenschapsrechten heeft, dan kan dit worden aangegeven bij de registratie. Het registratiesysteem zal hierop zijn ingesteld.  

In de gevallen waarin sprake is van meerdere UBO’s waarvan de omvang van het economisch belang van de UBO nog onduidelijk of onzeker is, is in een conceptbesluit voorgesteld dat in die situaties ervan uit wordt gegaan dat de UBO’s ieder een evenredig groot belang hebben. In geval van vier UBO’s waarvan het onduidelijk is wat de exacte omvang is van ieders belang, zal de trustee de UBO’s registeren en opgeven dat iedere UBO een belang heeft van 25%.  

De UBO-informatie blijft - nadat de gronden voor de registratie van bedoelde informatie ophouden te bestaan - voor een periode van tien jaar zichtbaar in het register.

Worden raadplegers van het register geïdentificeerd?

Geïnteresseerden kunnen de publiek toegankelijke UBO-informatie inzien onder voorwaarde van registratie en de betaling van een vergoeding. Daarnaast wordt de identiteit van raadplegers van het register aan de hand van een identificatiemiddel vastgelegd door de Kamer van Koophandel. De Kamer van Koophandel mag daarbij het Burgerservicenummer registreren. Deze gegevens kunnen op verzoek worden ingezien door bevoegde autoriteiten en de Financiële Inlichtingen Eenheid. UBO’s zelf krijgen op verzoek inzicht in hoe vaak hun informatie wordt geraadpleegd. Raadplegingen door bevoegde autoriteiten en de Financiële Inlichtingen Eenheid zijn hiervan uitgezonderd.

Kan UBO-informatie worden afgeschermd?

Op grond van de (gewijzigde) vierde EU-antiwitwasrichtlijn kunnen lidstaten per geval bepalen dat de toegang van het publiek tot UBO-informatie wordt afgeschermd indien de UBO minderjarig is of handelingsonbekwaam, of als de UBO door publicatie van UBO-informatie zou worden blootgesteld aan een onevenredig risico van fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie.

In Nederland wordt de UBO-informatie van een minderjarige of handelingsonbekwame persoon op verzoek afgeschermd. In andere gevallen kan de UBO-informatie slechts worden afgeschermd indien de UBO door het Openbaar Ministerie of de Nationaal Coördinator voor Terrorismebestrijding en Veiligheid wordt beveiligd. Bij afscherming geldt dat de aard en omvang van het economische belang van de (afgeschermde) UBO wel zichtbaar blijft. De afschermingsgronden voor het Trustregister zijn dezelfde als de afschermingsgronden voor het reguliere UBO-register.  

Wanneer treedt het Trustregister in werking?

Op basis van de (gewijzigde) vierde EU-antiwitwasrichtlijn had de implementatie van het Trustregister op 10 maart 2020 moeten zijn gerealiseerd. Nederland heeft deze implementatiedeadline niet gehaald. Het Trustregister treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De verwachting is dat inwerkingtreding in oktober 2022 zal zijn. Na inwerkingtreding hebben trustees 3 maanden de tijd om de UBO's van trusts te registreren. Na het verstrijken van deze overgangsperiode dient een trustee binnen één week aan de registratieplicht te voldoen en dienen wijzigingen eveneens binnen één week te worden doorgegeven.

Welke overige verplichtingen zijn er?

Voor bevoegde autoriteiten en Wwft-instellingen geldt een terugmeldplicht. Deze terugmeldplicht houdt in dat zij verplicht zijn om iedere discrepantie die zij aantreffen tussen de informatie in het Trustregister en de UBO-informatie waarover zij beschikken te melden bij de Kamer van Koophandel. Bevoegde autoriteiten hoeven daarbij slechts een terugmelding te doen indien passend en voor zover dit vereiste hun taken niet onnodig doorkruist.

Wat zijn de mogelijke sancties?

Overtreding van de verplichtingen wordt beschouwd als een economisch delict en kan met zowel strafrechtelijke als bestuursrechtelijke sancties worden gehandhaafd. Ook is het mogelijk om een last onder dwangsom op te leggen als een ‘herstelsanctie’. Indien de overtreding opzettelijk is begaan kan dit leiden tot een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, een taakstraf of een geldboete.