De arbeidsovereenkomstenwet voorzag voor de invoering van het eenheidsstatuut uitdrukkelijk in de mogelijkheid om bij verbreking van de arbeidsovereenkomst bij arbeidsongeschiktheid (ziekte of ongeval) van een bediende, die reeds langer dan 6 maanden duurde, het gewaarborgd loon dat betaald werd door de werkgever sedert het begin van de arbeidsongeschiktheid in mindering te brengen van de te betalen verbrekingsvergoeding (artikel 78 Arbeidsovereenkomstenwet). Met de invoering van het eenheidsstatuut werd artikel 78 afgeschaft. Voortaan kan de werkgever het gewaarborgd loon betaald tijdens de arbeidsongeschiktheid van de werknemer (arbeider of bediende) alleen nog in mindering brengen van de verbrekingsvergoeding wanneer hij voorafgaandelijk aan de arbeidsongeschiktheid de arbeidsovereenkomst had beëindigd met een te presteren opzeggingstermijn voor de werknemer. Voor de arbeidsovereenkomsten van bepaalde tijd of duidelijk omschreven werk gelden bijkomende regels. 

1.- Beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer na een gegeven opzegging

Sinds de invoering van het eenheidsstatuut kan de werkgever het gewaarborgd loon betaald tijdens de arbeidsongeschiktheid van de werknemer in mindering brengen van een te betalen verbrekingsvergoeding wanneer aan volgende voorwaarden is voldaan: de werknemer moet ontslagen worden door middel van een te presteren opzeggingstermijn, de werknemer moet arbeidsongeschikt zijn geworden na de betekening van de opzegging en de werkgever moet de arbeidsovereenkomst omwille van geldige redenen verbreken tijdens deze arbeidsongeschiktheid (bijvoorbeeld organisatieproblemen binnen de vennootschap). 

De verbrekingsvergoeding die de werkgever zal moeten betalen, dekt de periode van de niet-gepresteerde opzeggingstermijn. Hiervan kan de periode gedekt door het gewaarborgd loon in mindering worden gebracht. 

2.- Beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of duidelijk omschreven werk bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer

Een arbeidsovereenkomst gesloten voor bepaalde tijd van minder dan drie maanden of voor een duidelijk omschreven werk waarvan de uitvoering normaal een tewerkstelling van minder dan drie maanden vergt, kan in de tweede helft van zijn duurtijd beëindigd worden zonder dat de werknemer een opzeggingstermijn moet presteren of de werkgever een opzeggingsvergoeding moet betalen wanneer de werknemer arbeidsongeschikt is voor langer dan 7 dagen. Tijdens de eerste helft van de duurtijd van de overeenkomst zijn de nieuwe regels met betrekking tot de opzegging van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur van toepassing zodat een opzeggingsvergoeding verschuldigd zal zijn of een opzeggingstermijn gepresteerd zal moeten worden. 

Een arbeidsovereenkomst gesloten voor bepaalde tijd van ten minste drie maanden of voor een duidelijk omschreven werk waarvan de uitvoering normaal een tewerkstelling van ten minste drie maanden vergt, kan beëindigd worden met de betaling van een verbrekingsvergoeding wanneer de arbeidsongeschiktheid van de werknemer langer dan 6 maanden duurt. De te betalen vergoeding is gelijk aan het loon dat nog moest worden betaald tijdens de overeengekomen duurtijd van de arbeidsovereenkomst of tijdens de termijn die nodig was voor de verwezenlijking van het werk waarvoor de werknemer werd aangenomen, waarbij een maximumvergoeding van 3 maanden loon in acht moet worden genomen. Ook hier mag de verbrekingsvergoeding verminderd worden met hetgeen door de werkgever betaald werd sedert het begin van de arbeidsongeschiktheid.