In 2013 meldde de Franse overheid haar steunplannen ter beoordeling bij de Commissie aan. Het zou gaan om steun in de vorm van een lening en een kapitaalinjectie ten voordele van het SAS IFMAS, het beheersorgaan voor het publiek-private partnerschap IFMAS IEED (Instituut van excellentie op het gebied van koolstofarme energie).

Dit partnerschap zou onderzoek gaan doen naar de ontwikkeling van producten op plantbasis en verf op biologische basis via een procedure op basis van zetmeel en niet langer via de huidige procedure op basis van olie. Dit zou moeten zorgen voor een significante afname van de CO2-uitstoot van 30 tot 50 procent.

De Commissie beoordeelde de steun op basis van de richtlijnen voor staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling & innovatie en oordeelde dat het project een onmiskenbare bijdrage levert aan de Europese doelstellingen op het gebied van milieu en wetenschap.

Op het vlak van de volksgezondheid, aldus de Commissie, zullen de ontwikkelde technologieën ervoor kunnen zorgen dat bepaalde schadelijke moleculen kunnen worden vervangen, terwijl het op milieugebied mogelijk zal worden om een door zware metalen verontreinigde bodem d.m.v. zetmeelproductie te saneren. 

Vanwege het bestaan van marktfalingen kon het project zonder financiële steun echter niet gerealiseerd worden. Zo maakt de steun onder andere wijde verspreiding van de onderzoeksresultaten mogelijk, zowel via wetenschappelijke publicaties en trainingsprogramma’s, als meer indirect omdat nieuwe plantenvariëteiten kunnen worden geïdentificeerd. De Commissie was bijgevolg van mening dat de steun zowel noodzakelijk als proportioneel is. 

Daarnaast oordeelde de Commissie dat, gezien de openheid van de upstreamtechnologiemarkten en het beperkte marktaandeel van de begunstigde daarin, de steun de mededinging op de interne markt niet verstoort.

Het is bijgevolg mogelijk voor lidstaten om onderzoeksprojecten financieel te steunen zonder de staatssteunregels te overtreden. Het is daarbij wel vereist dat deze projecten bijdragen aan Europese doelstellingen op het gebied van wetenschap en milieu en er geen sprake is van een buitensporige verstoring van de concurrentie op de interne markt.