Een onderbelicht aspect van de PAS-uitspraken van 17 mei 2017, waarin de Afdeling bestuursrechtspraak prejudiciële vragen stelt over het Programma Aanpak Stikstof (PAS), is dat de Afdeling tevens een toetsingskader geeft voor de beoordeling van geautomatiseerde besluitvormingsprocessen. In dit geval gaat het om het besluitvormingsproces via het softwaresysteem AERIUS.

De PAS-uitspraken zijn al in eerdere Stibbeblogberichten gesignaleerd en besproken. In dit blog gaan wij in op het toetsingskader dat de Afdeling in één van de twee uitspraken heeft geformuleerd ter beoordeling van de geautomatiseerde besluitvorming via AERIUS.

Digitalisering in het bestuursrecht

Een belangrijke ontwikkeling voor het bestuursrecht is de toenemende digitalisering. Digitalisering heeft onder meer invloed op het bestuursprocesrecht. Te denken valt aan het programma Kwaliteit en Innovatie (KEI) waarmee het bestuursprocesrecht wordt vereenvoudigd en gedigitaliseerd.

Daarnaast speelt digitalisering een rol bij toezicht. Een voorbeeld is de datakoppeling in het sociaal domein via het Systeem Risico Indicatie (SyRi) met het oog op het signaleren van mogelijke fraudeurs. Ook kan worden gedacht aan het gebruik door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van de reisgegevens die zijn neergelegd in Trans Link Systems ter controle van de woonsituatie van studenten met het oog op het vaststellen van mogelijke fraude met de studiefinanciering voor uitwonenden. Zie daarover de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 8 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:5165.

In dit blog wordt stilgestaan bij de betekenis van digitalisering voor het besluitvormingsproces van bestuursorganen, in het bijzonder geautomatiseerde besluitvorming. Het softwarepakket AERIUS, dat deels geautomatiseerde en efficiënte besluitvorming mogelijk maakt in het kader van activiteiten die gepaard gaan met uitstoot van stikstof, is daarvan een treffend voorbeeld.

PAS en AERIUS

Het PAS is ontwikkeld om maatregelen te nemen om de gevolgen van de stikstofneerslag op Natura 2000-gebieden af te laten nemen en om ruimte te geven aan bestaande en nieuwe economische ontwikkelingen die stikstofneerslag veroorzaken. Het PAS voorziet in een toestemmingsregime voor activiteiten die stikstofneerslag veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Het gaat onder meer om woningbouw en de aanleg van wegen. Een belangrijk doel van het PAS is het vereenvoudigen van de toestemmingverlening voor stikstofveroorzakende activiteiten. Bij de verlening van toestemming kan gebruik worden gemaakt van het PAS en de daaraan ten grondslag liggende passende beoordeling. Omdat de ontwikkelingsruimte passend beoordeeld is, hoeft de initiatiefnemer geen aanvullende onderbouwing aan te leveren. Zie ook het introductieblog over het PAS.

Door middel van het softwaresysteem AERIUS wordt bepaald of vergunningen nodig zijn en verleend kunnen worden voor activiteiten die stikstofneerslag tot gevolg hebben. Daarnaast wordt het systeem gebruikt om te bepalen of een melding is vereist voor een stikstofemitterende activiteit en wordt voortdurend geregistreerd hoeveel depositieruimte en ontwikkelingsruimte er in het betreffende gebied aanwezig is. AERIUS bestaat uit drie modules.

Ten eerste AERIUS Calculator. Dit maakt inzichtelijk of een ontwikkeling die stikstofdepositie veroorzaakt de drempel- of grenswaarde al dan niet overschrijdt en daardoor al dan niet vergunningplichtig is. Daarnaast kan AERIUS Calculator voor een activiteit weergeven of nog voldoende ontwikkelingsruimte aanwezig is in de Natura 2000-gebieden waarop de stikstofdepositie betrekking heeft.

In de tweede plaats is er AERIUS Register. Dit wordt door het bevoegd gezag gebruikt bij het beheer van de depositieruimte die is berekend met AERIUS Monitor.

Met AERIUS Monitor, ten slotte, wordt de uitvoering van het PAS gevolgd. AERIUS Monitor is een rekeninstrument dat op hectareniveau inzicht geeft in onder meer de depositieruimte en ontwikkelingsruimte.

Voldoende waarborgen?

Het is de vraag of geautomatiseerde besluitvorming, zoals via het softwarepakket AERIUS, wel met voldoende democratisch rechtstatelijke waarborgen omkleed is. Hoe zit het met aspecten als legaliteit, transparantie en openbaarheid? Is de kenbaarheid en daarmee de controleerbaarheid van het rekeninstrument voldoende geborgd? Dat zijn de kernvragen die rijzen rondom geautomatiseerde besluitvorming.

Voor het PAS en AERIUS wordt het risico van ondoorzichtigheid van besluitvorming door de Afdeling uitdrukkelijk onderkend. Een gebrek aan inzicht in de gemaakte keuzes en gebruikte gegevens en aannames kan ertoe leiden dat een ongelijkwaardige procespositie van partijen ontstaat, omdat zij niet kunnen controleren op basis waarvan tot een besluit wordt gekomen. Vanuit het perspectief van partijen kan sprake zijn van een “black box”, aldus de Afdeling.

Toetsingskader

Om de controleerbaarheid van de besluitvorming op grond van het PAS te verzekeren, heeft de Afdeling in rechtsoverweging 14.4 voor het bevoegd gezag de volgende norm geformuleerd:

Ter voorkoming van deze ongelijkwaardige procespositie rust in dit geval op genoemde ministers en de staatssecretaris de verplichting om de gemaakte keuzes en de gebruikte gegevens en aannames volledig, tijdig en uit eigen beweging openbaar te maken op een passende wijze zodat deze keuzes, gegevens en aannames voor derden toegankelijk zijn. Deze volledige, tijdige en adequate beschikbaarstelling moet het mogelijk maken de gemaakte keuzes en de gebruikte gegevens en aannames te beoordelen of te laten beoordelen en zo nodig gemotiveerd te betwisten, zodat reële rechtsbescherming tegen besluiten die op deze keuzes, gegevens en aannames zijn gebaseerd mogelijk is, waarbij de rechter aan de hand hiervan in staat is de rechtmatigheid van deze besluiten te toetsen.

Het toetsingskader voor geautomatiseerde besluitvorming is aldus of de gemaakte keuzes en de gebruikte gegevens en aannames volledig, tijdig en op een passende wijze openbaar zijn gemaakt. In dit geval oordeelt de Afdeling over diverse onderdelen van het PAS en de bijbehorende passende behoordeling dat die niet aan genoemde norm voldoen. Zo zijn de berekeningen die ten grondslag zijn gelegd aan de drempelwaarde niet volledig, tijdig en adequaat beschikbaar gesteld zodat het niet mogelijk is deze te beoordelen (ro. 24.3).

Betekenis voor andere geautomatiseerde besluitvorming

Deze uitspraak maakt duidelijk aan welke eisen geautomatiseerde besluitvorming moet voldoen. Weliswaar ziet de uitspraak alleen op het softwaresysteem AERIUS in het kader van het PAS, maar het toetsingskader is uiteraard ook relevant voor andere geautomatiseerde besluitvormingsprocessen. Het valt te verwachten dat de normering van geautomatiseerde besluitvorming steeds urgenter wordt, nu digitalisering en technologie in het bestuursrecht aan relevantie toeneemt. De hier besproken Afdelingsuitspraak geeft dan ook een welkom toetsingskader voor de beoordeling van geautomatiseerde besluitvormingsprocessen. Op die manier kan de controleerbaarheid worden verzekerd en een eventuele ongelijkwaardige procespositie worden voorkomen.