De regering probeert al jaren de concurrentie in de ziekenhuiszorg te vergroten. De invoering van het productiesysteem diagnose behandel combinaties (DBC) was daar onderdeel van. Een DBC verbindt aan elke diagnose één ziekenhuisproduct, dat uit een combinatie van de afzonderlijke medische behandelingen bestaat. De introductie van de DBC zou de concurrentie ten goede komen omdat het transparante systeem het eenvoudiger zou moeten maken voor zorgverzekeraars en ziekenhuizen om per ziekenhuisproduct afspraken te maken over prijs en kwaliteit.

In haar studie “Does managed competition constrain hospitals’ contract prices? Evidence from the Netherlands” gaat het Centraal Planbureau (het CPB) in op de vraag of dat is gelukt. Het CPB baseert zich daarbij op DBC-gegevens van zorgverzekeraar CZ en de IJsselmeerziekenhuizen.

Het CPB concludeert dat er bij de onderzochte ziekenhuizen sprake is van grote prijsvariatie voor dezelfde DBC’s. Zo hanteren bijvoorbeeld veel ziekenhuizen voor dezelfde DBC een behandelprijs die tot twee keer zo hoog of tot drie keer zo laag is als de gemiddelde prijs die CZ betaalt aan een ziekenhuis.

Er zijn volgens het CPB geen “goedkope” ziekenhuizen (die alleen lage prijzen hanteren) of “dure” ziekenhuizen (die alleen hoge prijzen hanteren), de prijsvariatie is groot en willekeurig. Het CPB onderscheidt een aantal mogelijke verklaringen voor deze variatie:

  1. de verschillende kostprijsmethoden die ziekenhuizen hanteren;
  2. grote onzekerheden over de reële prijzen door de vele veranderingen in de regelgeving;
  3. de verschuiving in de contractonderhandelingen van prijzen per DBC naar het vaststellen van omzetplafonds of aanneemsommen; en
  4. verschillen in marktmacht tussen verzekeraars en ziekenhuizen.

Volgens het CPB lijken ziekenhuizen bovendien kruissubsidies te hanteren door sommige DBC’s flink boven de kostprijs en andere DBC’s onder de kostprijs te leveren.