Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kan iedereen informatie opvragen bij bestuursorganen, door middel van een zogenoemd Wob-verzoek. In deze faq wordt een aantal belangrijke aandachtspunten ten aanzien van het Wob-verzoek op een rijtje gezet en worden ook enkele tips gegeven.

Is de Wob van toepassing, of een andere wet?

Voordat een Wob-verzoek wordt ingediend, is het raadzaam na te gaan of de gewenste informatie op grond van de Wob openbaar gemaakt moet worden, of dat een andere regeling van toepassing is. De Wob geeft een algemene regeling voor de openbaarmaking van bij bestuursorganen berustende informatie op verzoek. Het is evenwel goed mogelijk dat in een bijzondere wet regels zijn opgenomen over de openbaarheid van de gewenste informatie. In dat geval is de Wob niet van toepassing, maar de bijzondere wettelijke regeling. Een voorbeeld is artikel 2.57 Aanbestedingswet 2012, waarin onder meer is bepaald dat een aanbestedende dienst geen informatie openbaar maakt die hem door een ondernemer als vertrouwelijk is verstrekt. Uit deze bepaling volgt dat indien een ondernemer de door hem aan een aanbestedende dienst verstrekte informatie als vertrouwelijk aanmerkt, het verstrekken van gegevens achterwege moet blijven. Een andersoortige afweging op grond van de Wob is dan niet toegestaan.

Is de informatie al openbaar?

Voordat een Wob-verzoek wordt ingediend, is het voorts raadzaam om na te gaan of de informatie al eerder openbaar is gemaakt. In de rechtspraak is bepaald dat de verplichting tot openbaarmaking ingevolge de Wob geen betrekking heeft op informatie die al openbaar is. Wanneer de informatie niet openbaar is, kan een Wob-verzoek worden gedaan.

Bij wie kan een Wob-verzoek worden ingediend?

Een Wob-verzoek wordt ingediend bij het bestuursorgaan waarbij de gewenste informatie zich bevindt. Te denken valt aan een minister, bestuursorganen van provincies, zoals gedeputeerde staten, en bestuursorganen van gemeenten, zoals het college van burgemeester en wethouders. Het verzoek kan ook worden ingediend bij (private) instellingen die onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzaam zijn. Op grond van dit criterium heeft de bestuursrechter bijvoorbeeld geoordeeld dat de Wob op ID-Lelystad BV (later: het Centraal Veterinair Instituut, thans: Wageningen Bioveterinary Research) van toepassing is. Wordt het verzoek (per abuis) ingediend bij een ander bestuursorgaan dan waarbij de documenten berusten, dan wordt het Wob-verzoek naar het juiste bestuursorgaan doorgezonden (doorzendplicht).

Eisen aan inhoud verzoek

Het Wob-verzoek kan schriftelijk dan wel mondeling worden ingediend. Het Wob-verzoek moet de bestuurlijke aangelegenheid of het daarop betrekking hebbend document vermelden waarover men informatie wil ontvangen. Een bestuurlijke aangelegenheid is een aangelegenheid die betrekking heeft op beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering ervan. Te denken valt aan documenten over de manier waarop de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) zijn taken vervult, zoals correspondentie tussen de GGD en een wethouder.

Het is raadzaam om in het verzoek kenbaar te maken dat met het verzoek wordt beoogd dat de gewenste documenten (algemeen) openbaar worden gemaakt op grond van de Wob. Wanneer in het verzoek niet wordt gerefereerd aan de Wob kan dat tot de conclusie leiden dat geen sprake is van een Wob-verzoek. Wordt bijvoorbeeld om informatie verzocht in het kader van een procedure bij de bestuursrechter (art. 8:42 Awb), waarmee niet is beoogd dat die informatie voor een ieder openbaar wordt, dan is voor toepassing van de Wob geen plaats. Wordt wel gerefereerd aan de Wob, dan betekent dat overigens niet zonder meer dat de kwalificatie als Wob-verzoek verzekerd is.

Uitzonderingsgronden en beperkingen

De Wob hanteert als uitgangspunt dat informatie ‘openbaar is, tenzij’. Dit betekent dat er aan de openbaarheid beperkingen worden gesteld. De Wob kent enerzijds uitzonderingsgronden en anderzijds beperkingen op de openbaarheid. De uitzonderingsgronden vallen uiteen in absolute uitzonderingsgronden en relatieve uitzonderingsgronden.

Wanneer sprake is van een absolute weigeringsgrond dient openbaarmaking achterwege te blijven. Dit is het geval wanneer de eenheid van de Kroon in gevaar is, de veiligheid van de Staat kan worden geschaad, het gaat om vertrouwelijk aan de overheid meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens of wanneer het bijzondere persoonsgegevens betreft.

Anders dan bij de absolute uitzonderingsgronden, moet bij de relatieve uitzonderingsgronden het belang van de uitzonderingsgrond afgewogen worden tegen het algemene belang van openbaarmaking. Het verstrekken van informatie blijft hier achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang dat de uitzonderingsgrond beoogt te beschermen. De Wob kent een aantal limitatief opgesomde belangen, waaronder de opsporing en vervolging van strafbare feiten en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Beperkingen op openbaarheid gelden alleen voor documenten die bestemd zijn voor intern beraad. Wanneer opgevraagde informatie is opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Te denken valt aan een ambtelijke nota. Voor een belangenafweging is geen plaats. Voor milieu-informatie geldt evenwel een uitzondering. Bij milieu-informatie wordt het belang van de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen afgewogen tegen het belang van openbaarmaking. Verder geldt dat over persoonlijke beleidsopvattingen informatie kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm.

Rechtsbescherming

Wanneer de Wob-verzoeker zich niet kan vinden in de beslissing om niet of gedeeltelijk openbaar te maken, staat voor de verzoeker bestuursrechtelijke rechtsbescherming open. Eerst kan bezwaar worden gemaakt, waarna eventueel nog beroep en hoger beroep mogelijk is.

Dit is een blog in de “FAQ”-serie. Een overzicht van alle blogs in deze serie kunt u hier vinden.