Met een grondige facelift van de bestaande regels in het Brussels Wetboek Ruimtelijke Ordening (BWRO), wil het Brussels Gewest projectontwikkeling flexibeler maken en sneller doen vooruitgaan. Het Brussels parlement heeft de hervorming van het BWRO op 13 oktober 2017 goedgekeurd.

Een aantal nieuwigheden lijken overgewaaid uit de Brusselse regels inzake milieuvergunningen en uit het Vlaamse Gewest.

Hierna een overzicht van hetgeen u zeker niet mag missen.

Deze week:

DEEL 2. VERGUNNINGEN

1. Milieueffectbeoordeling: nieuwe drempels

Voor sommige projecten dient de aanvrager een effectenstudie op te maken. Deze projecten staan vermeld in bijlage A bij het BWRO. Verschillende categorieën krijgen een nieuwe drempel.

Twee wijzigingen springen in het oog:

  • rubriek 17: een parking valt slechts onder de plicht tot opmaak van een effectenstudie vanaf 400 plaatsen (vroeger: al vanaf 200 parkeerplaatsen);
  • rubriek 21: een handelsruimte valt slechts onder de plicht tot opmaak van een effectenstudie vanaf 5.000 m² (vroeger: al vanaf 4.000 m²).

Voor de inplanting van handelsvestiging met een netto-handelsoppervlakte van meer dan 20.000 m², gelegen op minder dan 20 km van de grens met een ander gewest, geldt overigens al even een verplichte mededeling aan dat andere gewest. Na die mededeling kan, overeenkomstig de bijzondere wet tot hervorming der instellingen, overleg volgen in de mate dat andere gewest daar om verzoekt.

Opvallende nieuwigheid is de maximumtermijn van zes maanden voor een effectenonderzoek. Deze termijn geldt vanaf de verzendingsdatum van de beslissing van het begeleidingscomité en is slechts verlengbaar in uitzonderlijke omstandigheden.

2. Facultatieve projectvergadering

De nieuwigheid van de projectvergadering tussen overheid en vergunningaanvrager inspireert zich onmiskenbaar op de bestaande Vlaamse regelgeving. Ook daar is immers een (facultatieve) projectvergadering mogelijk nog voor de aanvrager zijn dossier indient.

Het doel van de projectvergadering is een vruchtbare dialoog, zo vroeg mogelijk in de procedure. De projectvergadering is een puur voorbereidende handeling en is dus niet inbegrepen in de hierna vermelde vervaltermijnen.

3. Gewijzigde termijn voor volledigheidsonderzoek

Het vergunningverlenend bestuur beschikt over een termijn van 45 dagen om over de volledigheid van de aanvraag te beslissen.

In het merendeel van de gevallen is de termijn van 45 dagen langer dan hetgeen de bestaande regels voorzien (nl. 30 dagen).

De verruimde termijn acht men vanuit de administratie nodig om de volledigheid van de aanvraag te onderzoeken. Immers, het vergunningverlenend bestuur dient onder andere te onderzoeken of de aanvraag onderworpen is aan een effectenbeoordeling. Als voor een aanvraag een effectenverslag vereist is, onderzoekt het bestuur meteen ook het effectenverslag op volledigheid.

4. Advies Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen blijft bindend

Hoewel het vandaag ook al de regel is dat een gunstig advies dient voor te liggen van Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, was initieel voorgesteld om het bindend karakter ervan af te schaffen. Na protest van erfgoedliefhebbers, blijft het bindend karakter finaal overeind.

Wel is een nuance aangebracht. Een bindend advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen vereist een meerderheid van twee derden van de aanwezige leden.

Er was ook voorgesteld om een voorafgaand advies van het Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen te vragen nog vóór de aanvrager zijn dossier indient. Een plicht tot voorafgaand advies is evenwel niet langer behouden in de finale tekst. Het Brussels Parlement oordeelde dat het behoud van het bindend karakter van het advies voldoende garanties voor het aspect erfgoed biedt.

Meer details over de discussies omtrent het aspect erfgoed, vindt u hier.

5. Van ordetermijnen naar hakbijltermijnen!

Vandaag gelden overeenkomstig het BWRO ordetermijnen om de beslissing omtrent de vergunningsaanvraag ter kennis te brengen aan de aanvrager. De termijnen worden in de praktijk zelden of nooit gehaald.

De wijziging aan het BWRO beoogt daarvan vervaltermijnen te maken, en wel als volgt:

Aanvragen op het niveau van de gemeente:

* uitgezonderd (1) als de aanvrager onderworpen is aan de verplichting om de regelgeving op de overheidsopdrachten te respecteren om de opdrachthouder te kiezen; of (2) het begeleidingscomité een uitzondering op de maximumtermijn van 6 maanden voor de effectenstudie vaststelt.

Er gelden bovendien verschillende hypotheses met onvoorziene omstandigheden, die de termijnen uitstellen of schorsen.

Opvallend zijn de ruimere termijnen voor het gewestelijke niveau. Dat er voor gewestelijke projecten voor ruimere termijnen is gekozen, hoeft evenwel niet te verbazen. Uit hun aard zijn gewestelijke projecten immers doorgaans grootschaliger en complexer.

Brusselse gemeenten moeten het met een kortere termijn stellen én zij blijven voor praktische zaken, zoals het openbaar onderzoek en advisering, toch betrokken bij de aanvragen op gewestelijk niveau.

Als de termijn niet gehaald wordt, wordt de vergunning geacht geweigerd te zijn.

Als de gemeente de eigen termijn niet haalt, kan het gewest het dossier niet langer naar zicht toetrekken om alsnog een beslissing te nemen.

6. Afstemming tussen procedures

Een nuttige vereenvoudiging is de afstemming tussen de termijnen om vergunningen af te leveren in geval van een gemengd project. Vandaag is die afstemming niet optimaal.

Daar komt nu verandering in, met een gezamenlijke start van de termijn op het ogenblik van het laatste van de twee ontvangstbewijzen.

7. Deels uitgestelde inwerkingtreding

Ten slotte is te wijzen op de overgangsregels. De ordonnantie beoogt slechts op het vlak van de planologie, verordeningen en stedenbouwkundige inlichtingen snel in werking te treden.

De hervorming op het projectniveau (vergunningsaanvragen, effectenstudies en -verslagen, etc.), krijgt daarentegen uitstel van inwerkingtreding. Meer bepaald geldt daarvoor pas een inwerkingtreding een jaar na de publicatie van de wijzigingen in het Belgisch Staatsblad.

De reden voor het uitstel is de vrees dat de vergunningverlenende overheden niet tijdig klaar zullen zijn met de nodige voorbereiding. Gelet op de aanzienlijke wijzigingen en de versnelling in de vergunningverlening, lijkt het inderdaad geen eenvoudige klus om vandaag al de omslag naar de nieuwe vergunningsprocedure te maken.

Ook dit punt is bekend in de Vlaamse context, waar voor de omgevingsvergunning vooral op gemeentelijk niveau uitstel noodzakelijk bleek.