Op 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden. Met deze wet hebben gemeenten een aanvullend instrument gekregen om woonoverlast effectiever aan te pakken. Burgemeesters hebben namelijk de bevoegdheid gekregen om aan veroorzakers van woonoverlast een specifieke gedragsaanwijzing op te leggen. Deze bevoegdheid is opgenomen in artikel 151d van de Gemeentewet.

De aanpak van woonoverlast

Woonoverlast kent vele vormen. Een hond die continu blaft, omwonenden die weigeren het portiek schoon te houden, buren die laat in de nacht luidruchtige gasten over de vloer hebben. Tot 1 juli had de gemeente grofweg twee opties om dergelijke overlast aan te pakken. Ofwel het geven van een waarschuwing of wel een uithuisplaatsing of sluiten van de woning. De eerste optie werd als te licht beschouwd en de tweede te zwaar. De specifieke gedragsaanwijzing zou de aanpak van woonoverlast effectiever moeten maken.

De gedragsaanwijzing

De gedragsaanwijzing heeft de vorm van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. In de last staat beschreven dat de overlastgever een bepaalde handeling moet doen of nalaten. Deze gedragsaanwijzing kan bijvoorbeeld inhouden dat een hond moet worden gemuilkorfd, geen luide muziek mag worden gedraaid, een beperkt aantal bezoekers per dag mag worden ontvangen enzovoorts. Bij de daadwerkelijke uitoefening van bestuursdwang kan men denken aan het verwijderen van bezoekers uit de woning, het aanbrengen van geluidwerende vloerbedekking, het verwijderen van geluidsapparatuur, het inbeslagnemen van huisdieren of het verwijderen van vuilnis. De gedragsaanwijzing kan worden opgelegd aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen.

De bevoegdheid tot het opleggen van een gedragsaanwijzing geldt als ‘ultimum remedium’. Pas wanneer minder ingrijpende middelen, zoals een waarschuwing, een goed gesprek, buurtbemiddeling of mediation, niet hebben gewerkt kan de aanwijzing worden opgelegd. Om deze reden is in artikel 151d lid 2 bepaald dat de burgemeester slechts uitoefent “indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan.”

Het ultimum remedium-karakter doet er niet aan af dat in geval van ernstige overlast de aanwijzing een verbod kan inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning. Deze uithuisplaatsing geldt voor een periode van tien dagen en kan worden verlengd tot vier weken (artikel 151d lid 3).

Wijziging gemeentelijke verordening nodig

De burgemeester beschikt pas over de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing te geven als dit in een gemeentelijke verordening mogelijk wordt gemaakt. De gemeenteraad kan in de verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, er zorg voor moet dragen dat door gedragingen in of rondom die woning of dat erf geen ernstige of herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. De overtreding van deze bepaling kan vervolgens worden gehandhaafd met een gedragsaanwijzing.

Door deze trapsgewijze bevoegdheidstoedeling kan rekening worden gehouden met de specifieke behoeften en omstandigheden per gemeente. De ene gemeente kan immers met een ander soort overlast worden geconfronteerd dan een andere gemeente. Zo kan de raad in de verordening een limitatieve lijst opnemen waarin staat voorgeschreven in welke situaties de burgemeester een specifieke gedragsaanwijzing mag opleggen.

In de memorie van toelichting wordt opgemerkt dat de burgemeester ook in beleidsregels een stappenplan zou kunnen opstellen waarin wordt omschreven wat wordt verstaan onder ernstige hinder en in welke gevallen actie wordt ondernomen. Dit draagt bij aan de voorzienbaarheid van het gebruik van dit nieuwe instrument.

Woonoverlast door Airbnb-verhuur

De gebiedsaanwijzing is ook geschikt om overlast door tijdelijke verhuur, bijvoorbeeld door Airbnb-verhuur, tegen te gaan. Hiertoe is het wetsvoorstel is bij amendement gewijzigd. Voorheen was het vaak lastig om overlast door toeristen aan te pakken, omdat zij vaak weer zijn vertrokken voordat de gemeente er iets aan kon doen. Artikel 151d Gemeentewet maakt het mogelijk om een gedragsaanwijzing op te leggen toegespitst op korte toeristische verhuur. De verhuurder moet ervoor zorgen dat toeristen zich gedragen. Doet de verhuurder dat niet, dan kan een verbod tot deze vorm van verhuur worden opgelegd.

Afronding

Door de introductie van de gedragsaanwijzing kan een burgemeester eerder en gerichter optreden. Wel zal bij het opleggen van een aanwijzing de gevolgen van de last niet uit het oog worden verloren. Deze gevolgen mogen voor de bewoner niet onevenredig zijn. Het instrument komt dan ook pas in beeld als andere minder ingrijpende instrumenten – zoals een waarschuwing – niet werken. De wetswijziging maakt een meer genuanceerde aanpak mogelijk en is daarmee voor gemeenten een welkome aanvulling op het handhavingspakket bij woonoverlast.