Door de economische crisis wordt steeds vaker door inschrijvers scherp ingeschreven. In principe geldt dat andere inschrijvers zich niet kunnen verzetten tegen een voorgenomen gunning, omdat de inschrijving abnormaal laag zou zijn. Voor een aanbestedende dienst bestaat dus geen verplichting om onderzoek te doen naar de vraag of met een marktconforme prijs is ingeschreven. Dit zou mogelijk in de toekomst kunnen wijzigen, aangezien de Europese Commissie in haar nieuwe Aanbestedingsrichtlijnvoorstel (Artikel 69, COM (2011) 896 definitief, van 20.12.2011) onder bepaalde omstandigheden een verplichting opneemt om een toelichting te vragen.

Voor een verliezende inschrijver is het vaak lastig om aan te tonen dat de winnende inschrijver niet met marktconforme prijzen heeft ingeschreven. Een recente uitspraak is in dat kader interessant (Voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam 30 januari 2013, LJN: BZ0665).

In deze zaak stelt de verliezende inschrijver (Welzorg) dat de winnende inschrijver (Meyra) niet met marktconforme prijzen heeft ingeschreven. Meyra is volgens Welzorg een kleine speler op de markt (in tegenstelling tot Welzorg) en moet dus zeker onder haar kostprijs hebben ingeschreven. De aanbestedende dienst (gemeenten) heeft geen onderzoek gedaan naar de prijzen van Meyra, anders dan het verifiëren of Meyra de prijzen gestand wil doen.

Van belang in deze zaak is dat de gemeenten zelf de verplichting op zich hebben genomen dat voor ieder onderdeel kostendekkende prijzen moeten worden ingediend. De gemeenten moeten daarom volgens de Voorzieningenrechter toetsen of alle ingediende prijzen kostendekkend zijn. De gemeenten hebben in deze zaak om de prijzen te verifiëren, slechts aan Meyra gevraagd of zij de prijzen op de verschillende onderdelen gestand wilde doen.

Dit acht de Voorzieningenrechter onvoldoende onderzoek naar de vraag of wel kostendekkende (en realistische) prijzen zijn ingediend. Nu de gemeenten ter zitting hebben verklaard dat ze te weinig kennis hebben om te beoordelen of de prijzen kostendekkend zijn, dient volgens de Voorzieningenrechter een externe deskundige te worden ingeschakeld om dit te beoordelen.

Opmerkelijk is dat in principe geen onderzoeksplicht rust op de gemeenten, maar deze verplichting door de Voorzieningenrechter wel wordt aangenomen op basis van de verplichting van de gemeenten om met kostendekkende prijzen in te schrijven. Voor verliezende inschrijvers die willen protesteren tegen abnormaal lage prijzen, lijkt deze uitspraak ruimte te bieden om zonder al teveel aan te moeten tonen, de aanbestedende dienst toch te dwingen om nader onderzoek te doen naar de ingediende prijzen. Voor aanbestedende diensten is het zaak om uit te kijken dat zij zelf niet een verplichting opnemen.