Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming ("Wnb") in werking getreden. In dit blogbericht bespreken wij de relatie tussen de Wnb en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ("Wabo"). De aanvrager van een omgevingsvergunning kan, indien nodig, de Natura 2000-toets en flora- en faunatoets vrijwillig laten aanhaken. In dit blog bespreken wij hoe een vrijwillige aanhaking in zijn werk gaat.

Achtergrond

Voorheen kon een burger of bedrijf op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (artikel 47 tot en met 47d) en de Flora- en faunawet (artikel 75b tot en met 75e) ervoor kiezen om de Natura 2000- en de flora- en faunatoetsen onderdeel te laten zijn van de omgevingsvergunning.

Oorspronkelijk bestond het idee om in de Wnb niet een vrijwillige, maar een verplichte aanhaking op te nemen tussen een omgevingsvergunning op grond van de Wabo en de vergunning voor Natura-2000 gebieden dan wel de ontheffing van de soortenbeschermingsbepalingen onder de Wnb.

Gelet op de komst van de Omgevingswet, waarin deze systematiek weer zou komen te vervallen, is hiervan toch afgezien. Voor de vooruitblik naar de Omgevingswet verwijzen wij naar de afsluitende overweging in dit blogbericht.

Hoe werkt de vrijwillige aanhaking?

Met het onderliggende besluit bij de Wnb, het Besluit natuurbescherming ("Bnb"), is tevens het onderliggende besluit bij de Wabo, het Besluit omgevingsrecht ("Bor"), gewijzigd. In het Bor is nu geregeld dat de Natura 2000-toets en de flora- en faunatoets onderdeel zijn van de omgevingsvergunning ingeval degene die de desbetreffende activiteit verricht daarvoor kiest (artikel 2.1, eerste lid, onder i, Wabo, jo. artikel 2.2aa Bor). Indien daarvoor wordt gekozen geldt geen verplichting om nog separaat een Natura 2000-vergunning of een flora- en fauna-ontheffing aan te vragen.

Wat zijn de voorwaarden?

De vrijwillige aanhaking van de natuurtoets in de omgevingsvergunning is mogelijk als aan een aantal voorwaarden is voldaan:

  1. voor de activiteit zou anders een Natura 2000-vergunning of een ontheffing van de soortenbeschermingsbepalingen op grond van de Wnb vereist zijn (zie hiervoor de eerder door ons verschenen blogs over wanneer die vergunningplicht bestaat, dan wel een uitzondering daarop van toepassing is, of een ontheffing benodigd is);
  2. voor de activiteit is een omgevingsvergunning vereist (artikel 2.1, eerste lid, Wabo); en
  3. degene die de activiteit uitvoert moet er voor kiezen om de natuurtoets onderdeel te laten zijn van de omgevingsvergunning.

Wie is het bevoegd gezag bij aanhaken?

Over het algemeen is het bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar het betrokken project in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd (artikel 2.4, eerste lid, Wabo). Uitzonderingen hierop staan omschreven in het tweede tot en met vijfde lid van artikel 2.4 Wabo.

Gedeputeerde Staten, die normaliter bevoegd zijn voor de verlening van de Natura 2000-vergunning of de ontheffing van de soortenbeschermingsbepalingen op grond van de Wnb, verrichten vervolgens de inhoudelijke beoordeling van de natuuraspecten bij behandeling van de omgevingsvergunningaanvraag (artikel 6.10a Bor). Indien de Gedeputeerde Staten geen bezwaar hebben, geven zij een verklaring van geen bedenkingen ("vvgb") af. In uitzonderingsgevallen is dit de minister van Economische Zaken.

Zonder de vvgb wordt de aangevraagde omgevingsvergunning niet verleend (artikel 2.27, eerste lid, Wabo).

Welke procedure is van toepassing?

Indien de natuurtoets plaatsvindt binnen de omgevingsvergunning, dan zijn de termijnen uit de Wabo van toepassing. Vervolgens dient dus (op grond van het Bor) een vvgb te worden verkregen.

Wat zijn de gevolgen voor de praktijk?

Indien voor een project zowel een omgevingsvergunning nodig is als een vergunning ingevolge de Wnb kan worden gekozen voor twee wegen:

  1. Ofwel er wordt eerst een Wnb-vergunning aangevraagd en vervolgens een omgevingsvergunning. In dat geval gelden twee aparte procedures en worden uiteindelijk twee aparte vergunningen verleend.
  2. Ofwel er wordt eerst een omgevingsvergunning aangevraagd, waarna de Wnb-vergunning verplicht "aanhaakt" en de hiervoor uitgelegde procedure gaat lopen (vvgb, etc.). In dat geval loopt één procedure en wordt uiteindelijk één vergunning verleend: de omgevingsvergunning.

Vooruitblik: Omgevingswet

De Omgevingswet en -besluit voorzien, evenals de Wnb en Bnb, straks in een keuzemogelijkheid voor de aanvrager om natuuraspecten ofwel in een aparte omgevingsvergunning aan te vragen (de enkelvoudige omgevingsvergunning) ofwel deze te laten meewegen samen met andere aspecten (de meervoudige omgevingsvergunning).

Tevens bestaat onder de Omgevingswet het voornemen om als hoofdregel op te nemen dat provincies, en in uitzonderingsgevallen de minister van Economische Zaken, het bevoegd gezag zijn voor de enkelvoudige omgevingsvergunning voor natuurtoestemmingen en gemeenten voor de meervoudige omgevingsvergunning, waarbij een advies met instemming is vereist van de provincies (dan wel de Minister).