Wanneer een onroerende zaak (of beperkt recht) geleverd wordt kan deze levering onderworpen zijn aan heffing van overdrachtsbelasting, omzetbelasting of een combinatie van beide. Indien de levering is onderworpen aan omzetbelasting dan dient de verkopende ondernemer – die niet uitsluitend vrijgestelde prestaties verricht – een btw-factuur uit te reiken.

Op het moment van uitreiken van de factuur wordt de btw verschuldigd en is de verkopende ondernemer gehouden de belasting te voldoen. Wanneer ten onrechte geen factuur word uitgereikt kan dat leiden tot een boete. Een verkoper heeft er dus belang bij dat hij een juiste btw factuur uitreikt. Voor een koper is het van belang over een correcte btw factuur te beschikken omdat hij alleen dan de door hem voldane btw in vooraftrek kan brengen.

In deze bijdrage staan we naar aanleiding van een door de Hoge Raad op 25 november 2016 gewezen arrest kort stil bij de vraag wat een correcte btw factuur is.

Wanneer is sprake van een btw-factuur?

Lange tijd ging men er vanuit dat een notariële akte als factuur voor de levering van onroerende zaken kon worden beschouwd, mits aan alle vereisten is voldaan die worden gesteld aan een factuur. Deze gedachte werd onderschreven door de Staatssecretaris van Financiën (zie het Besluit van de Staatssecretaris van 6 december 2014, nr. BLKB 2014-704M).

In zijn arrest van 25 november 2016 stelt de Hoge Raad dat een notariële akte van levering géén factuur is in de zin van artikel 37 Wet op de omzetbelasting 1968. Hij komt tot dit oordeel onder verwijzing naar zijn arrest van 4 maart 2016 waarin hij stelt dat onder een factuur moet worden verstaan elk bescheid waarin van een ander betaling wordt gevorderd.

In het aan hem voorgelegde geval kwam de Hoge Raad tot de conclusie dat de akte van levering – voor wat de kwalificatie van een factuur betreft – een voor de notaris afgelegde verklaring inhoudt (i) van partijen over de koopprijs, (ii) van partijen dat over de koopprijs btw is verschuldigd en (iii) van verkoper dat hij kwijting verleent voor de betaling van de koopprijs. Niet meer dan dat. Op basis van een dergelijke leveringsakte wordt geen betaling van een bedrag gevorderd, een leveringsakte kan derhalve niet fungeren als factuur in de zin van artikel 37 Wet op de omzetbelasting 1968. Met deze uitspraak komt de Hoge Raad terug op zijn beslissing uit de jaren ’80 (zie HR 7 november 1984, BNB 1985/44 en HR 1 november 1989, BNB 1990/66). Het voornoemde besluit van de Staatssecretaris zal dientengevolge moeten worden aangepast.

De praktijk

Uit het arrest volgt naar onze mening overigens niet dat een leveringsakte nooit als factuur in de zin van artikel 37 Wet op de omzetbelasting 1968 kan gelden. De notariële akte zal dan alleen zo moeten worden opgesteld dat deze kan kwalificeren als een factuur. Een notariële leveringsakte die dient ter uitvoering van een koopovereenkomst zal daar in beginsel echter niet aan voldoen.

Op basis van het oordeel van de Hoge Raad op 25 november 2016 lijkt de ”standaard” leveringsakte definitief te hebben afgedaan als btw-factuur. Voor zover de notaris dit al niet deed zal hij partijen daarover actief moeten adviseren en informeren.