Op 1 januari 2018 is de Wet verbetering functioneren verenigingen van eigenaars in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen die deze invoering tot gevolg heeft zijn de volgende:

1. Verplichte reservering reservefondsen VvE’s waar (mede) woningen toe behoren

Het aanhouden van een reservefonds is sinds 1 mei 2008 verplicht voor elke VvE. Met ingang van 1 januari 2018 is, indien het complex mede uit woning bestaat, het verplicht om een jaarlijkse reservering voor het reservefonds te maken. Er zijn twee opties:

  • de jaarlijkse reservering bedraagt ten minste 0,5% van de herbouwwaarde; of
  • de jaarlijkse reservering bedraagt het bedrag dat de VvE heeft vastgesteld in het kader van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Dit MJOP mag niet ouder zijn dan 5 jaar en dient alle onderhouds-, herstel en vernieuwingsmaatregelen te bevatten die tenminste de komende 10 jaar moeten worden uitgevoerd.De overgangstermijn bedraagt 3 jaar.

2. VvE’s mogen geldleningen afsluiten

Indien het splitsingsreglement niet anders bepaalt, mogen VvE’s geldleningen afsluiten in het kader van het beheer van het complex, zo blijkt uit het nieuw ingevoerde artikel 5:126 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek. Voor geldleningen die de VvE ná 31 december 2017 is aangegaan geldt dat bij de overdracht van een appartement de aansprakelijkheid voor de uit de geldlening voortvloeiende schuld overgaat op de nieuwe appartementseigenaar, mits de VvE opgave van deze schuld heeft gedaan aan de nieuwe eigenaar. De aansprakelijkheid voor schulden die voor 31 december 2017 zijn ontstaan gaan bij een overdracht níet van rechtswege over op de verkrijger.

Een andere belangrijke verandering is het feit dat op 19 december 2017 door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie het modelreglement voor splitsing in appartementsrechten 2017 is vastgesteld. Het laatste modelreglement dateerde uit 2006. Het modelreglement 2017 is een modernisering en is aangepast aan de hand van de op 1 januari 2018 ingevoerde wetgeving.

Enkele in het oog springende wijzigingen ten opzichte van het modelreglement 2006 zijn, naast de hierboven genoemde, de volgende;

1. Gebruik van gemeenschappelijke gedeelten door één eigenaar

In artikel 21 van het modelreglement 2017 is opgenomen dat door middel van een besluit van de vergadering van de VvE een gemeenschappelijk gedeelte (bijvoorbeeld een dak of een stukje grond dat in de splitsing is betrokken) al dan niet tegen een vergoeding in gebruik kan worden gegeven aan één of meer eigenaar(s). Als voorwaarde voor deze toestemming geldt dat de overige eigenaars niet onredelijk worden beperkt in het gebruik en genot van hun privé-gedeelten, dan wel in hun gebruik van de gemeenschappelijke zaken. Daarnaast kan de ingebruikgeving door opzegging beëindigd worden.

2. Verbod op verhuur voor recreatie

In verband met overlast die binnen complexen kan ontstaan door verhuur via websites zoals Airbnb, is in artikel 27 van het modelreglement 2017 opgenomen dat het verboden is om privé-gedeelten te verhuren voor recreatie. De gekozen omschrijving is zeer ruim, waardoor eigenlijk elke ingebruikgeving waar een vergoeding tegenover staat eronder valt. Verhuur voor recreatie is slechts toegestaan indien uit de splitsingsakte blijkt dat dit is toegestaan, dan wel indien de vergadering van de VvE daar toestemming voor heeft gegeven (uiteraard mag deze verhuur verder niet in strijd zijn met publiekrecht, zoals lokale regelgeving). Daarnaast is ook de productie en verkoop van verdovende middelen expliciet verboden in het nieuwe modelreglement.

3. Oplaadpunt elektrische motorvoertuigen

Een eigenaar die gerechtigd is tot een appartementsrecht dat is bestemd voor de stalling van een ‘motorrijtuig’ is bevoegd om, zonder toestemming van de vergadering van de VvE, op eigen kosten een oplaadpunt voor elektrisch aangedreven voortuigen aan te brengen.

Uiteraard heeft de vaststelling van het nieuwe modelreglement geen gevolgen voor bestaande splitsingen in appartementsrechten.

Inhoudsopgave