Het Vlaamse omgevingsvergunningsdecreet vereenvoudigt de vergunningsprocedure. Specifiek voor aanvraag die een milieueffectrapport ("project-MER") vereist, zal een “geïntegreerde procedure” gelden. Maar wat wijzigt nu precies? En waar liggen de verplichtingen en voordelen voor u? We lijsten de voornaamste punten op.


  1. Huidige project-MER-praktijk
  2. Vanaf 23 februari: een ommezwaai
  3. De geïntegreerde procedure: wat moet en wat kan?
    1. Aanmelding
    2. Opmaak van het project-MER
    3. Vergunningsprocedure
  4. Ontheffing en MER-screening
  5. Tot slot

Op 23 februari 2017 doet de Vlaamse omgevingsvergunning zijn langverwachte intrede. Eén van de vele aspecten waar het Omgevingsvergunningsdecreet verandering in zal brengen, is de procedure voor de milieueffectenrapportage (project-MER). Een “geïntegreerde procedure” voegt de project-MER-procedure gedeeltelijk met de omgevingsvergunningsprocedure samen. 

Huidige project-MER-praktijk

Bij elk vergunningsplichtig project, rijst de vraag of de aanvrager al dan niet een project-MER moet opmaken. Een project-MER onderzoekt de milieueffecten van een project. Deze verplichting vloeit voort uit internationale en Europeesrechtelijke verplichtingen.

In Vlaanderen is steeds vooraf een goedkeuring van een project-MER nodig. Die goedkeuring gebeurt door de dienst Mer. Enkel met een goedgekeurd project-MER, kan u als aanvrager een vergunningsaanvraag bij de bevoegde instantie indienen. Daarna doorloopt de aanvraag de hele aanvraagprocedure. Dat project-MER en vergunningsprocedure afzonderlijk verlopen, zorgt voor redelijk wat tijdsdruk.

Bovendien is de project-MER-procedure niet altijd te verzoenen met de specifieke noden van het project. Zowel grote als kleine projecten kunnen project-MER-plichtig zijn, wat niet wegneemt dat deze elk hun eigen, vaak zeer verschillende aandachtspunten hebben.

Vanaf 23 februari: een ommezwaai

Het omgevingsvergunningsdecreet geeft gehoor aan de vermelde tekortkomingen met de “geïntegreerde MER-procedure”. Vanaf 23 februari 2017 hoeft u als aanvrager niet langer over een goedgekeurd project-MER te beschikken vooraleer u een omgevingsvergunningsaanvraag indient.

Ook versnelt en versoepelt de procedure: 

  • een aanmelding vervangt de thans geldende uitgebreidere kennisgevingsprocedure; 
  • de dienst Mer zal zich niet meer telkens, maar enkel nog op verzoek van de initiatiefnemer, uitspreken over de inhoudsafbakening van uw project.

De geïntegreerde procedure: wat moet en wat kan?

Aanmelding

Voortaan moet u uw voornemen om een project-MER op te stellen, melden aan de dienst Mer. Deze aanmelding moet gebeuren voorafgaand aan uw vergunningsaanvraag en is voor alle projecten verplicht.

In uw aanmelding neemt u verplicht een aantal gegevens op (o.a. een beschrijving het project en de overwogen alternatieven, de te onderzoeken mogelijke aanzienlijke effecten, het voorstel van MER-deskundigen, het participatietraject). Om flexibiliteit te garanderen, kan u ook bijkomende gegevens toevoegen. 

Samen met u aanmelding kunt u:

  • de dienst Mer verzoeken om een scopingadvies over de inhoud van uw aanmelding;
  • zowel een eerste ruw ontwerp als een volledig uitgewerkt ontwerp van project-MER toevoegen;
  • het voornemen van een openbare raadpleging van de aanmelding of het ontwerp van project-MER bekend maken (niet verplicht, maar lijkt wel aangewezen bij projecten met een zekere omvang);
  • verzoeken om delen of het geheel van uw aanmelding uit de bekendmaking van de aanmelding te onttrekken.

Vervolgens beslist de dienst Mer over uw aanmelding. De aanmeldingsdocumenten worden daarna bekend gemaakt, tenzij een onttrekking van de bekendmaking is toegestaan.

Ook kan u desgewenst overleggen met de dient Mer of adviesinstanties alvorens de eigenlijke opmaak van het MER start.

Opmaak van het project-MER

Bij de eigenlijke opmaak van het ontwerp-MER houdt u rekening met de aanmelding, en – indien van toepassing – met het scopingadvies. Het ontwerp-MER maakt deel uit van de vergunningsaanvraag.

Voorafgaand aan uw vergunningsaanvraag kan u de dienst Mer verzoeken uw ontwerp-MER voorlopig goed te keuren. Deze voorlopige goedkeuring heeft als voordeel dat het ontwerp-MER tijdens de vergunningsaanvraag enkel nog kan worden afgekeurd op grond van nieuwe informatie die volgt uit het openbaar onderzoek of uit adviezen. De voorlopige goedkeuring is nuttig maar geenszins verplicht om een vergunningsaanvraag te kunnen indienen.

Belangrijk is ook dat de inhoud van de milieueffectrapportage is uitgebreid. Ook de bescherming van de biodiversiteit, de klimaatverandering, en risico's op ongevallen en rampen behoren nu tot de verplichte inhoud van een project-MER.

Vergunningsprocedure

Een omgevingsvergunningsaanvraag bevat een ontwerp-MER. Vanaf dan loopt de vergunningsprocedure in grote lijnen als volgt:

  • het openbaar onderzoek voor het ontwerp-MER loopt samen met het openbaar onderzoek voor de vergunningsaanvraag;
  • na het openbaar onderzoek en de adviesronde beoordeelt de dienst Mer het ontwerp-MER inhoudelijk, met als resultaat een project-MER-verslag en de goed- of afkeuring van het project-MER;
  • de dienst Mer stuurt de beslissing over het project-MER naar het vergunningverlenend bestuur;
  • het vergunningverlenend bestuur moet bij de aanvraag rekening houden met de beslissing van de dienst Mer en een gemotiveerde conclusie nemen over de mogelijke aanzienlijke effecten op het milieu;
  • de afkeuring van het ontwerp-MER heeft van rechtswege het einde van de vergunningsprocedure tot gevolg. 

Ontheffing en MER-screening

Hiervoor bleek al dat de MER-procedure aardig wijzigt. Nochtans zijn niet alle aspecten van de ‘oude procedure’ verdwenen:

  • de ontheffing: nog steeds zal de initiatiefnemer van een project voorafgaand aan de vergunningsprocedure een beslissing van de dienst Mer moeten verkrijgen over het voorgelegde gemotiveerd verzoek tot ontheffing;
  • de MER-screening: deze procedure was reeds in de vergunningsprocedure geïntegreerd, waardoor ook hier niet meteen grote wijzigingen voorzien zijn.

Wel wijzigen een aantal aspecten van de screenings/ontheffingsbeslissing om tegemoet te komen aan Europese regels:

  • zowel wanneer geen negatieve milieueffecten te verwachten zijn, als wanneer er wel aanzienlijke negatieve milieueffecten te verwachten zijn, moet de bevoegde overheid een hierover een gemotiveerde beslissing nemen;
  • de toetsingcriteria voor een vergunningsaanvraag worden uitgebreid. 

Tot slot

Het mag duidelijk zijn dat de nieuwe project-MER-procedure een initiatiefnemer toelaat om een project-MER op maat op te stellen. Naargelang de specifieke behoeften van uw project kunt u er voor opteren om dan wel of niet te kiezen voor veel overleg, aanpassingen en inspraak.

Het departement Leefmilieu, Natuur en Energie maakte alvast een handig overzicht van de te volgen stappen en mogelijke trajecten inzake de MER-procedure voorafgaand  aan uw vergunningsaanvraag.

Deze handleiding treft u hier.

Voor verdere informatie, contacteer ons gerust.