Bent u bestuurder van een vennootschap die failliet is? Dan kunt u, onder omstandigheden, aansprakelijk worden gehouden voor het boedeltekort. Met deze 3 praktische tips kunt u het risico op aansprakelijkheid zo veel mogelijk voorkomen.

Is de besloten of naamloze vennootschap waarvan u bestuurder bent (geweest) failliet gegaan? Dan kan de curator proberen u als bestuurder aansprakelijk te stellen voor een boedeltekort. Daartoe moet de curator wel een gerechtelijke procedure tegen u starten. Er is sprake van een boedeltekort als de schulden van de vennootschap de baten overtreffen.

Boedeltekort: hoofdelijke aansprakelijkheid

Als bestuurder bent u hoofdelijk (dat wil zeggen: iedere bestuurder voor het gehele boedeltekort) aansprakelijk als het bestuur zijn taak ‘kennelijk onbehoorlijk’ heeft vervuld. Van kennelijk onbehoorlijk bestuur is sprake als geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld zoals u als bestuur heeft gedaan. U bent als bestuurder alleen dan aansprakelijk als de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is (geweest) van het faillissement.

Boedeltekort & administratie- en publicatieplicht

De curator moet in een gerechtelijke procedure bewijzen dat er sprake is van ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’. De administratie- en publicatieplicht is daarbij erg belangrijk.

De administratieplicht verplicht het bestuur een deugdelijke administratie te voeren en te bewaren. De inrichting van de administratie hoeft niet voor iedere rechtspersoon aan dezelfde eisen te voldoen. De eisen hangen af van de aard, opzet en de organisatie van de onderneming en haar werkzaamheden. Waar het op neerkomt is dat de u (uw boekhouder) de administratie op zodanige wijze moet voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze moet bewaren, dat altijd de rechten en verplichtingen van vennootschap kunnen worden gekend.

De publicatieplicht houdt in dat de jaarrekening binnen een termijn van 12 maanden na einde boekjaar moet zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

Boedeltekort: bewijsvermoedens

Heeft de vennootschap in de drie jaren voorafgaand aan het faillissement niet voldaan aan de administratie- en/of publicatieplicht? Dan geeft dit de curator een steun in de rug. In dat geval gelden namelijk bepaalde bewijsvermoedens. De rechter neemt dan aan dat:

  • het bestuur zijn taken onbehoorlijk heeft vervuld. Dit vermoeden kan het bestuur niet meer weerleggen.
  • het kennelijk onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Dit vermoeden kan het bestuur wel weerleggen.

Daarnaast is het te laat deponeren van een jaarrekening een economisch delict, waarvoor de bestuurder kan worden bestraft met een hechtenis van zes maanden, een taakstraf of een geldboete die kan oplopen tot maximaal € 20.500.

Aansprakelijkheid boedeltekort en de oorzaak faillissement

Als eenmaal vaststaat dat de administratie- en/of publicatieplicht is geschonden, dan is er sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Als bestuurder kunt u dan alleen nog aandragen dat een andere, externe factor een belangrijke oorzaak was van het faillissement.

De economische crisis is een voorbeeld van zo’n externe oorzaak. Als u dat argument gebruikt, wordt van u als bestuurder wel een en ander verwacht. Stel dat (grote) debiteuren van de vennootschap door de economische crisis niet (kunnen) betalen of vooruitbetaalde leveranciers failliet gaan. Dan moet u als bestuurder het nodige hebben gedaan om onbetaalde facturen te innen. Als u hierin nalatig bent geweest, dan kunt u zich niet beroepen op het uitblijven van betalingen.

Aansprakelijkheid boedeltekort van voormalig bestuurders

De aansprakelijkheid van bestuurders voor het boedeltekort geldt voor de drie jaren voorafgaand aan het faillissement. Dit betekent dat óók een vertrekkend bestuurder mogelijk aansprakelijk kan worden gehouden voor het boedeltekort. Bijvoorbeeld als de jaarrekening niet tijdig is gepubliceerd of de administratie niet meer deugdelijk is en de vennootschap vervolgens failliet gaat. Dit wordt wel het ‘uitlooprisico’ genoemd. Dit is iets waar u bij vertrek als bestuurder rekening mee moet houden.

De Hoge Raad heeft zich over dit uitlooprisico van een vertrekkend bestuurder nog niet uitgelaten. De lagere rechtspraak loopt op dit punt uiteen. In bepaalde gevallen is de voormalig bestuurder niet verantwoordelijk voor de administratie die na zijn vertrek gebrekkig is gevoerd. In andere gevallen wijst de rechter erop dat de administratieplicht op het bestuur als collectief rust en dat daarom ook de voormalig bestuurder verantwoordelijk is.

Aansprakelijkheid boedeltekort: 3 tips om die te beperken

  1. Is de jaarrekening niet binnen 12 maanden na einde boekjaar bij de Kamer van Koophandel gedeponeerd? Dan schendt u dus de publicatieplicht. In bepaalde gevallen geldt een termijnoverschrijding niet als schending van de publicatieplicht. Bijvoorbeeld als de termijnoverschrijding van korte duur is. Of als er voor een langere termijnoverschrijding een aanvaardbare verklaring bestaat. Als bestuur doet u er dan ook goed aan om bij een te late publicatie van de jaarrekening;
  • de jaarrekening alsnog zo snel mogelijk te publiceren; en
  • goed te documenteren wat de aanvaardbare redenen waren voor de te late publicatie.
  1. Is de jaarrekening wel gereed, maar ontbreekt de accountantsverklaring? Dan kan een mededeling waarom deze ontbreekt soms helpen. Het deponeren van iets is dan beter dan niets.
  2. Wanneer u als bestuurder vertrekt, wilt u het ‘uitlooprisico’ natuurlijk zo veel mogelijk beperken. Stel dat u kort (bijvoorbeeld twee maanden) voor het einde van de publicatietermijn van de jaarrekening vertrekt, voorkomt u dan dat het opvolgend bestuur praktisch niet meer aan de publicatieplicht kan voldoen. U kunt dan bijvoorbeeld een conceptjaarrekening (doen) opstellen en deze aan het opvolgend bestuur toesturen.

Voor wat betreft de administratieplicht kunt u het beste voor vertrek een kopie maken van de administratie (voor zover dat op basis van de (arbeids)overeenkomst met de vennootschap is toegestaan). Dit kan dienen als bewijs dat u niet verantwoordelijk bent voor de gebrekkig gevoerde administratie ná uw vertrek.

Contact