De wet staat al ruim een jaar in het Staatsblad, maar vanaf 1 augustus 2017 is het officieel: de Autoriteit nucleaire veiligheid en stralingsbescherming is een zelfstandig bestuursorgaan. De ANVS heeft geen rechtspersoonlijkheid en is voor haar financiën en personeel geheel afhankelijk van de welwillendheid van staatssecretaris Dijksma van Infrastructuur en Milieu. Daarmee is het echter geen krachteloos verlengstuk van het ministerie, integendeel. De instellingswet en het bijbehorende wijzigingsbesluit zetten de ANVS op behoorlijke afstand van het ministerie en kennen aan de ANVS ruime bevoegdheden toe op het gebied van regelgeving, vergunningverlening en toezicht.

Organisatie

De ANVS is op 1 januari 2015 ontstaan uit de samenvoeging van de Kernfysische Dienst, met de Programmadirectie Nucleaire Installaties en Veiligheid van het Ministerie van Economische Zaken, het Team adviesnetwerken (nucleair) van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, en het Team Stralingsbescherming van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het heeft tot nu toe gefungeerd als een agentschap van het ministerie van I en M. Vanaf 1 augustus 2017 is het een zelfstandig bestuursorgaan.

Wettelijk gezien is de ANVS een kleine organisatie, bestaande uit twee of drie leden, die samen het bestuur vormen. Momenteel bestaat het bestuur uit twee leden, een bestuursvoorzitter en een plaatsvervangend bestuursvoorzitter. Maar dit bestuur geeft leiding aan een organisatie van aanzienlijke omvang (circa 120 medewerkers). Deze worden door het ministerie van I en M ter beschikking gesteld.

De oprichting van de ANVS geeft gevolg aan aanbevelingen van het Internationale agentschap voor kernenergie IAEA: scheiding van het bij kernenergie betrokken economische belang en het milieubelang. In dat licht heeft de ANVS de volgende missie geformuleerd: ‘De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming is onafhankelijk en deskundig, zij bewaakt en bevordert continu voor deze en volgende generaties de nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en beveiliging.’ De afstand tussen ANVS en ministerie is vergelijkbaar met die tussen de raad van bestuur van een vennootschap en de aandeelhouders. Staatssecretaris Dijksma benoemt, schorst en ontslaat de bestuursleden en stelt hun beloning vast, maar kan verder weinig invloed uitoefenen op het beleid van de ANVS. Zo bepaalt artikel 12a van de instellingswet dat de staatssecretaris, in afwijking van de hoofdregel, geen beleidsregels (richtlijnen) kan vaststellen met betrekking tot de taakuitoefening van de ANVS.

Taken en bevoegdheden

De ANVS rekent tot haar werkterrein nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, vervoer van radioactieve stoffen en radioactief afval, stralingsincidenten en beveiliging en safeguards. Daarbij behoort een flink takenpakket:

  • De ANVS ontwikkelt beleid en wet- en regelgeving en bereidt deze voor en/of geeft hier advies over;
  • De ANVS verleent vergunningen en registreert meldingen;
  • De ANVS registreeert en erkent deskundigen en stralingsartsen;
  • De ANVS beoordeelt de technische en organisatorische veiligheid van nucleaire installaties;
  • De ANVS neemt maatregelen ter bescherming tegen straling;
  • De ANVS houdt toezicht op de naleving van de regelgeving die is gebaseerd op de Kernenergiewet.

Tot slot is de ANVS belast met crisisvoorbereiding, crisismanagement, publieksvoorlichting en nationale en internationale samenwerking.

De instellingswet geeft de ANVS de bevoegdheid om regels te stellen met betrekking tot organisatorische of technische onderwerpen.

Aldus berust vrijwel de gehele uitvoering van de kernenergiewet en de daaronder vallende AMvB’s bij de ANVS. Een uitzondering is de goedkeuring van de financiële zekerheidsstelling die exploitanten van nucleaire inrichtingen moeten stellen voor de kosten van ontmanteling bij het einde van de levensduur. Deze bevoegdheid blijft berusten bij de ministers van Financiën en I en M gezamenlijk.

De ANVS heeft haar nieuwe status niet ongemerkt voorbij laten gaan. Direct per 1 augustus 2017 heeft zij de volgende documenten gepubliceerd:

Inrichtingen die onder de Kernenergiewet vallen gaan de nieuwe status van de ANVS zeker merken. Onder andere door de combinatie van wetgevende en uitvoerende bevoegdheden. Die combinatie stelt de ANVS namelijk in staat om met regelgeving te reageren op wat zij als toezichthouder aantreft. Dat geeft de ANVS een sterke positie in de contacten met de nucleaire inrichtingen. Als een exploitant de ANVS erop wijst dat hij zich netjes aan de regels houdt, kan de ANVS daarop reageren door de regels aan te passen.

Rechtsbescherming

De ruime bevoegdheden van de ANVS roepen de vraag op hoe het is gesteld met de rechtbescherming. Natuurlijk zal deze ook na 1 augustus 2017 verleend blijven worden door de bestuursrechter, in hoogste instantie de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als het gaat om de regelgevende bevoegdheid van de ANVS moeten daar niet al te hoge verwachtingen van worden gekoesterd. Rechtstreeks beroep tegen ANVS-verordeningen is uitgesloten en de zogenaamde exceptieve toetsing (in het kader van een vergunning- of handhavingsbesluit) is doorgaans zeer terughoudend. De belanghebbenden zullen het voornamelijk moeten hebben van de wettelijk geregelde inspraakmogelijkheid op ontwerpverordeningen, aangenomen dat de ANVS deze inspraak serieus zal nemen.

De vraag rijst of rechtsbescherming ook gevonden kan worden bij het ministerie, met name met betrekking tot de genoemde ANVS-verordeningen. Dat is in zoverre het geval, dat de staatssecretaris inderdaad interbestuurlijk toezicht kan uitoefenen op de ANVS. Zij kan inlichtingen van de ANVS vorderen en besluiten van de ANVS vernietigen. Dat laatste echter, in afwijking van de hoofdregel, alleen wegens strijd met het recht. Ingrijpen wegens strijd met het algemeen belang kan de staatssecretaris dus niet. Veel meerwaarde ten opzichte van de bestuursrechter heeft deze interventiebevoegdheid van de staatssecretaris dus niet.

Wat mogen wij van de ANVS verwachten?

Kernenergie is een gevoelig en belangrijk onderwerp. De Nederlandse overheid heeft daar uitdrukking aangegeven door een onafhankelijke autoriteit met aanzienlijke bevoegdheden te creëren op afstand van de politiek. Uit een oogpunt van scheiding tussen het economische belang van energievoorziening enerzijds en het milieubelang anderzijds is dat een goede zaak. Tegelijkertijd bergt deze constructie het risico in zich dat de ministeriële verantwoordelijkheid voor het handelen van de ANVS in het gedrang komt. Staatssecretaris Dijksma heeft immers maar beperkte mogelijkheden om bij te sturen, zelfs als het parlement daarom vraagt. Van de ANVS mag dus verwacht worden dat zij steeds de belangen van sector en samenleving in het oog houdt en zich niet verliest in regels en procedures.