Op 25 april jl is de pChw grotendeels in werking getreden nadat de Eerste Kamer kort daarvoor, op 28 maart 2013 het wetsvoorstel had aanvaard. De wet voorziet in het permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het wijzigen van diverse wettten. Met die laatste wijzigingen beogen regering en parlement enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht te realiseren.

De oorspronkelijke Crisis en herstelwet (Chw) kwam tot stand in verband met de mondiale financiële en economische crisis. Ter bestrijding van die crisis en ter bevordering van een goed en duurzaam herstel van de economische structuur, richtte de wet zich op de versnelling van infrastructurele projecten, andere grote bouwprojecten, en projecten op het gebied van duurzaamheid, energie en innovatie. Daarbij is rekening gehouden met de aanbevelingen in het rapport 'Sneller & Beter' van de commissie Elverding met betrekking tot het verbeteren van de besluitvorming bij infrastructuurprojecten. De Chw trad op 31 maart 2010 in werking. De looptijd zou eindigen op 1 januari 2014.

Met de pChw wil de regering een permanente werking geven aan de tijdelijke regelingen in de Chw door de looptijd van de wet voor onbepaalde tijd te verlengen. Op onderdelen is de Chw tevens geactualiseerd. Daarnaast bevat de pChw enkele (de Chw aanvullende) verbeteringen van het omgevingsrecht. Het gaat om gerichte verbeteringen die op korte termijn zijn te realiseren (“quick wins”). De verbeteringen zijn gegroepeerd rondom drie thema’s: minder lasten, snelle, flexibele en zorgvuldige besluitvorming en het wegnemen van problemen in de praktijk. De onderdelen van het wetsvoorstel hebben voornamelijk betrekking op de besluitvorming over ruimtelijke projecten. Deze is vaak complex door de rol van meerdere partijen, lange doorlooptijden en hoge kosten terwijl het resultaat niet altijd bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving.

Een deel van de pChw zal later dit jaar in werking treden. Dat deel heeft vooral betrekking op een aantal “quick wins” die leiden tot wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Daartoe behoren de gewijzigde regels welke betrekking hebben op de realisering van tijdelijke projecten, met een looptijd van, straks, ten hoogste tien jaar (nu: ten hoogste vijf jaar). Voor dergelijke tijdelijke projecten zal de vergunningprocedure na inwerkingtreding van dit deel van de pChw aanzienlijk worden verkort, tot ten hoogste acht weken (thans: ten hoogste 26 weken). Dit deel van de pChw hangt samen met de verwachte inwerkingtreding later dit jaar van de verruimde Leegstandwet, waardoor het eenvoudiger zal worden gebouwen tijdelijk te verhuren tot eveneens ten hoogste tien jaar.

De pChw bevat voorts onder andere regels over de houdbaarheid van onderzoeksgegevens, wijzigingen van de Natuurbeschermingswet 1998 alsmede regels wanneer een omgevingsvergunning op grond van de Wabo wordt aangevraagd voor verschillende onlosmakelijke activiteiten.