De rechtspraak is niet eenduidig over de vraag of slapende dienstverbanden zijn toegestaan. De Rechtbank Limburg heeft daarom op 10 april 2019 aan de Hoge Raad gevraagd hier duidelijkheid over te verschaffen.

Als een werknemer arbeidsongeschikt raakt is de werkgever verplicht om het loon twee jaar door te betalen. Daarna vervalt de verplichting het loon door te betalen en kan de arbeidsovereenkomst beëindigd worden. Veel werkgevers houden echter het dienstverband met langdurig arbeidsongeschikte werknemers in stand na afloop van deze termijn, omdat bij beëindiging een transitievergoeding moet worden betaald. Door de werknemer in dienst te houden, hoeven werkgevers geen transitievergoeding te betalen. We spreken dan over een slapend dienstverband. Over de vraag of een werkgever een dienstverband slapend mag houden, zijn al meerdere procedures gevoerd.

Wet compensatie transitievergoeding (“Wet CT” )

Op 11 juli 2018 is de Wet CT bij langdurige arbeidsongeschiktheid ingevoerd. Op grond van de Wet CT kan een werkgever vanaf 1 april 2020 bij het UWV een verzoek indienen tot verstrekking van een vergoeding ter hoogte van de transitievergoeding die de werkgever heeft betaald bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De compensatie die werkgevers kunnen ontvangen, is niet hoger dan de transitievergoeding waar een werknemer recht op zou hebben op het moment dat de periode van verplichte loondoorbetaling eindigt. Daarnaast bedraagt de compensatie niet meer dan het bedrag van het betaalde brutoloon tijdens de ziekte aan de werknemer. De compensatieregeling zal op 1 april 2020 in werking treden, waarbij de werkgever ook compensatie kan vragen voor arbeidsovereenkomsten die voor die datum (maar na 1 juli 2015) zijn beëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

Rechtspraak voor Wet CT

Voor invoering van de Wet CT was de lijn in de rechtspraak dat de werkgever niet ernstig verwijtbaar had gehandeld als hij had besloten de arbeidsovereenkomst na de 104-weken termijn niet op te zeggen. Als een werknemer een ontbindingsverzoek indient, ontvangt hij een transitievergoeding als de rechter oordeelt dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Er was geen sprake van ernstige verwijtbaarheid, omdat er geen verplichting voor een werkgever bestaat om een arbeidsovereenkomst te beëindigen, ook niet als er geen invulling meer aan de arbeidsovereenkomst kan worden gegeven door de arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

Rechtspraak na Wet CT

De rechtspraak na invoering van de Wet CT in 2018 laat een wisselend beeld zien. Zo oordeelde de Rechtbank Overijssel op 21 maart 2019 dat geen sprake was van ernstige verwijtbaarheid en dat het slapende dienstverband niet hoefde te worden beëindigd. De Rechtbank Den Haag oordeelde daarentegen op 28 maart 2019 dat het slapend houden van het dienstverband – in deze specifieke zaak – in strijd was met goed werkgeverschap. De werkgever moest de arbeidsovereenkomst daarom beëindigen. De rechter hield hierbij rekening met de aanstaande invoering van de Wet CT, waardoor er kort gezegd geen reden meer was voor het niet beëindigen van de arbeidsovereenkomst voor de werkgever.

Prejudiciële vragen Hoge Raad

De Rechtbank Limburg heeft onlangs zogenoemde prejudiciële vragen voorgelegd aan de Hoge Raad om meer duidelijkheid te krijgen over de vraag of slapende dienstverbanden nu zijn toegestaan.

De vragen gaan erover of een werkgever bij gewijzigde omstandigheden verplicht is om een redelijk voorstel van een werknemer te accepteren op grond van goed werkgeverschap. Zo ja, ziet dat ook op het beëindigen van de arbeidsovereenkomst? Als de Hoge Raad vindt dat dit het geval is, dan zal dit een nieuwe manier zijn om beëindiging van het dienstverband en daarmee betaling van de transitievergoeding af te dwingen.

Een dergelijke procedure bij de Hoge Raad duurt in de regel een aantal maanden en het is daarmee wachten op duidelijkheid over de vraag of werknemers beëindiging van een slapend dienstverband kunnen afdwingen.