De uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 27 juni 2013 ziet op de onlosmakelijke samenhang in artikel 2.7 Wabo en de toepassing daarvan indien er sprake is van een overgangsrechtelijke situatie.

Onlosmakelijke samenhang is de term die wordt gebruikt om aan te duiden dat een aanvrager een activiteit die behoort tot verschillende categorieën activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wabo (dus verschillende vergunningen/ontheffingen nodig heeft) in beginsel niet mag opknippen en voor alle vergunningen/ontheffingen direct dan wel gefaseerd een aanvraag moet doen. Dit is alleen aan de orde als de activiteit per vergunning/ontheffing fysiek niet te onderscheiden is.

In mijn annotatie bij deze uitspraak die is verschenen in MenR 2014/7 ga ik nader in op de situatie bij niet te onderscheiden activiteit bouwen en veranderen van een inrichting, en meer specifiek op de situatie dat er voor de activiteit bouwen een aanvraag is ingediend vóór inwerkingtreding van de Wabo, en voor de activiteit veranderen van een inrichting een aanvraag is ingediend na inwerkingtreding van de Wabo.

De annotatie is hier te lezen