Advocaten schakelen steeds vaker accountants of andere deskundigen in ten behoeve van de advisering van hun cliënten. Wat moet een door een advocaat ingeschakelde deskundige doen als politie en justitie op de stoep staan en informatie vorderen die de deskundige van de advocaat heeft gekregen?

Advocaten zijn verplicht om alle informatie die zij in de uitoefening van hun beroep hebben gekregen van of over hun cliënten geheim te houden. Om te zorgen dat de geheimhoudingsplicht van advocaten geen lege huls wordt, hebben advocaten een verschoningsrecht. Het verschoningsrecht houdt in dat de advocaat in principe (uitzonderingen daargelaten) niet kan worden gedwongen door politie of justitie om informatie van of over zijn cliënt met hen te delen. De meeste beroepsbeoefenaars, zoals accountants of belastingadviseurs, hebben een dergelijk verschoningsrecht niet.

Het gebeurt in de praktijk vaak dat advocaten een deskundige (zoals een accountant) willen inschakelen ten behoeve van de advisering van hun cliënt. Die deskundige zal in de meeste gevallen informatie moeten krijgen over de cliënt en/of de zaak om de advocaat op zijn beurt goed te kunnen adviseren. Staat het politie en justitie vrij om de informatie waarover een deskundige beschikt omdat hij is ingeschakeld door een advocaat, bij de deskundige op te vragen? Het antwoord hierop is nee. De Hoge Raad heeft al meerdere malen bevestigd dat als een advocaat een deskundige, zoals een accountant, inschakelt ten behoeve van de behandeling van een zaak, deze deskundige een zogenaamd 'afgeleid' verschoningsrecht heeft. Dit betekent dat de advocaat zijn verschoningsrecht kan laten uitstrekken over de deskundigen die hij inschakelt.

Maar wat betekent dat concreet als politie en justitie op de stoep staan van een deskundige met het verzoek om informatie te verstrekken die tussen de advocaat en de deskundig is gewisseld? Kan de deskundige - net als een advocaat - weigeren om informatie te verstrekken omdat hij een afgeleid verschoningsrecht heeft van de advocaat? Daarover heeft de Hoge Raad zich onlangs opnieuw uitgelaten (arrest). Een ingeschakelde deskundige kan niet weigeren om informatie die door politie en justitie wordt gevorderd te verstrekken. Sterker nog, het niet voldoen aan een vordering van politie en justitie is een strafbaar feit. De ingeschakelde deskundige zal de informatie dus moeten verstrekken. Dit betekent echter niet dat politie en justitie die informatie ook mogen inzien. Volgens de Hoge Raad moet die informatie eerst aan een rechter-commissaris (onderzoeksrechter) worden gegeven. Die moet de informatie net zo lang bewaren totdat de advocaat zijn mening heeft kunnen geven over de vraag of die stukken onder het verschoningsrecht vallen.

Dit oordeel van de Hoge Raad komt overeen met een eerder arrest van de Hoge Raad uit 2015. Nieuw is het oordeel dus niet. Maar in de praktijk lijkt hierover echter nogal vaak misvatting te bestaan. Met het arrest uit 2017 heeft de Hoge Raad hier opnieuw duidelijkheid over gegeven.